Werkwoorden met vaste naamvallen

Naamvallen 
Leerdoel: Weten wat naamvallen zijn en leren ontdekken van de juiste naamval in een Duitse zin.

1 / 44
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 44 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Naamvallen 
Leerdoel: Weten wat naamvallen zijn en leren ontdekken van de juiste naamval in een Duitse zin.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Welke naamvallen zijn er ook al weer?

Slide 2 - Mind map

This item has no instructions

Naamvallen
In het Duits hebben we 4 naamvallen, deze heb je tot nu toe geleerd:
1e (Nominativ)
3e (Dativ)
4e (Akkusativ)

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je nog van de naamvallen?

Slide 4 - Mind map

This item has no instructions

Naamvallen
De naamvallen zijn verbonden aan:
Voorzetsels & functie van zinsdelen (ontleden)

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Welke voorzetsels ken je?

Slide 6 - Mind map

This item has no instructions

Voorzetsels 4e naamval:

durch (door)
ohne (zonder
entlang (langs (evenwijdig aan)) → voor betreffende woord, dan 3e naamval. Erachter, dan 4e naamval
für (voor)
bis (tot)
um (om)
gegen (tegen)
Ezelsbrug: DOEFBUG

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Voorzetsels 3e naamval:
zu (naar)
von (van, door)
außer (behalve)
nach (naar)
gegenüber (tegenover)
bei (bij)
aus (uit)
mit (met)
seit (sinds)
entgegen (tegemoet)
Ezelsbrug: ZVANGBAMSE

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je nog van ontleden?

Slide 9 - Mind map

This item has no instructions

Ontleden stappenplan
1. Wat is het werkwoord?/ Wat zijn de werkwoorden? = het gezegde
2. Wat is het onderwerp? = Wie/Wat + gezegde?
3. Wat is het lijdend voorwerp? = Wie/Wat + gezegde + ow?
4. Wat is het meewerkend voorwerp? = Aan/ Voor wie + gezegde + ow?

Ben je erachter met wat voor zinsdeel je te maken hebt? Dan:
Het onderwerp staat in de 1. naamval
Het lijdend voorwerp in de 4. naamval
Het meewerkend voorwerp in de 3. naamval





Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Persoonlijk en vragend voornaamwoord in de 4e naamval
mij                             mich
jou                             dich
hem/haar/het/     ihn/ sie/ es
ons                            uns
jullie                          euch
hen/ u                       sie/ Sie
wie/wat                    wen/ was

Slide 11 - Slide

dit noemen we de 4e naamval
Persoonlijk en vragend voornaamwoord in de 3e naamval
mij                             mir
jou                             dir
hem/haar/hem/    ihm/ ihr/ ihm
ons                            uns
jullie                          euch
hen/ u                       ihnen/ Ihnen
wie/wat                    wem/ was

Slide 12 - Slide

dit noemen we de 4e naamval
Der-Gruppe
Ein- Gruppe
mein
ein
dein
kein
sein
ihr
unser
euer
Ihr
der
die
das
dies-
jen-
jed-
all-
manch-
solch-
welch-

Slide 13 - Drag question

Deze verdeling kennen is heel belangrijk bij het Adjektiv
Werkwoorden met vaste naamvallen 


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Wat zijn de functies van ,,,hij" & ,,de man" uit de volgende zin?
,,Hij ziet de man."

Slide 15 - Open question

This item has no instructions

Wat zijn de functies van ,,er" & ,,den Mann" in de volgende zin?
,,Er sieht den Mann."

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Wat zijn de functies van ,,ik", ,,hem" & ,,een boek" in de volgende zin?
,,Ik geef hem een boek."

Slide 17 - Open question

This item has no instructions

Wat zijn de functies van ,,ich", ,,ihm" & ,,ein Buch" in de volgende zin?
,,Ich gebe ihm ein Buch."

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Schlussfolgerung:
In deze zinnen zijn de functies van de zinsdelen hetzelfde in het Nederlands en in het Duits.

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

In welke naamval staat het onderwerp?

Slide 20 - Mind map

This item has no instructions

In welke naamval staat het lijdend voorwerp?

Slide 21 - Mind map

This item has no instructions

In welke naamval staat het meewerkend voorwerp?

