1. Tegenstellingen in Nigeria

1 / 42
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 42 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Link

Zuid-Nigeria
Tropisch regenwoudklimaat: altijd tussen 25 en 30 C, hele jaar neerslag.
Midden-Nigeria
Savanneklimaat: Net als tropisch klimaat altijd warm maar nu met een droge periode.
Noord-Nigeria
Steppeklimaat: droog, grassen en hier en daar een boom.

Slide 4 - Slide

Opdracht
Bekijk kaarten 175B en 175C en lees ligging en landschappen in je lesboek. 
Geef aan: 
- Welke verschillen je ziet op de kaarten
- Hoe deze verschillen ontstaan, gebruik hierbij aanlandige en aflandige wind als begrippen. 
- Wat de wet van Buys Ballot te maken heeft met de wisseling van de aanlandige en aflandige wind. Gebruik in je antwoord de begrippen: 
lage luchtdruk, hoge luchtdruk, ITCZ (intertropische convergentie zone)
(lastig? gebruik eventueel google of je basisboek voor extra info)

Slide 5 - Slide

1.1 Tegenstellingen in Nigeria
H1 Nigeria: arm en toch rijk

Slide 6 - Slide

Tegenstellingen in Nigeria
Je leert:
  • welke natuurlandschappen in Nigeria voorkomen
  • hoe de bevolkingsspreiding van Nigeria is
  • waarom Nigeria een multicultureel land is
  • wat oorzaken van conflicten in Nigeria zijn

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

Nigeria klimaat

Slide 9 - Slide

Wat gaan we doen?
- herhaling 
- ITCZ / moesson bespreken
- Paragraaf 1/2 maken. 
Leerdoelen
- Je weet wat de ITCZ is. 
- Je begrijpt waarom de ITCZ verplaatst en dat de Hadley cel hierin mee beweegt. 
- Je weet en begrijpt hoe seizoenen ontstaan. 

Slide 10 - Slide

Opdracht
Bekijk kaarten 175B en 175C en lees ligging en landschappen in je lesboek. 
Geef aan: 
- Welke verschillen je ziet op de kaarten
- Hoe deze verschillen ontstaan, gebruik hierbij aanlandige en aflandige wind als begrippen. 
- Wat de wet van Buys Ballot te maken heeft met de wisseling van de aanlandige en aflandige wind. Gebruik in je antwoord de begrippen: 
lage luchtdruk, hoge luchtdruk, ITCZ (intertropische convergentie zone)
(lastig? gebruik eventueel google of je basisboek voor extra info)

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Van Zuid naar Noord
Kustgebied: tropisch regenwoud, moerassen en mangrovebossen

Hele jaar neerslag, behalve in december en januari (aflandige wind door moesson)

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Planning
- bespreken oefentoets
- zelf aan de slag met opdrachten in werkboek. 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

ITCZ
ITCZ (intertropische convergentie zone) ontstaat door de directe verwarming van het aardoppervlak waardoor lucht gaat opstijgen en er uiteindelijk een lagedrukgebied ontstaat.

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Link

Van Zuid naar Noord
Binnenland: savanne

Droge tijd door noordenwind
5 maanden

Slide 23 - Slide

Van Zuid naar Noord
Noorden: Steppe

Overgang Sahara naar tropisch regenwoud

Slide 24 - Slide

Van nat naar droog

Slide 25 - Slide

Stappenplan
1
1. Door de rechte instraling van de zonnestralen en de minder lange afstand door de dampkring verwarmt de zon het aardoppervlak bij de evenaar meer, dit zorgt voor opstijgende lucht en dus een lageluchtdruk.
2
De opstijgende lucht van het lage luchtdruk koelt boven in de atmosfeer af en waait af richting 30NB en 30ZB, hier daalt het en ontstaat er een hoge luchtdruk
3
De wet van Buys Ballot treedt hier in werking doordat lucht altijd van hoge luchtdruk naar lage luchtdruk gaat met een afwijking naar rechts op het noordelijk halfrond en een afwijking naar links op het zuidelijk halfrond en dus ontstaan de passaat winden. 
4
De ITCZ (lage luchtdruk gebied ofwel het tropisch minimum) beweegt mee met de instraling van de zon. Noordelijk halfrond in onze zomermaanden meer zonlicht en dus ITCZ naar het noorden. 
Zuidelijk halfrond gedurende onze wintermaanden en dus de ITCZ naar het zuiden. 
5
Door de beweging van de ITCZ naar het noorden tijdens onze zomermaanden gaan de passaat winden van 30ZB richting de ITCZ waaien (immers, wind gaat van hoge luchtdruk naar lage luchtdruk). 
De ITCZ ligt ten noorden van de evenaar en dus gaat de passaat winden van het zuidelijk halfrond naar het noordelijk halfrond (over de evenaar heen) en krijgen ze dus een andere afwijking, van een afwijking naar links (zuidelijk halfrond) naar een afwijking naar rechts (noordelijk halfrond) dit is de moesson! 
Deze moesson waait aanlandig en zorgt voor veel neerslag. 

Slide 26 - Slide

White men's grave
Nigeria ligt aan de kust van West-Afrika. Vroeger was het een Britse kolonie en voor veel Europeanen een afschrikwekkende plek. Het stond namelijk bekend als White men’s grave (= graf van blanke mensen), omdat veel Europese kolonisten ziek werden en stierven als ze West-Afrika in trokken. Men dacht dat dit kwam door het warme, vochtige klimaat, ziekteverwekkende moerassen en het oneindige regenwoud.

Slide 27 - Slide

Bevolkingsspreiding
Zuid: hoogste bevolkingsdichtheid; grote steden, veel werkgelegenheid, hoogste BRP

Midden en Noord: lagere bevolkingsdichtheid; droger (steppe), minder grote steden, laag BRP

Slide 28 - Slide

Etniciteit

Slide 29 - Slide

Etnische verschillen
  • 250 verschillende groepen
  • 500 talen (Engels)
  • mengelmoes aan religies (Islam + Christen)
  • multicultureel
(Grenzen van kolonie Nigeria)

oplossing: deelstaten met eigen autonomie

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Verschillen in het land
Om de verschillen tegemoet te komen heeft het land verschillende deelstaten met een eigen autonomie. 


Hierdoor kan iedere deelstaat zelf kiezen wat voor hen het beste is. 

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Aan het werk
Rond paragraaf 1 af als je dit nog niet gedaan hebt. 
Werk vervolgens verder aan opdrachten 1 t/m 5 van paragraaf 2. 

Herhaling - Werk het stappenplan van deze lessonup uit over de moesson. 
Verdieping - Pas het stappenplan / ontstaan van de moesson toe in Brazilië, gebruik hiervoor de atlas. 

Tip: lees ook de basisboeknummers goed door!

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Conflicten
  • Macht 
  • Natuurlijke hulpbronnen
  • Religieuze groepen
  • Regionale ongelijkheid

Slide 42 - Slide