Samengestelde zinnen

Les 31
1 / 25
next
Slide 1: Slide
NederlandsSecundair onderwijs

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Les 31

Slide 1 - Slide

Een enkelvoudige zin heeft één pv.
A
Juist
B
Fout

Slide 2 - Quiz

Een samengestelde zin heeft maximum 2 pv's.
A
Juist
B
Fout

Slide 3 - Quiz

Enkelvoudige zinnen
= zinnen met 1 pv

Ik hou van de zon.
Ik heb het graag warm.

Slide 4 - Slide

Samengestelde zinnen
= zinnen met 2 of meer pv's

Ik hou van de zon, want ik heb het graag warm.
Ik hou van de zon, omdat ik het graag warm heb.

Slide 5 - Slide

De nieuwe uniformen van de politie zien er misschien mooi uit, maar wettelijk zijn ze niet.
A
Enkelvoudige zin
B
Samengestelde zin

Slide 6 - Quiz

Gisteren werden de nieuwe voetbaltruitjes geleverd.
A
Enkelvoudige zin
B
Samengestelde zin

Slide 7 - Quiz

Achteraf gezien was het antwoord overduidelijk, zoals bij zoveel wetenschappelijke doorbraken.
A
Enkelvoudige zin
B
Samengestelde zin

Slide 8 - Quiz

Zonder een reeks ongeplande gebeurtenissen zou ik het nooit hebben ontdekt.
A
Enkelvoudige zin
B
Samengestelde zin

Slide 9 - Quiz

Je belt haar omdat zij de enige goede schoonmaakster is.
A
Enkelvoudige zin
B
Samengestelde zin

Slide 10 - Quiz

Neven- en onderschikking
(samengestelde zinnen)

Slide 11 - Slide

Nevenschikking
  1. nevenschikkende voegwoorden
  2. zin vragend maken (aantal vragen = aantal deelzinnen)
  3. o en pv staan naast elkaar (nooit zinsdeel tussen)

Ik hou van de zon, want ik heb het graag warm.

hoofdzin + hoofdzin

Slide 12 - Slide

Onderschikking
  1. onderschikkende voegwoorden
  2. zin vragend maken (1 vraag mogelijk)
  3. o en pv staan niet 2x naast elkaar (of zinsdeel tussen)

Ik hou van de zon, omdat ik het graag warm heb.

Rompzin + bijzin

Slide 13 - Slide

Bij een onderschikking staan o en pv altijd uit elkaar.
A
Juist
B
Fout

Slide 14 - Quiz

Bij een nevenschikking heb je minstens 2 hoofdzinnen.
A
Juist
B
Fout

Slide 15 - Quiz

Nevenschikking
Onderschikking
Enkelvoudig
geen voegwoord
voegwoorden: en, of, maar, want, dus...
voegwoorden: (om)(zo)dat, hoewel, terwijl, die...

Slide 16 - Drag question

De bijzin in een onderschikking staat altijd achteraan.
A
Juist
B
Fout

Slide 17 - Quiz

In een onderschikking staan o en pv in de hoofdzin altijd naast elkaar.
A
Juist
B
Fout

Slide 18 - Quiz

Als je bij een nevenschikking het voegwoord weglaat, heb je 2 zinnen die op zichzelf kunnen staan.
A
Juist
B
Fout

Slide 19 - Quiz

Nadat we gescoord hadden, gaven we elkaar een knuffel.
A
Nevenschikking
B
Onderschikking

Slide 20 - Quiz

We scoorden en (we) gaven elkaar dan een knuffel.
A
Nevenschikking
B
Onderschikking

Slide 21 - Quiz

Omdat ik niet goed zie, moet ik een bril dragen.
A
Nevenschikking
B
Onderschikking

Slide 22 - Quiz

Neem je al je boeken mee naar de klas of laat je er in je locker?
A
Nevenschikking
B
Onderschikking

Slide 23 - Quiz

Maak een nevenschikking met deze enkelvoudige zinnen:
Ik ben blij.
Ik begrijp de les heel goed.

Slide 24 - Open question

Maak een onderschikking met deze enkelvoudige zinnen:
Ik ben blij.
Ik begrijp de les heel goed.

Slide 25 - Open question