STD -2

1 / 45
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Inhoud
Woord-web
Terugblik vorig week
Verwachtingen voor komend week/ jaar
studievaardigheden
betekenis


Slide 2 - Slide

terugblik vorige week
Welke vakken gingen moeilijk?
Welke vakken gingen gemakkelijk?

Slide 3 - Slide

verwachtingen komende week
Wat blijf ik zo doen?
Wat wil ik verbeteren?
Hoe ga ga ik dat doen?
Waaraan kan ik straks zien dat het goed gaat?

Slide 4 - Slide

The happiness of your life depends upon the quality of your thoughts.

Slide 5 - Slide

Quiz: Doelgericht gedrag

Slide 6 - Slide

Noem iets wat je
supergraag wilt bereiken
(nu of later)

Slide 7 - Mind map

Denk je dat dit doel
haalbaar voor je is?
A
JA!
B
NEE!
C
Met veel geluk!
D
Als ik er superhard voor werk!

Slide 8 - Quiz

Wat is doelgericht
gedrag volgens jou?

Slide 9 - Mind map


Bij doelgericht gedrag heb je een doel dat je graag wilt behalen!

Slide 10 - Slide

Wat is motivatie
volgens jou?

Slide 11 - Mind map

Motivatie hebben is de basis om aan de slag te gaan met een doel, of het nu voor school is of voor andere dingen...

Slide 12 - Slide

Intrensieke Motivatie
Extrinsieke motivatie

Slide 13 - Slide

Intrinsieke Motivatie

komt vanuit jezelf. Je wilt iets zelf, bijvoorbeeld omdat je het heel leuk vindt!
Extrinsieke motivatie

ontstaat vanuit de omgeving. Dingen van buiten jezelf motiveren je iets te doen!

Slide 14 - Slide

Intrinsieke motivatie of extrinsieke motivatie?
Intrensiek
Extrensiek
Je wilt supergraag profvoetballer worden
Je moet van je ouders de havo halen!
Je vrienden dragen een bepaald merk waardoor jij deze kleding ook wil!
Je doet extra je best bij Engels, omdat je later een reis door Amerika wilt maken!
Je doet mee aan een sport omdat je prijzen wilt winnen!

Slide 15 - Drag question

Wat heb je nodig om het schooljaar succesvol af te sluiten?

Slide 16 - Open question

studievaardigheden
Wat wordt daarmee bedoeld?
Waarom zijn deze vaardigheden belangrijk?

Slide 17 - Slide

studievaardigheden

Slide 18 - Mind map

Studievaardigheden  
  • Wat zijn studievaardigheden?

Slide 19 - Slide

Studievaardigheden  
  • Wat zijn studievaardigheden?
  • Bv. kaart lezen, bronnen lezen en toepassen, informatie opzoeken op het Internet.

Slide 20 - Slide

Studievaardigheden  
  • Wat zijn studievaardigheden?
  • Bv. kaart lezen, bronnen lezen en toepassen, informatie opzoeken op het Internet.
  • In het begin kost dat wel moeite, maar naarmate je dit vaker doet, gaat het steeds meer vanzelf.

Slide 21 - Slide

Leerstrategieen
  • Wat zijn leerstrategieen?

Slide 22 - Slide

Leerstrategieen
  • Wat zijn leerstrategieen?
  • Leerstrategieën zijn concrete manieren van leren die je bewust kunt inzetten om het leren zo soepel mogelijk te laten verlopen. 

Slide 23 - Slide

Leerstrategieen
  • Wat zijn leerstrategieen?
  • Leerstrategieën zijn concrete manieren van leren die je bewust kunt inzetten om het leren zo soepel mogelijk te laten verlopen. 
  • Je zet een leerstrategie actief en bewust in.

Slide 24 - Slide

Leerstrategieen
  • Wat zijn leerstrategieen?
  • Leerstrategieën zijn concrete manieren van leren die je bewust kunt inzetten om het leren zo soepel mogelijk te laten verlopen. 
  • Je zet een leerstrategie actief en bewust in. 
  • Bv: plannen van een opdracht, het terugkijken op fouten en het verbinden van zelfbedachte voorbeelden aan de leerstof.

Slide 25 - Slide

Leerstrategieen
  • Wat zijn leerstrategieen?
  • Leerstrategieën zijn concrete manieren van leren die je bewust kunt inzetten om het leren zo soepel mogelijk te laten verlopen. 
  • Je zet een leerstrategie actief en bewust in. 
  • Bv: plannen van een opdracht, het terugkijken op fouten en het verbinden van zelfbedachte voorbeelden aan de leerstof. 
  • Dat vereist allemaal een actieve, bewuste inspanning.

Slide 26 - Slide

Welke leer strategieën zijn er?
  • Selecteren: markeren, onderstrepen. Onderscheid maken tussen  belangrijke en minder belangrijke gedeeltes.

Slide 27 - Slide

Welke leer strategieën zijn er?
  • Selecteren: markeren, onderstrepen. Onderscheid maken tussen  belangrijke en minder belangrijke gedeeltes.
  • Relateren: nieuwe informatie in verband proberen te brengen met wat je al weet.

