Co les 1 voorbereiding toets problemen in de ontwikkeling

Semester 4
CO 4.1 (BPV) Reageert op onvoorziene situatie 
CO 4.2 De zorg van de toekomst: jouw visie (les) 
CO 4.3 Multidisciplinair samenwerken (les)  a.s zondag inleveren 
CO 4.4. Observeren en signaleren (les) 
Co 4.5 kenniskompas toets CO 4

Na meivakantie:  werken aan CO 4.4. en voorbereiding op de kennistoets. 



1 / 38
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Semester 4
CO 4.1 (BPV) Reageert op onvoorziene situatie 
CO 4.2 De zorg van de toekomst: jouw visie (les) 
CO 4.3 Multidisciplinair samenwerken (les)  a.s zondag inleveren 
CO 4.4. Observeren en signaleren (les) 
Co 4.5 kenniskompas toets CO 4

Na meivakantie:  werken aan CO 4.4. en voorbereiding op de kennistoets. 



Slide 1 - Slide

Programma
Doornemen opdracht 4.4. Doornemen stappen en bijlagen
Opfrissen normale en afwijkende ontwikkeling middels lesson-up
26 slides :
 8 over de opdracht
10 multipl ch vragen 
De rest theorie + bronnen!
Dan
Stel je doel voor vandaag 
Zelfstandig werken
Laat je werk zien - rondje coaching
Fijne vakantie :-) 


Slide 2 - Slide

lesopdracht: observeren en signaleren

Slide 3 - Slide

Ontwikkelingspsychologie

Slide 4 - Slide

Let op:  volledig filmpje, niet een trailer. 2 tal: beide ander filmpje/casus. 
Zelfde uitstroomniveau
Duidelijk namen en wiens werk 

Slide 5 - Slide

Voorbereiding:

1. Kies een op youtube een casus uit de serie: “Je zal het maar hebben”.
2. Bekijk het filmpje en beschrijf de casus in een aantal zinnen.
3. Maak het observatieplan (bijlage 1) aan de hand van je eerste indruk van de casus.
4. Beschrijf de normale ontwikkeling voor iemand met dezelfde leeftijd als de hoofdpersoon 
(gebruik hiervoor bijlage 2).


Uitvoering:

5. Bekijk het filmpje nogmaals aan de hand van je observatieplan en let op :
a. Signalen die wijzen op afwijkende lichamelijke, cognitieve, sociale, emotionele of seksuele ontwikkeling.
b. Situaties waarin de hoofdpersoon specifieke wensen of behoeften benoemt.

Slide 6 - Slide

6. Vul aan de hand van je observatie bijlage 3 en 4 in.
a. Ontwikkelingsgebieden: Beschrijf welke afwijkingen de hoofdpersoon vertoont ten opzichte van de normale ontwikkeling (bijlage 3).
b. Wensen en behoeften: Benoem welke wensen en behoeften de hoofdpersoon benoemt (bijlage 4).


Slide 7 - Slide

Evaluatie: 7. Vorm een tweetal (met hetzelfde uitstroomniveau) en werk onderstaande vragen uit:
a. Kijk per casus welke conclusie jullie kunnen trekken wanneer je bijlage 2 en 3 naast elkaar legt.
b. Beschrijf per casus hoe je als zorgverlener zou kunnen inspelen op de behoeften en signalen die zijn waargenomen.
c. Welke uitdagingen kun je verwachten bij het observeren en signaleren in de praktijk?


Slide 8 - Slide

lichamelijke, 
cognitieve, 
sociale, 
emotionele
seksuele ontwikkeling


Per leeftijdsfase
Bron
https://www.ncj.nl/wp-content/uploads/media-import/docs/d5771c50-bac7-4fb6-a307-e302b14d664b.pdf

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Wat valt er onder cognitieve ontwikkeling?
A
Lichamelijke ontwikkeling: grove en fijne motoriek
B
De menopauze bij vrouwen
C
Omgang met je omgeving zoals je familie en vrienden
D
Mentale functies zoals bv geheugen, denken , plannen en organiseren

Slide 11 - Quiz

Cognitieve ontwikkeling
Wat neemt tijdens de ontwikkeling van de hersenen toe?
A
Lange termijn geheugen
B
Slaapbehoefte
C
Neurologische verbindingen
D
Zenuwactiviteit

