**Beschouwing HAVO 4 (2021)

SCHRIJFVAARDIGHEID
HAVO 4
BESCHOUWING
2021
1 / 33
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 33 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

SCHRIJFVAARDIGHEID
HAVO 4
BESCHOUWING
2021

Slide 1 - Slide

HET DOEL VAN DE LESSENSERIE

  • Jullie leren hoe een goede beschouwende tekst is opgebouwd;
  • Jullie leren wat een beschouwing is;
  • Jullie leren een goed schrijfplan te maken;
  • Jullie kunnen het geleerde toepassen en zelf een beschouwing schrijven.

Slide 2 - Slide

OPDRACHT
  • Zoek in je lesboek of op internet op wat de verschillen zijn tussen een betoog en een beschouwing.

  • Nabespreking klassikaal

 

Slide 3 - Slide

Wat is een beschouwing?
Een beschouwing is een tekst waarin een onderwerp van verschillende kanten besproken wordt. De schrijver geeft zelf geen mening over het onderwerp.
Het doel is de lezers ZELF een mening over het onderwerp te laten vormen. Dat noemen we een opiniërende tekst.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

De werkwijze
  • Je gaat een beschouwing schrijven;
  • Je haalt de informatie uit artikelen;
  • Eerst schrijf je een proefbeschouwing;
  • Je kiest een onderwerp voor de echte opdracht.

Slide 6 - Slide

ONDERWERPEN (1)
  • Moet Nederland uit de euro/EU, ja of nee?
  • Onze overheid moet drugs/ XTC wel/niet vrijgeven.
  • Leeftijdsgrens alcohol: 18 is goed of verhogen/verlagen?
  • Moet de overheid inentingen voor kinderen verplichten, ja of nee? ​
  • Is een coronavaccin belangrijk of niet?
  • Heeft de Nederlandse regering het coronabeleid goed aangepakt? Waarom wel/niet?
  • Is een diploma zonder centraal eindexamen volwaardig, ja/nee?
  • Afvalscheiding, is het nuttig of niet?
  • Netflix moet films en series met discriminerende en stereotyperende ideeën verwijderen, ook als dat oude films zijn. Terecht idee of niet? (N.a.v. Black Lives Matter)
  • Mag de overheid zich bemoeien met ons eetgedrag, ja of nee? 

Slide 7 - Slide

ONDERWERPEN (2)
  • Als je een onderwerp hebt gekozen, geef je dat door aan de docent;
  • Ga minimaal 5 artikelen over je onderwerp zoeken;
  • Kijk ook eens in de krantenbank van een mediatheek/bibliotheek of Internet.

  • https://academic.lexisnexis.nl/krantenbank/advancedsearch-form/



Slide 8 - Slide

NU NOG WAT THEORIE...

Slide 9 - Slide

TEKSTDOEL
  • Het tekstdoel van een beschouwing is dus opiniëren;
  • Je leest bijvoorbeeld voor- en nadelen van een onderwerp;
  • De lezer kan zelf een mening vormen over het onderwerp;
  • Beschouwingen kunnen op verschillende manieren opgebouwd worden;
  • Je gaat de beschouwing op de volgende manier doen: In je beschouwing laat je verschillende meningen over een onderwerp aan bod laten komen.

Slide 10 - Slide

HOOFDGEDACHTE
  • Bepaal eerst de hoofdgedachte: Het belangrijkste wat je wilt vertellen in één zin.
 
Enkele voorbeelden:

* De meningen over het toelaten van vluchtelingen lopen nogal uiteen.
* Zouden we vluchtelingen moeten opnemen in ons land?

Slide 11 - Slide

OPBOUW BESCHOUWING
  • INLEIDING
  • MIDDENSTUK
  • SLOT

Slide 12 - Slide

INLEIDING
INLEIDING:
A: aandacht van de lezer trekken; 

  • voorbeeld / anekdote;
  • geschiedenis;
  • actualiteit;

B: onderwerp introduceren;

  • een vraag stellen.


Slide 13 - Slide

THEORIE (VOORBEELD INLEIDING)
Dag Zwarte Piet of blijf je 

Anniek is zes jaar en zit in groep drie van de basisschool. Elk jaar in december wordt het Sinterklaasfeest gevierd op school en thuis. Anniek vindt het een geweldig feest. Ze zingt sinterklaasliedjes, mag haar schoen zetten en maakt mooie tekeningen voor Sinterklaas. Haar moeder geeft haar chocolademelk met speculaas en Anniek geniet ervan.
Sinterklaas komt al eeuwen met zijn Zwarte Pieten naar Nederland en vele kinderen vinden dat leuk. Toch zijn er elk jaar weer felle discussies of de traditie van Zwarte Piet, als knecht van de blanke Sinterklaas, zou moeten worden afgeschaft. Het is inmiddels niet alleen meer een nationale, maar zelfs een internationale discussie geworden. Moet Nederland de traditie van Zwarte Piet stoppen?

