❏ Ik kan de drie niveaus waarop cultuurverschillen zichtbaar zijn noemen, omschrijven en herkennen in en toepassen op een (zelfgekozen) bron.
❏ Ik kan de zes cultuurdimensies van Hofstede noemen, omschrijven en inzetten bij een analyse van cultuurverschillen in een (zelfgekozen) bron.
❏ Ik kan de uitkomsten van een analyse met de dimensies van Hofstede (indexscores) interpreteren en inzetten in een argument over de betreffende cultuurverschillen.
❏ Ik kan minstens één punt van kritiek leveren op de cultuurdimensies van Hofstede.