Slide 22 - Mind map

This item has no instructions

Schlussfolgerung:
Doorgaans worden Nederlandse en Duitse ww met dezelfde naamval verbonden en zijn de naamvallen in een zin hetzelfde. Bij enkele Duitse werkwoorden gaat dit echter anders.

                Lernziel: Ik ken de Duitse werkwoorden, die een eigen vaste naamval krijgen en ik kan deze toepassen.

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Wie? (1)
Na de volgende werkwoorden volgt een Dativ (3e naamval):
  • ähneln = lijken op
  • dienen = dienen
  • glauben = geloven
  • nützen = helpen/ baten/ 
ergens (n)iets aan hebben
  • begegnen = ontmoeten
  • drohen = dreigen
  • gratulieren = feliciteren





  • schaden = schaden (nadeel   opleveren)
  • danken = bedanken *
  • folgen = volgen
  • helfen = helpen *
  • trauen = vertrouwen

Slide 24 - Slide

Niet ontleden dus.
Beispiele (1)
Wir gratulieren dir zu dem neuen Job.
Ich danke Ihnen im Voraus. *
Die Umweltverschmutzung schadet unserer Gesundheit.
Ich glaube dir.
Könnten Sie mir mit dem Visum helfen? *


Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Wie? (2)
Na de volgende werkwoorden volgt een Akkusativ (4e naamval).
  • es gibt = er is/ er zijn *
  • interessieren = interesseren *
  • bitten = verzoeken (je wilt iets hebben) *
  • fragen = vragen  *
  • lehren = leren (doceren, niet zelf leren)
  • kosten = kosten 





Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Beispiele (2)
Gibt es eine Möglichkeit für einen Unterkunft? *
Diese Stelle interessiert mich sehr. *
Ich bitte Sie um eine baldige Antwort. *
Ich frage mich, wie lange den Kurs dauern wird.  *
Er lehrte mich, die deutsche Sprache.
Das hat ihn viel Geld gekostet.

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Link

This item has no instructions

Notiere:
Zelf zo veel mogelijk van wat je nu nog weet van de grammatica-uitleg van vóór de video. Doe dit op een ander blaadje, zodat je niet kunt spieken. 


We trainen nu ons lange termijngeheugen!

timer
1:00

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Beispiel (ich > noteer de stappen): 
Sonnenenergie ....................... (helpen het) Umwelt (w).

1. nützen of helfen
2. Nützen en helfen zijn speciale werkwoorden
3. Krijgen de Dativ.
4. Antwoord: nützt der Umwelt (Hilfsmittel: Tabel! (en werkwoordvervoeging))

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Beispiel (wir > noteer de stappen):
Ich kenne den Weg, du kannst also ....................... (de) blauen Auto (s) (volgen).
1. 
2. 
3. 
4. Antwoord: 

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Beispiel (ihr > noteer de stappen):
Die neuen Pläne ................ (kosten de) Menschen viel Geld.

Slide 32 - Open question

This item has no instructions

Selbstständige Arbeit
Mache Paragraf H online (eigene Lernroute). 

Extra Hilfe: S. 44 + werkwoord vervoegen.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Lernziel: Ik ken de Duitse werkwoorden, die een vaste naamval krijgen.
0100

Slide 34 - Poll

This item has no instructions

Lernziel: Ik kan de Duitse werkwoorden, die een vaste naamval krijgen, toepassen.
0100

Slide 35 - Poll

This item has no instructions

Was haben wir über H Grammatik besprochen?
Notiere so viel du noch weißt!

Slide 36 - Mind map

This item has no instructions

Was soll man immer zuerst machen wenn man mit dem Kasus etwas machen soll?

Slide 37 - Mind map

This item has no instructions

Bei welchen Verben folgt dem Dativ?

Slide 38 - Mind map

This item has no instructions

Bei welchen Verben folgt dem Akkusativ?

Slide 39 - Mind map

This item has no instructions

Ich gratuliere ............. (jij) zum Geburtstag?

Slide 40 - Open question

This item has no instructions

Ich habe ............. (zij) schon ganz oft gehört, aber ich weiß nicht wie sie heißt.

Slide 41 - Open question

This item has no instructions

Gibt es ............. (een) Bäckerei (w) in der Nähe?

Slide 42 - Open question

This item has no instructions

Von ..... (wie) hast du das gehört?

Slide 43 - Open question

This item has no instructions

Der Hilfsdienst hat .............. (de) Menschen geholfen.

Slide 44 - Open question

This item has no instructions