Slide 14 - Slide

MIDDENSTUK
  • In het middenstuk ga je het onderwerp bespreken;
  • In deze beschouwing ga je 2 argumenten voor en 2 argumenten tegen geven;
  •  In een beschouwing is je doel NIET om de lezer van je eigen mening te overtuigen;

  • ALINEA'S
  • Per alinea bespreek je één deelonderwerp: de mening van een deskundige (of deskundige instantie). 
  • Een alinea heeft een kernzin (de mening);
  • Geef uitleg/toelichting bij deze kernzin.
  • Je bespreekt 2 meningen VOOR het onderwerp en 2 meningen TEGEN het onderwerp.

Slide 15 - Slide

MIDDENSTUK (VOORBEELD)
  • HOOFDGEDACHTE: Zouden jongens en meisjes op middelbare scholen in gescheiden klassen moeten zitten?

  • ARGUMENTEN MIDDENSTUK:
  • Argument 1 (tegen) Dhr. Nep (directeur Streek Lyceum Ede) -> Geen goed idee, jongens en meisjes leren van elkaar.  
  • Dit argument gaan jullie in de alinea vervolgens verder uitwerken;

  • Argument 2 (voor) Mevrouw Janssen (pedagoge Amsterdam) -> Wel een goed idee, leerlingen zullen zich beter kunnen concentreren in gescheiden klassen.
  • Ook dit argument verder uitwerken. Liefst met onderzoeksresultaten. 

Slide 16 - Slide

HET SLOT
  • De hoofdgedachte komt natuurlijk terug in het slot;
  • Geef een samenvatting of conclusie;

  • TIPS :-)

  • Maak de cirkel 'rond'. Dat wil zeggen dat je in het slot terugkomt op wat je in de inleiding hebt verteld;
  • Houd het slot kort (ongeveer 5 à 10 zinnen);
  • Probeer de tekst af te sluiten met een krachtige zin;

  • NIET DOEN :-(

  • Een nieuw deelonderwerp introduceren;
  • Zet geen EINDE onder je tekst.

Slide 17 - Slide

LET OP! In een alinea schrijf je de zinnen achter elkaar door!

:-(

Klimaatverandering is een van de grootste bedreigingen voor de natuur.

IJskappen smelten en woestijnen rukken op.

Het zeeniveau is de afgelopen honderd jaar vijfentwintig centimeter gestegen.

In sommige gebieden hebben planten en dieren niet genoeg tijd zich aan te passen.

_________________________________________________________________________

:-)

Klimaatverandering is een van de grootste bedreigingen voor de natuur. IJskappen smelten en woestijnen rukken op. Het zeeniveau is de afgelopen honderd jaar vijfentwintig centimeter gestegen.  In sommige gebieden hebben planten en dieren niet genoeg tijd zich aan te passen.


Slide 18 - Slide

ALINEA'S VERBINDEN
  • Zorg ervoor dat jullie de alinea's met signaalwoorden/verwijswoorden aan elkaar verbindt. Dit is erg belangrijk, want op die manier wordt de tekst een logisch geheel.

Middenstuk: 

  • Alinea 2: Pietje Puck vindt dat ...
  • Alinea 3: Jannie Peeters geeft eveneens aan dat zij...
  • Alinea 4: Jos Bos van de Plastic Soup Foundation is het hier helemaal niet mee eens...
  • Alinea 5:  Ook Joop Jansen is van mening dat...

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

SCHRIJFPLAN (1)

  • De informatie voor de beschouwing wordt uit artikelen gehaald;
  • Je gaat 2 argumenten voor en 2 argumenten tegen zoeken;
  • Schrijf goed op van wie het argument is;
  • Vervolgens wordt er een schrijfplan ingevuld;
  • Gebruik een blanco schrijfplan op papier;
  • In het schrijfplan 'bouw' je de basis van de tekst;
  • De informatie per alinea wordt beknopt opgeschreven.

Slide 21 - Slide

SCHRIJFPLAN (2)
  • Je gaat het bouwplan per alinea invullen. 

INLEIDING: Aandacht vragen. Schrijf in steekwoorden op hoe jullie dat doen.
Afsluiting inleiding: De vraag van de hoofdgedachte. Bijvoorbeeld: Zou roken overal verboden moeten worden?

MIDDENSTUK 
  1. Professor Van den Bos (Universiteit Groningen) vindt dat roken WEL overal verboden moet worden.           Schrijf in steekwoorden op waarom hij dat vindt. 
  2. Dokter Laan (longarts AMC)  vindt OOK dat roken overal verboden moet worden.   Schrijf in steekwoorden op waarom zij dat vindt.


Slide 22 - Slide

SCHRIJFPLAN (3)
3. ...... vindt dat roken NIET overal verboden moet worden.  Schrijf in steekwoorden op waarom hij dat vindt.

