H5.1 en H5.7:Je omgeving waarnemen

H5.1 Je omgeving waarnemen
H5.7
1 / 21
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

H5.1 Je omgeving waarnemen
H5.7

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Lesdoelen
  • Je kunt de werking van zintuigen beschrijven.
  • Je kunt de zintuigen noemen met hun ligging en hun prikkel.
  • VWO: Je kunt uitleggen wanneer zintuigen prikkels omzetten in zenuwimpulsen

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Waarnemen
Om je omgeving waar te nemen gebruik je zintuigen.

Zintuig = orgaan dat reageert op invloeden uit je omgeving.

Invloed = prikkel

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Prikkels
Invloeden vanuit de omgeving.
Opgevangen door zintuigen, waardoor je ze kunt waarnemen.

Licht, geluid, geur, smaak en aanraking.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen
Hebben speciale zintuigcellen die prikkels opvangen.

Sturen een impuls (elektrisch signaal) naar de hersenen, via de zenuwen.
In je hersenen wordt je bewust van de prikkels.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen
Alle zintuigen samen = zintuigenstelsel


Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen en prikkels
Elk zintuig vangt andere prikkels op.

Sommige vangen er maar 1 op, andere 4.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen & prikkels
Geluid
Licht
Warmte
Kou
Druk
Aanraking
Geur
Smaak

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

zintuigen in de huid

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

B1: Je omgeving waarnemen
Zintuigen

Oren: 
  • Gehoorzintuig
  • Evenwichtszintuig

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Pijnpunten
  • pijnpunten nemen pijn waar. 
  • pijnpunten zijn vrije uiteinden van een gevoelszenuw. 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

H5.7:
Adequate prikkel
Impuls

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

H5.7: drempelwaarde

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Drempelwaarde
In de zintuigcellen ontstaan alleen impulsen als de prikkel sterk genoeg is.

De kleinste prikkel die een impuls veroorzaakt  = de drempelwaarde

Beïnvloeding van de drempelwaarde door gewenning

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Impulsfrequentie
Hoe vaak een impuls ontstaat
Zwakke prikkel:
Lage impulsfrequentie

Sterke prikkel:
Hoge impulsfrequentie

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Impulsfrequentie

Prikkelsterkte en frequentie zijn aan elkaar gekoppeld

Slide 18 - Slide

Maar
Typen zenuwcellen
Er wordt onderscheid gemaakt tussen 3 typen zenuwcellen:
Gevoelszenuwcellen
Schakelcellen 
Bewegingszenuwcellen

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Heeft de neus van een hond een hogere of een lagere drempelwaarde dan jouw neus?
A
Hij is gevoeliger dus een hogere drempelwaarde
B
Hij is minder gevoelig dus een hoger drempelwaarde
C
Hij is gevoeliger dus een lagere drempelwaarde
D
Hij is minder gevoelig dus een lagere drempelwaarde

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions


Opdracht 1 t/m 8
 maken
Thema 5.1

Huiswerk

Slide 21 - Slide

This item has no instructions