Uiterlijk
Wat betekent dat?
Thema 10:
Uiterlijk
Uiterlijk
Wat betekent dat?
Thema 10:
Uiterlijk
Doel:
Je weet wat uiterlijk betekent.
Je kunt je eigen uiterlijk beschrijven.
Uiterlijk
Sta je ’s morgens lang voor de spiegel?
Ja
Nee
Is het belangrijk voor jou hoe je eruitziet?
Ja
Nee
Welke kleding draag je het liefst?
Woordjes
Je krijgt 10 nieuwe woordjes.
Schrijf de woorden op in je woordenschrift.
Schrijf de betekenis erbij.
Je mag het ook in je eigen taal erbij schrijven.
Het hoofd
Het gezicht
De hals
De schouder
twee schouders
De arm
Twee armen
De hand
twee handen
De vinger
10 vingers
De buik
De heup
twee heupen
De bil
Billen
Het been
twee benen
De knie
Twee knieën
De voet
twee voeten
De teen
10 tenen
Het oor
Twee oren
Het oog
Twee ogen
Het haar
De mond
Twee lippen
De wenkbrauw
Twee wenkbrauwen
Het voorhoofd
De baard
De kin
De neus
Opdracht: Beschrijf het uiterlijk van jezelf
Je krijgt van de docent een papier.
Beschrijf het uiterlijk van jezelf.
Laat niemand zien wat je schrijft!
Kunnen de andere leerlingen raden over wie de beschrijving gaat?
Doel behaald?
Je weet wat uiterlijk betekent.
Je kunt je eigen uiterlijk beschrijven.