4. Jan Peeters (stichting keuzevrijheid) vindt OOK dat roken NIET verboden kan worden.  
Schrijf in steekwoorden op waarom hij dat vindt.

SLOT
Samenvatting (steekwoorden)
Conclusie (nooit je eigen mening. Bv. De meningen over dit onderwerp lopen erg uiteen en het zal nog wel even duren voor er een definitieve beslissing over wordt genomen. 

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Video

PROEFBESCHOUWING 
  • Je gaat een proefbeschouwing schrijven;
  • De proefbeschouwing heeft maximaal 500 woorden (marge 10%).
  • Je zoekt zelf een onderwerp;
  • Ga die bestuderen aan de hand van internetartikelen;
  • Haal er 2 argumenten voor en 2 argumenten tegen uit (met toelichting: van wie, uitleg...);

Slide 26 - Slide

PROEFBESCHOUWING (2)
  • Maak een papieren schrijfplan;
  • Vul het schrijfplan in; 
  • inleiding, middenstuk (4 alinea's) slot;
  • Totaal 6 alinea's! 
  • Vraag eventueel tussendoor of je op de goede weg bent;
  • De proefbeschouwing schrijf je op een laptop;
  • Sla de proefbeschouwing zorgvuldig op (proefbeschouwing: naam+naam)

Slide 27 - Slide

GA NU MAAR AAN DE SLAG


HEEL VEEL SUCCES!

Slide 28 - Slide

PROEFBESCHOUWING (3)
  • Je mailt de proefbeschouwing uiterlijk dinsdag de 19de 
  • Je krijgt dan feedback in de volgende les
  • aan de hand daarvan verbeter je de beschouwing.

Slide 29 - Slide

Feedback geven op een beschouwing  

Heeft de tekst een titel? 

INLEIDING 
  1. Duidelijke inleiding: bv. anekdote, actualiteit?
  2. Inleiding sluit af met vraagzin (zonder mening)

MIDDENSTUK: GEEF DE VOLGENDE FEEDBACK PER ALINEA:
  1. Begint de alinea met een argument voor/tegen?
  2. Is de rest uitleg/toelichting bij het argument?
  3. Wordt er niet over een ander deelonderwerp geschreven?
  4. Geven de schrijvers niet hun eigen mening?
  5. Zijn de zinnen in de alinea achter elkaar doorgeschreven?
  6. Zijn de alinea's met elkaar verbonden met bv. signaal- of verwijswoorden?

SLOT  

  1. Wordt er een conclusie/samenvatting gegeven?  
  2. Wordt er geen nieuw deelonderwerp beschreven?
  3.  Wordt de beschouwing afgesloten met een goede afsluitende zin?  

TAAL EN VERZORGING

  1. Zijn alle zinnen duidelijk? Zijn er zinnen die niet goed lopen? Onderstreep ze!  
  2.  Markeer de spellingfouten (geel maken) Let ook op werkwoorden, hoofdletters, punten etc. 
  3.  Worden er verkeerde woorden gebruikt in de tekst? Geef aan welke woorden niet goed of niet duidelijk zijn. 
  4.  Ziet de tekst er netjes en overzichtelijk uit?  







 

Slide 30 - Slide

EN NU DE ECHTE...
  • Jullie hebben een onderwerp gekozen;
  • Jullie hebben artikelen gezocht;
  • Ga de artikelen samen bestuderen, geprinte versie of digitaal;
  • Maak aantekeningen van de argumenten voor (2) en tegen (2) die jullie willen gaan gebruiken;
  • Maak aantekeningen van de toelichting per alinea;
  • Ga zorgvuldig het schrijfplan invullen;
  • Tijdens het schrijven van de beschouwing gebruiken jullie het schrijfplan;
  • Zorg dat er voldoende informatie op staat.

Slide 31 - Slide

De opdracht (1)

  • Schrijf een beschouwing met behulp van je bouwplan; 
  • De tekst bestaat uit maximaal 500 woorden (marge 10%);
  • Totaal 6 alinea's;
  • Zet je naam, achternaam en klas op het blaadje;
  • Controleer na afloop je tekst goed;
  • Lever de tekst + schrijfplan in bij de docent;
  • Je krijgt dan feedback en kunt daarna de beschouwing uitwerken.

Slide 32 - Slide

De opdracht (2)

  • Je gaat de beschouwing overschrijven op laptop (nette versie);
  • Je mag nog verbeteringen aanbrengen;
  • Je schrijft de beschouwing in WORD; 
  • Zet je naam bovenaan het document;
  • Mail de beschouwing naar jullie docent; info@bijlesdenhaag.com
  • Onderwerpregel van het mailtje: Beschouwing van: ............................... (naam)                                                            VEEL SUCCES!   

Slide 33 - Slide