Sprookjes LJ1 - Les 1 + les 2

- Leg je leesboek op tafel.
- Log alvast in op LessonUp.

1 / 37
next
Slide 1: Slide
NederlandsDramaMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

- Leg je leesboek op tafel.
- Log alvast in op LessonUp.

Slide 1 - Slide

start/lezen/ bvdw/quiz
In deze les: 
* Boek van de week.
* Sprookjesquiz.
* Kijken en luisteren - Sprookjes.
* Sprookjes van nu.
* Lezen.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

start/lezen/ bvdw/quiz
Boek van de week

De meisjes - Annet Schaap
Genre: sprookjes
7 verschillende sprookjes
herschreven


Slide 4 - Slide

Test je sprookjeskennis!

Slide 5 - Slide

Met welke zin begint een sprookje vaak?
A
Er was eens...
B
Honderd jaar geleden...
C
In het begin...

Slide 6 - Quiz

Wie zou de wolf graag opeten?
A
Hans en Grietje
B
De 3 biggetjes
C
Het lelijke eendje

Slide 7 - Quiz

Wie werd er opgesloten in het peperkoekenhuisje?
A
Roodkapje
B
Sneeuwwitje
C
Hans en Grietje

Slide 8 - Quiz

De wolf kon één geitje niet vinden. Waar zat dat geitje?
A
In de klok
B
Onder de tafel
C
Onder het bed

Slide 9 - Quiz

Hoe heten de laarzen van de reus van klein duimpje?
A
Zevenkilometerslaarzen
B
Zevenmijlslaarzen
C
Reuzenlaarzen

Slide 10 - Quiz

Wat kreeg Sneeuwwitje van de heks?
A
Een lekkere appel
B
Een vergiftigde appel
C
Een halve appel

Slide 11 - Quiz

In welk sprookje komt geen wolf voor?
A
Roodkapje
B
De gelaarsde kat
C
De 3 biggetjes

Slide 12 - Quiz

Hoe heet het mannetje dat goud kan spinnen?
A
Goudhaantje
B
Goudhaartje
C
Repelsteeltje
D
Windekind

Slide 13 - Quiz

Hoe eindigt een sprookje meestal?
A
En ze waren heel blij ...
B
En ze leefden nog lang en gelukkig...
C
En hier eindigt het ...
D
Toen kwam een olifant met een lange snuit...

Slide 14 - Quiz

Slide 15 - Video

Wat zijn de kenmerken van sprookjes (meerdere antwoorden)?
A
Beginnen met: Er was eens...
B
Magie en een wonderlijke wereld
C
Hoofdpersoon beleeft een avontuur
D
Het loopt bijna altijd goed af (Ze leefden nog lang en gelukkig)

Slide 16 - Quiz

Vaak is de hoofdpersoon een jong iemand of een kind dat eropuit gaat om een probleem op te lossen
A
waar
B
niet waar

Slide 17 - Quiz

Hoe zijn sprookjes ontstaan? (meerdere antwoorden)
A
Het zijn hele oude volksverhalen
B
Verhalen die al heel vroeger opgeschreven werden in boeken
C
Verhalen die werden doorverteld bij het (haard-)vuur
D
Ze komen uit geschiedenisboeken

Slide 18 - Quiz

Welke broers hebben het eerste sprookjesboek geschreven?

Slide 19 - Open question

In sprookjes leren we dat het goede overwint en dat het slecht afloopt met het kwaad.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quiz

De hoofdpersoon strijdt vaak tegen enge monsters zoals weerwolven en heksen. In de Middeleeuwen geloofden ze in het bestaan van deze monsters. Hoe komt dat?

Slide 21 - Open question

Sprookjes hebben vaak een les in zich, een moraal. Het moraal van het verhaal geeft aan hoe verwacht wordt dat men zich hoort te gedragen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 22 - Quiz

Sprookjes waren vroeger veel gruwelijker, omdat...?
A
Kinderen vroeger veel minder bang waren
B
Ze bedoeld waren voor volwassenen
C
Mensen vroeger veel gemener waren
D
Ze wilden waarschuwen voor slecht gedrag

Slide 23 - Quiz


Kenmerken sprookjes
Magie en fantasie
Goed einde
De precieze plaats en tijd is onbekend
Er zit altijd een les of boodschap verstopt in een sprookje

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Sprookjes zijn alleen voor kleine kinderen.
eens
oneens

Slide 27 - Poll

Disneyfilms zijn geen sprookjes.
eens
oneens

Slide 28 - Poll

Geen enkel sprookje kan waargebeurd zijn.
eens
oneens

Slide 29 - Poll

De volgende les gaan we verder met het onderwerp sprookjes.
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll

Slide 31 - Slide

start/lezen/ bvdw/quiz
Goedemiddag

* Gruwelijk sprookje (voorlezen)
* Opdracht: een modern sprookje
* Afsluiting

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

start/lezen/ bvdw/quiz
Opdracht

Het is de bedoeling dat je een sprookje gaat veranderen, zodat het een sprookje van nu wordt, een modern sprookje.

Bijvoorbeeld: dat Hans en Grietje niet verdwalen in het bos, maar in de wereld van Minecraft. En ze komen geen huisje van snoep tegen maar bijvoorbeeld een huisje vol met gadgets (Iphone, Ipad, Xbox etc.)

Slide 34 - Slide

start/lezen/ bvdw/quiz
Stap 1:

Kies een bestaand sprookje uit de top 100 en pas dat aan. Schrijf de dingen op die je wilt veranderen. Zoals het snoephuisje uit Hans en Grietje of de appel van Sneeuwwitje.

Je hoeft nog niets nieuws te verzinnen. Je kiest wel minimaal 8 dingen die je gaat veranderen.
timer
10:00

Slide 35 - Slide

start/lezen/ bvdw/quiz
Stap 2:

Bedenk nieuwe woorden voor de dingen die je gaat veranderen, zoals een nieuwe auto (Ferrari) in plaats van een paard.

Denk na over spullen die ze vroeger nog niet hadden of die je nooit in sprookjes leest. Denk bijvoorbeeld aan:
auto's, treinen; robots, ruimteschepen, fatbikes, computers, telefoons, speelgoed etc. Zo zijn er nog veel meer dingen, gebruik je fantasie!

Slide 36 - Slide

start/lezen/ bvdw/quiz
Stap 3:

1. Je gaat het sprookje opnieuw schrijven.
2. Je sprookje heeft minimaal 200 woorden.
3. Je let op het gebruik van hoofdletters en leestekens!


Slide 37 - Slide