Mens en zorg hoofdstuk 10

Mens en zorg.
ICT en zorgtechnologie.

1 / 37
next
Slide 1: Slide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 4

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 7 videos.

Items in this lesson

Mens en zorg.
ICT en zorgtechnologie.

Slide 1 - Slide

Startopdracht:
Klassikaal de combinatievraag hoofdstuk 9 maken.

Slide 2 - Slide

Doelen:
De leerling weet wat zorgtechnologie, robotica, domotica en 
e-health is.
De leerling weet wat een elektronisch patiëntendossier is.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Zorgtechnologie:
Zorgtechnologie=het gebruik van techniek en ICT bij zorg en ondersteuning van mensen.

Slide 5 - Slide

Persoonlijke alarmering:
Persoonlijke alarmering=kastje of knop waarop iemand kan drukken als er hulp nodig is.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Kijkopdracht:
Maak opdracht 10.02b en c (blz. 204).

Slide 8 - Slide

Domotica:
Domotica=automatisering in huis. 
Domus=huis
Zorgtaken, communicatie, ontspanning elektronisch of computergestuurd.

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Video

Kijkopdracht:
Maak opdracht 10.05 (blz. 207).

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Leefstijlmonitoring:
Leefstijlmonitoring=inzicht in een leefpatroon. 
Sensor=veranderingen opmerken en doorgeven.
Monitoren=iemands gedrag in de gaten houden.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Kijkopdracht:
 Maak: opdracht 10.06 (blz. 208).

Slide 15 - Slide

Robotica:
Robotica=gebruik van robots. 
Zorgrobots: helpen bij zorghandelingen.
Sociale robots: gezelschap houden.

Slide 16 - Slide

Zorgrobots:

Slide 17 - Slide

Sociale robots:

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Kijkopdracht:
 Maak: opdracht 10.07 (blz. 209).

Slide 21 - Slide

Beeldzorg:
Beeldzorg=op afstand met een zorgvrager praten. 

Slide 22 - Slide

Wearables:
Wearbles=apparaten op je lichaam en die data meten. 
Wearbles=draagbare apparaten.



Slide 23 - Slide

Wearables:

Slide 24 - Slide

E-health:
E-health= digitale zorg.

Slide 25 - Slide

Opdracht:
Lezen blz. 203 t/m 211.
De belangrijkste begrippen/zinnen onderstrepen.
 Maken: opdracht 10.01, 10.02a, 10.03, 10.04, 10.08 en 10.09 (blz. 203 t/m 212).

Slide 26 - Slide

Een voordeel van zorgtechnologie is:
A
Mensen kunnen langer thuis wonen
B
Personeel hoeft minder te doen
C
Mensen worden er ouder door
D
Er zijn geen voordelen

Slide 27 - Quiz

Bekijk de afbeelding.

Wat voor technologisch apparaat is dit?

A
sensor
B
domotica
C
zorgrobot
D
medido

Slide 28 - Quiz

Dit is een voorbeeld van
A
domotica
B
robotica
C
beeldzorg

Slide 29 - Quiz

Wat behoort NIET tot een zorgtechnologie
A
Rollator
B
Gehoorapparaat
C
Scootmobiel
D
Leesboek

Slide 30 - Quiz

Zorgtechnologie wordt steeds vaker toegepast in de zorg Waarom?
A
de mantelzorg bestaat niet meer
B
er is veel subsidie vrij gekomen
C
mensen worden steeds jonger opgenomen in een verpleegtehuis
D
er is te weinig geschoold personeel in de zorg

Slide 31 - Quiz

Domotica is:

A
Zorgtechnologie
B
Huisaanpassingen
C
Huisatomatisering
D
Zorgautomatisering

Slide 32 - Quiz

Zorgtechnologie kan:
A
Een handicap compenseren
B
Leefomgeving van mensen veiliger maken
C
zorgmedewerkers ondersteunen
D
Alle drie is waar

Slide 33 - Quiz

Opdracht:
Uitleg deelopdracht 10.01 blz. 372 en 373.
Lezen deelopdracht. 
Maak de deelopdracht.

Slide 34 - Slide

Opdracht:
Uitleg deelopdracht 10.02 blz. 374 t/m 376.
Lezen deelopdracht. 
Maak de deelopdracht.

Slide 35 - Slide

Extra opdracht:
Oefenen: Test je kennis hoofdstuk 9 en 10 via de uitgeversgroep profieldeel mens en zorg.

Leren PTA hoofdstuk 9 en 10.

Slide 36 - Slide

Afsluiting:
Wat heb je geleerd?
Huiswerk.

PTA 3: maandag 1-12 hoofdstuk 9 en 10.

Slide 37 - Slide