HV2 week 12-2 les 12 koppelww en ng

Te behandelen grammatica Kern P3
H5 Taalkundig ontleden (zelfstandig naamwoord, lidwoord, bijvoeglijke naamwoord, bijwoord, voorzetsel. voornaamwoorden, soorten werkwoorden): afgerond

H6 Redekundig ontleden (persoonsvorm, onderwerp, werkwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp, bijwoordelijke bepaling): afgerond

H20 Koppelwerkwoord en naamwoordelijk gezegde: afgerond

H21 Voornaamwoorden & telwoorden: afgerond

H35 Samengestelde zinnen en voegwoorden:

H36 Bijvoeglijke bepaling & bijstelling: afgerond


1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Te behandelen grammatica Kern P3
H5 Taalkundig ontleden (zelfstandig naamwoord, lidwoord, bijvoeglijke naamwoord, bijwoord, voorzetsel. voornaamwoorden, soorten werkwoorden): afgerond

H6 Redekundig ontleden (persoonsvorm, onderwerp, werkwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp, bijwoordelijke bepaling): afgerond

H20 Koppelwerkwoord en naamwoordelijk gezegde: afgerond

H21 Voornaamwoorden & telwoorden: afgerond

H35 Samengestelde zinnen en voegwoorden:

H36 Bijvoeglijke bepaling & bijstelling: afgerond


Slide 1 - Slide

Toetsen P3
Grammatica: 10 of 12 april (staat in SOM)

Leesvaardigheid: 15 en 17 mei (noteer in je agenda)


Slide 2 - Slide

Vandaag

Lezen
Herhaling naamwoordelijk gezegde en koppelwerkwoorden


Slide 3 - Slide

Lezen
timer
10:00

Slide 4 - Slide

Lesdoelen
Na deze les:

weet je hoe je het naamwoordelijk gezegde vindt in een zin en herken je de koppelwerkwoorden.

Slide 5 - Slide

Filmpje naamwoordelijk gezegde


Klik hier voor het filmpje met uitleg over het naamwoordelijk gezegde.

Slide 6 - Slide

Naamwoordelijk gezegde NG
Wat + PV + OW + overige werkwoorden = NG

NG: bestaat uit een werkwoordelijk deel en een naamwoordelijk deel

ALS ER EEN NG IN EEN ZIN ZIT DAN ZIT ER NOOIT EEN LV IN DE ZIN!!!

Het NG bestaat uit:
1. een werkwoordelijk deel (alle werkwoorden in de zin, waarvan 1 is een koppelwerkwoord is)
2. een naamwoordelijk deel (zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord dat een eigenschap aan het onderwerp koppelt).


Slide 7 - Slide

Naamwoordelijk gezegde
Eigenschappen koppelen we aan mensen/dieren/dingen met een koppelwerkwoord.

Het koppelwerkwoord ZIJN is het bekendste. 
Namelijk: wij zijn iets of Bram is iets.

Koppelwerkwoorden:
zijn worden blijven blijken lijken schijnen (heten dunken voorkomen)

Slide 8 - Slide

Koppelwerkwoorden
ZWaBBeLS
zijn - worden - blijven 
 blijken - lijken - schijnen
heten - dunken - voorkomen

Slide 9 - Slide




WG (zinnen met een zelfstandig werkwoord)
Zegt wat iemand of iets doet.
Die jongen heeft gesport.
• OW die jongen
• ZWW gesport
• HWW heeft



NG (zinnen met een koppelwerkwoord)
Zegt wat iemand is (of wordt, blijft, lijkt).

Die jongen is sportief.
• OW die jongen
• Met een NG wordt aan jou vertelt wat het onderwerp IS.
• Die jongen is sportief.
• KWW is
• NG is sportief (WWD is / NWD sportief)

Bram lijkt me verslaafd aan gamen: verslaafd lijken is net als verslaafd zijn en dat is iets zijn, namelijk verslaafd aan gamen. Bram is hier iets.


Werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?

Slide 10 - Slide

Huiswerk nakijken

H20 opdr. 1, 2 en 3

Slide 11 - Slide

Huiswerk

H20 maken opdr. 5 t/m 7

Slide 12 - Slide

Aan de slag
Maak je huiswerk. 

Ja mag overleggen met je buur, maar doe dit zachtjes. 

Slide 13 - Slide

Zijn voor jou de lesdoelen behaald

Ik kan in een zin het volgende zinsdeel benoemen:
- naamwoordelijk gezegde

Slide 14 - Slide

Volgende les


We gaan verder met H20 naamwoordelijk gezegde

Slide 15 - Slide


Fijne dag en tot de volgende les.
tot de volgende keer!

Slide 16 - Slide