Slide 28 - Slide

Welke leer strategieën zijn er?
  • Selecteren: markeren, onderstrepen. Onderscheid maken tussen  belangrijke en minder belangrijke gedeeltes.
  • Relateren: nieuwe informatie in verband proberen te brengen met wat je al weet.
  • Structeren: samenvattingen, schema's, mindmaps.

Slide 29 - Slide

Welke leer strategieën zijn er?
  • Selecteren: markeren, onderstrepen. Onderscheid maken tussen  belangrijke en minder belangrijke gedeeltes.
  • Relateren: nieuwe informatie in verband proberen te brengen met wat je al weet.
  • Structureren: samenvattingen, schema's, mindmaps.
  • Kritisch verwerken: persoonlijke stelling innemen.

Slide 30 - Slide

Welke leer strategieën zijn er?
  • Selecteren: markeren, onderstrepen. Onderscheid maken tussen  belangrijke en minder belangrijke gedeeltes.
  • Relateren: nieuwe informatie in verband proberen te brengen met wat je al weet.
  • Structeren: samenvattingen, schema's, mindmaps.
  • Kritisch verwerken: persoonlijke stelling innemen.
  • Concretiseren: zelf op zoek gaan naar voorbeelden.

Slide 31 - Slide

Welke leer strategieën zijn er?
  • Selecteren: markeren, onderstrepen. Onderscheid maken tussen  belangrijke en minder belangrijke gedeeltes.
  • Relateren: nieuwe informatie in verband proberen te brengen met wat je al weet.
  • Structeren: samenvattingen, schema's, mindmaps.
  • Kritisch verwerken: persoonlijke stelling innemen.
  • Concretiseren: zelf op zoek gaan naar voorbeelden.
  • Toepassen: zelf toepassingen maken om de leerstof beter te begrijpen.

Slide 32 - Slide

Algemeen:
  • Plannen en voorspellen: wanneer doe je wat en hoe lang doe je erover

Slide 33 - Slide

Algemeen:
  • Plannen en voorspellen: wanneer doe je wat en hoe lang doe je erover?
  • Monitoren en controleren: bekijken en bijhouden van je werk en het controleren daarvan

Slide 34 - Slide

Algemeen:
  • Plannen en voorspellen: wanneer doe je wat en hoe lang doe je erover?
  • Monitoren en controleren: bekijken en bijhouden van je werk en het controleren daarvan.
  • Evalueren en reflecteren: na de toets bekijken wat ging goed en fout en daarmee aan de slag gaan.

Slide 35 - Slide

Algemeen:
  • Plannen en voorspellen: wanneer doe je wat en hoe lang doe je erover?
  • Monitoren en controleren: bekijken en bijhouden van je werk en het controleren daarvan.
  • Evalueren en reflecteren: na de toets bekijken wat ging goed en fout en daarmee aan de slag gaan.
  • Herhalen: herhalen van bovenstaande punten.

Slide 36 - Slide

Tips voor plannen en organiseren:
1. Schrijf alles op in een agenda: afspraken, toetsen, vrije tijd, sport, verslagen, PO’s, lessen. Dit biedt structuur. 

Slide 37 - Slide

Tips voor plannen en organiseren:
1. Schrijf alles op in een agenda: afspraken, toetsen, vrije tijd, sport, verslagen, PO’s, lessen. Dit biedt structuur. 
2. Weekplanner/ what to do list. Afvinken wanneer je een taak afhebt. Dit geeft zelfvertrouwen! 

Slide 38 - Slide

Tips voor plannen en organiseren:
1. Schrijf alles op in een agenda: afspraken, toetsen, vrije tijd, sport, verslagen, PO’s, lessen. Dit biedt structuur. 
2. Weekplanner/ what to do list. Afvinken wanneer je een taak afhebt. Dit geeft zelfvertrouwen! 
3. Markeer met verschillende kleurtjes. Bv. geel = lessen, groen = toetsen, ect.
 

Slide 39 - Slide

4. Kijk vooruit: niet alleen naar wat je morgen moet doen, maar ook naar de dagen die daarna volgen. 

Slide 40 - Slide

4. Kijk vooruit: niet alleen naar wat je morgen moet doen, maar ook naar de dagen die daarna volgen. 
5. Houd rekening met je planning; doe wat meer in de dagen dat het rustig is. 

Slide 41 - Slide

4. Kijk vooruit: niet alleen naar wat je morgen moet doen, maar ook naar de dagen die daarna volgen. 
5. Houd rekening met je planning; doe wat meer in de dagen dat het rustig is. 6. Discipline is nodig! 

Slide 42 - Slide

4. Kijk vooruit: niet alleen naar wat je morgen moet doen, maar ook naar de dagen die daarna volgen. 
5. Houd rekening met je planning; doe wat meer in de dagen dat het rustig is. 
6. Discipline is nodig! 
7. Beloon jezelf! 

Slide 43 - Slide

Oefenen met leerstrategieen 
- structureren: samenvatten of mindmap
- toepassen:  formule toepassen in nieuwe situaties.

Slide 44 - Slide

Afsluiting
Dank voor jullie
aandacht en tot vrijdag!



Slide 45 - Slide