Thema 5 BS 4 De ogen

BS 4 de Ogen
1 / 35
next
Slide 1: Slide
BiologiePraktijkonderwijsLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

BS 4 de Ogen

Slide 1 - Slide

Nakijken opdrachten:
BS 3: 1, 2, 3, 4, 5, 6.

Slide 2 - Slide

Een prikkel voor je oren is?
A
geur
B
geluid
C
smaak
D
licht

Slide 3 - Quiz

Hoe heten de 2 lagen van de huid van buiten naar binnen?
A
Kiemlaag en hoornlaag
B
Opperhuid en kiemlaag
C
Opperhuid en hoornlaag
D
Opperhuid en lederhuid

Slide 4 - Quiz

Drukzintuigen liggen in het zintuig de oren.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quiz

Wat zit er in het slakkenhuis?
A
de gehoorbeentjes
B
de oorsmeerklieren
C
zintuigcellen met haartjes
D
de gehoorzenuw

Slide 6 - Quiz

Wat is de taak van de zintuigcellen in het slakkenhuis?
A
Geeft de trilling door aan de gehoorzenuw
B
brengt de trilling naar de hersenen
C
Zet de geluidsprikkel om in een impuls
D
Zet de trilling om in een prikkel

Slide 7 - Quiz

Wat is de taak van de buis van Eustachius?
A
Geluid doorgeven aan het trommelvlies
B
Zorgen dat de luchtdruk aan beide kanten van het trommelvlies gelijk blijft
C
Trillingen doorgeven tussen de gehoorbeentjes
D
Impulsen doorgeven aan de gehoorzenuw

Slide 8 - Quiz

De ´buis van Eustachius` verbindt
A
de trommelholte met het middenoor
B
de oorschelp met de keelholte
C
het slakkenhuis met de trommelholte
D
de trommelholte met de keelholte

Slide 9 - Quiz

Buis van Eustachius
Luchtdruk van gehoorgang en trommelholte moet gelijk zijn, dan werkt het trommelvlies het beste

  • Bij slikken of gapen, gaat via de buis van Eustachius lucht  van de trommelholte  naar de keelholte of andersom.

Slide 10 - Slide

BS De Ogen

Slide 11 - Slide

Leerdoel


Je kunt de bouw en werking van het oog beschrijven

Je kunt benoemen hoe een bril je beter helpt om te zien

Slide 12 - Slide

Buitenkant oog
  • Ooglid met wimpers: houden stof, vuil en licht uit het oog
  • Wenkbrauwen: houden zweet/vocht uit het oog
  • Harde oogvlies: witte gedeelte in je oog 
  • Iris: gekleurde deel van je oog
  • Pupil: opening in de iris die hoeveelheid licht regelt
  • Over de iris en pupil ligt het hoornvlies, deze is doorzichtig

Slide 13 - Slide

Buitenkant oog
Boven de ogen liggen traanklieren:: maken traanvocht.
Tijdens het knipperen 
wordt traanvocht over ogen 
verdeeld zodat deze niet uitdrogen en spoelt het stof weg.
Teveel vocht wordt via traanbuizen 
afgevoerd naar neusholte.

Slide 14 - Slide

Binnenkant oog
oogspieren: draaien ogen in richting waarin je kijkt
- vast aan harde oogvlies

glasachtig lichaam: oogbol mee gevuld

lens: zorgt ervoor dat je scherp kunt zien 

Slide 15 - Slide

Binnenkant oog

Slide 16 - Slide

De binnenkant van het oog
3 lagen:
Harde oogvlies
- bescherming 
Vaatvlies
- bloedvaten 
Netvlies
- zintuigcellen: hierin worden prikkels 
omgezet in impulsen en via oogzenuw naar 
hersenen

Slide 17 - Slide

Bouw en functie
Gele vlek: hiermee zie je het scherpst (daar waar je naar kijkt, valt op dit gebied van het netvlies)

Blinde vlek: daar verlaten de zenuwcellen het oog. 
In de blinde vlek liggen geen zintuigcellen

Slide 18 - Slide

Werking van ogen
Lens kan boller of platter worden

Slide 19 - Slide

Bijziend

Dichtbij goed zien, veraf niet.

Holle lenzen (-lenzen)
Verziend

Veraf goed zien, dichtbij niet

Bolle lenzen (+lenzen)

Slide 20 - Slide

Ezelsbruggetje!!

Ben je Bijziend kun je alles dichtBij goed zien 
en in de verte niet! 

Ben je Verziend kun je in de Verte goed zien 
maar dichtbij niet!

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Video

Aan het werk:
Maken opdrachten: 1, 2, 3, 4, 5, 6
timer
10:00

Slide 23 - Slide

Het hoornvlies in je ogen is:
A
gekleurd
B
doorzichtig
C
een gat
D
wit

Slide 24 - Quiz

hoe heet het bot
waar je ogen in liggen?
A
de oogleden
B
de wimpers
C
de oogkassen
D
de iris

Slide 25 - Quiz

Wat zorgt ervoor dat
je ogen nat blijven
en dus niet uitdrogen?
A
de oogleden
B
de wimpers
C
de oogkassen
D
de iris

Slide 26 - Quiz

Wat helpt als je lens niet goed werkt?
A
nieuwe ogen
B
een bril of lenzen
C
een operatie
D
niks helpt dan

Slide 27 - Quiz

Wat is het netvlies?
A
een soort tv-scherm waarop het beeld dat je ziet terechtkomt
B
zorgt dat je scherp ziet
C
geeft kleur aan je ogen
D
een soort netflix

Slide 28 - Quiz

hoe heet het witte deel
van je oog?
A
de pupil
B
de wimper
C
het oogwit
D
de iris

Slide 29 - Quiz

hoe heet het zwarte
rondje in je oog?
A
de pupil
B
de wimper
C
het oogwit
D
de iris

Slide 30 - Quiz

hoe heet
het gekleurde deel
in je oog?
A
de pupil
B
de wimper
C
het oogwit
D
de iris

Slide 31 - Quiz

hoe heten
de haartjes boven
en onder
je oog?
A
de pupil
B
de wimpers
C
het oogwit
D
de iris

Slide 32 - Quiz

Het vaatvlies in je oog zorgt voor :
A
traanvocht
B
stevigheid
C
zuurstof en voeding voor je oog
D
spanning in je oog

Slide 33 - Quiz

Waar zit het netvlies in je oog?
A
voor in je oog
B
in je wenkbrauwen
C
aan de achterkant
D
in je hersenen

Slide 34 - Quiz

Welke vier onderdelen horen bij je oog?
A
pupil, zenuw, oorschelp, netvlies
B
pupil, zenuw, ooglens, netvlies
C
pupil, zenuw, ooglens, Netflix
D
pupil, zenuw, gehoorgang, netvlies

Slide 35 - Quiz