Slide 12 - Quiz

De cognitieve ontwikkeling kan NOOIT hoger zijn dan de emotionele ontwikkeling?
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 13 - Quiz

Voorplantingsorganen gaan ontwikkelen, hormoon ontwikkeling, verward en onzeker horen bij
A
schoolkind
B
pubertijd
C
Adolescent
D
Volwassene

Slide 14 - Quiz

Schoolkinderen ontwikkelen een sterker besef van hun eigen identiteit, interesses en vaardigheden. Deze ontwikkeling hoort bij de:
A
Cognitieve ontwikkeling
B
Sociaal-emotionele ontwikkeling
C
Lichamelijke ontwikkeling
D
Motorische ontwikkeling

Slide 15 - Quiz

Ontwikkelen is:
A
Groeien
B
Vooruitgaan
C
Duurzaam veranderen

Slide 16 - Quiz

De adolescent zit op zijn/haar top van ontwikkeling. Over welke ontwikkelingen hebben we het dan?
A
Spierkracht
B
Uithoudingsvermogen
C
Denkvermogen
D
Lichaamslengte

Slide 17 - Quiz

Hoe ontwikkelen mensen zich?
A
Op alle ontwikkelingsgebieden verschillend
B
Op alle ontwikkelingsgebieden gaat het even hard of langzaam

Slide 18 - Quiz

Welk verband is er tussen de lichamelijke ontwikkeling en de sociale ontwikkeling?
A
Schaamte
B
Roddelen
C
Groepsdruk
D
Geen

Slide 19 - Quiz

Cognitieve ontwikkeling, lichamelijke ontwikkeling en sociale ontwikkeling zijn voorbeelden van?
A
Ontwikkelingstaken
B
Ontwikkelingsstimulering
C
Ontwikkelingsaspecten
D
Ontwikkelingsfasen

Slide 20 - Quiz

Bron
https://www.studeersnel.nl/nl/document/friesland-college/anatomie/ontwikkelingspsychologie/94211692?sid=01776403253&shared=n

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

We
Mogelijke problemen - afwijkende ontwikkeling 

Slide 26 - Slide

Hechting
  • Eerste 3 jaar, gebeurt instinctief
  • Creëert basisvertrouwen voor het leven in andere mensen
  • Veilige en onveilige hechting
  • Geremde en ontremde hechting 

Slide 27 - Slide

Bij de baby moet het hechtingsproces nog op gang komen.
Wat is een voorwaarde voor veilige hechting?
A
Er is steeds een wisseling van opvoeders.
B
Er moet sprake zijn van responsief gedrag bij de vaste ouders/opvoeders.
C
Er is alleen aandacht voor de lichamelijke behoefte van het kind.
D
Je moet af en toe een baby langer laten huilen.

Slide 28 - Quiz

Is hechtingsproblematiek hetzelfde als hechtingsstoornis?
A
ja
B
nee

Slide 29 - Quiz

Veilige hechting uit zich door
A
dat een kind zelf op onderzoek uit gaat
B
dat een kind weinig steun van ouders verwacht
C
dat een ouder beschermend is
D
dat een kind niet bij de ouder weg wil

Slide 30 - Quiz

Hechting is belangrijk voor de:
A
Sociaal-emotionele ontwikkeling
B
Cognitieve ontwikkeling
C
Taalontwikkeling
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 31 - Quiz

Hechtingsproblematiek vs. hechtingsstoornis
  • Kind/jongere die niet goed gehecht is heeft niet meteen een hechtingsstoornis. 

  • 25 - 30 % van de Nederlandse bevolking is niet volledig veilig gehecht.

  • 1 % van de Nederlandse bevolking heeft een hechtingsstoornis. 

Slide 32 - Slide

Hechtingsstoornis
  • Volgens DSM-5 te classifiseren onder de categorie "reactieve hechtingsstoornis"
  • Kind heeft geen duidelijk aanwijsbaar hechtingsfiguur, heeft dus geen gehechtheidsrelatie gevormd. 
  • Onderscheid twee type: 
  1. Ongeremde type
  2. Geremde type

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Hechting

Slide 36 - Slide

Er zijn 4 soorten hechting:

Veilige hechting;
Onveilig vermijdende hechting; 
Onveilig ambivalente hechting;
Gedesorganiseerde hechting;



Slide 37 - Slide

BBL  4.4 
lesopdracht: observeren
 en signaleren

Slide 38 - Slide