Leven met Lichamelijke Beperkingen

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

Waar denk je aan bij een beperking?

This item has no instructions

Waar denk je aan bij een handicap?

This item has no instructions

Waar denk je aan bij een stoornis?

This item has no instructions

Wat is een classificatiemodel?

Een classificatiesysteem, ook wel een typologie, categorisatie, rubricering of kortweg een classificatie (hoewel deze laatste term ook voor de activiteit van het classificeren wordt gebruikt) is een schema volgens welke men objecten kan indelen naar een of meer eigenschappen of kenmerken.



Een verpleegkundige theorie of een model geeft een visie op verpleging; het zet je aan om in een bepaalde richting te denken.

 Met een classificatie leg je gegevens vast en orden je ze in bepaalde categorieën

Helpt het om hiaten te ontdekken.

Voorbeelden classificatiemodel

  •  Bij Nanda-I/NIC/NOC orden je de diagnoses, interventies en uitkomsten (internationaal)

  • Omaha System orden je je gegevens volgens aan-dachtsgebieden, soort actie en actievlakken. (internationaal)


  • Gezondheidspatronen volgens Gordon 

Nanda NIC NOC?

Verpleegkundigen spreken dezelfde taal wat resulteert in betere rapportages, (e-)overdrachten en eenduidiger werken.

NNN vermindert de registratielast en bespaart daardoor tijd.

NNN draagt bij aan meer verpleegkundige zeggenschap doordat het de verpleegkunde meer zichtbaar en inzichtelijk maakt.

De zorgvraag van de patiënt/cliënt staat in NNN centraal en bevordert daarmee snellere zelfredzaamheid.

NNN is evidence based en wereldwijd de meest gebruikte classificatie.

Het Omaha System 

is een classificatiesysteem. Het is een terminologie- en codestelsel in één. Met Omaha System kun je de gezondheidstoestand, acties en metingen voor een cliënt vastleggen. Het is onder andere toepasbaar in de maatschappelijke gezondheidszorg en in de wijkverpleging.

Omaha System: een classificatiesysteem

Het Omaha System is een classificatiesysteem voor zorg en welzijn. De systematiek en de terminologie zijn vastgelegd en dat zorgt ervoor dat iedereen het op dezelfde manier gebruikt en steeds dezelfde termen hanteert, eenheid van taal dus. Het vergemakkelijkt de communicatie met elkaar en met de cliënt. Het is een gids voor de dagelijkse praktijk van zorgverleners en een hulpmiddel om de acties en uitkomsten van de zorg voor cliënten beter te kiezen, sorteren en vastleggen.

Het Omaha System is het meest gebruikte classificatiesysteem voor de wijkverpleging, maar wordt ook gebruikt in verpleeghuizen, gehandicaptensector en in het sociale domein.

Leer meer over hoe Omaha System werkt aan de hand van deze casus en video's.

Bij het gebruik van Omaha System is het nodig dat je als zorgverlener klinisch kunt redeneren. Lees meer over Klinisch redeneren.





De ICIDH (International Classification of Impairments, Disabilities, and Handicaps)

is een classificatiesysteem ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 1980. Het doel van de ICIDH was om een uniform kader te bieden voor het beschrijven van de impact van gezondheidsproblemen op individuen. Het richtte zich op drie niveaus:

Impairments (stoornissen): Verwijst naar afwijkingen of verlies in de lichaamsstructuur of -functie, zoals een gebroken bot of gehoorverlies.

Disabilities (beperkingen): Beschrijft beperkingen in het vermogen om bepaalde activiteiten uit te voeren, zoals lopen, horen of zien.

Handicaps (participatieproblemen): Verwijst naar de sociale gevolgen van een beperking, zoals moeilijkheden bij werk, sociale interactie of deelname aan de maatschappij.

De ICIDH is in 2001 vervangen door de ICF (International Classification of Functioning, Disability, and Health). De ICF hanteert een meer holistische benadering, waarbij niet alleen beperkingen worden bekeken, maar ook aandacht wordt besteed aan positieve aspecten, zoals de mogelijkheden en het functioneren van een individu binnen een sociale context.












ICF 

 Internationale Classificatie van het menselijk Functioneren


Biedt een multidisciplinaire structuur voor het beschrijven van het menselijk organisme 

De ICF is een belangrijke internationale classificatie. In tegenstelling tot de NANDA, NIC en NOC is dit geen verpleegkundige maar een multidisciplinaire taal. De letters ICF staan voor Internationale Classificatie van het menselijk Functioneren. DE ICF is ontworpen op initiatief van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) met als doel een standaardtaal en een structuur te bieden voor het beschrijven van het menselijk functioneren. De ICF kun je zien als een groot woordenboek met heel veel items over het menselijk functioneren. Het biedt begrippen voor het beschrijven van het menselijk functioneren en de problemen die daarin kunnen optreden. In de classificatie is aandacht voor.

• lichaamsstructuren

• het functioneren van delen van het lichaam

• het uitvoeren van activiteiten

• de participatie van personen in de maatschappij

• relevante omgevings- en persoonsgebonden factoren


De ICF wordt onder andere gebruikt als instrument bij het vastleggen van zorgbehoefte en de zorgverlening, het verzamelen en vastleggen van statistische gegevens te behoeve van beleid en het ontwikkelen van lesprogramma’s.


De ICF (International Classification of Functioning, Disability, and Health)

is een classificatiesysteem ontwikkeld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2001. Het biedt een internationaal erkend raamwerk voor het beschrijven van gezondheid en gerelateerde aspecten van functioneren.

De ICF richt zich op een holistische benadering van gezondheid en kijkt naar zowel positieve als negatieve aspecten van functioneren. Het bestaat uit drie hoofdcomponenten:


Functioneren en stoornissen:

1. Lichamelijke functies: De fysiologische functies van het lichaam, zoals spraak of mobiliteit.

2. Lichaamsstructuren: Anatomische delen van het lichaam, zoals organen of ledematen.

3. Stoornissen: Afwijkingen of verlies in functies of structuren.


Activiteiten en participatie:

1. Activiteiten: De uitvoering van taken of handelingen door een individu, zoals eten of schrijven.

2. Participatie: Deelname aan het maatschappelijke leven, zoals werk, sociale relaties, of hobby's.


Externe en persoonlijke factoren:

1. Externe factoren: De fysieke, sociale en attitudinale omgeving waarin mensen leven (bijvoorbeeld toegankelijkheid van gebouwen of sociale ondersteuning).

2. Persoonlijke factoren: Individuele kenmerken zoals leeftijd, geslacht, en motivatie (deze worden in de ICF niet gecategoriseerd).

De ICF wordt veel gebruikt in de gezondheidszorg, revalidatie, en beleidsvorming om inzicht te krijgen in het functioneren van mensen en hen te ondersteunen in hun dagelijkse leven.




This item has no instructions

ICF-classificatiemodel 

Het ICF is opgebouwd uit componenten, domeinen, categorieën en typeringen

Het menselijk functioneren wordt vanuit drie perspectieven beschreven 



This item has no instructions



This item has no instructions

Iemand die beperkt is, is gehandicapt

1

Ja

2

Nee

3

Weet ik niet

This item has no instructions

Als je de beperking niet ziet, heeft iemand er geen last van.

1

Ja

2

Nee

3

Weet ik niet

This item has no instructions


A

Ja

B

Nee

C


D


This item has no instructions

Een patient die geboren met een beperking, heeft geen extra aandacht nodig.

1

Jazeker

2

Zeker niet

3

Moet iemand zelf doen

4

Weet ik niet

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

This item has no instructions

Indeling

Slide tekst

This item has no instructions