Ruimtelijke ordening 24-25.pptx

Ruimtelijke ordening


1 / 62
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeSecundair onderwijs

This lesson contains 62 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Ruimtelijke ordening


Waaraan denk je bij de term ruimtelijke ordening?

Wat is ruimtelijke ordening?

Wat is een doel van ruimtelijke ordening?

A

Toename van woningprijzen

B

Verlies van biodiversiteit

C

Afname van werkgelegenheid

D

Efficiënt gebruik van ruimte

Wat is ruimtelijke ordening?

  • Plannen, organiseren en beheren van de fysieke ruimte.

  • Lange definitie.

  • Korter: Ruimtelijke ordening is het proces waarbij de inrichting van de fysieke ruimte wordt gepland en geregeld om een efficiënt en duurzaam gebruik van het land te bevorderen.


  • Opgesteld in 1960.

2 categorieën sinds 1960

  1. Ruimtelijke structuurplannen

  2. Bestemmingsplannen

Ruimtelijke structuurplannen

  • Dynamisch


  • Welk gebied heeft welke bestemming

  • RSV, provincies, gemeente

  • Draagkracht en duurzame ontwikkeling

  • Enkel grote lijnen

  • RSV

Basisdoelstellingen RSV

  • Bescherming open ruimte

  • Herwaardering van de stad

  • Hoe?



  • Voor 1960:
    - Wet van de sterkste

Hoe kan de open ruimte bewaard worden en de stad gerheropwaardeerd worden?

Basisdoelstellingen RSV

  • Bescherming open ruimte

  • Herwaardering van de stad

  • Hoe? Bebouwing concentreren in bundels i.p.v. in linten langs wegen.


RSV bestaat uit 4 structurerende elementen

  • Stedelijke gebieden en netwerken

  • Open ruimte

  • Concentratiegebieden voor economische activiteit

  • Lijninfrastructuur en mobiliteit

Wat zijn concentratiegebieden voor economische activiteit?

Wat is ruimtelijke ordening?

A

Milieuvervuiling verminderen

B

Beheer van financiële middelen

C

Onderwijsstructuur verbeteren

D

Plannen van de fysieke ruimte

Bestemmingsplannen

  • Op gewestelijk, provinciaal en gemeentelijk vlak

  • Verfijning op perceelniveau (ruimtelijke uitvoeringsplan (RUP))

  • De plannen bepalen:

    • welke activiteiten er mogen plaatsvinden,

    • waar al dan niet mag worden gebouwd en aan welke stedenbouwkundige voorschriften huizen en constructies in een bepaalde zone moet voldoen

    • hoe een bepaald gebied ingericht en beheerd moet worden.


RUP


3. Duurzame ontwikkeling: ecologie

  • Behoud en bescherming van het milieu

Wat is het doel van ecologische duurzaamheid?

A

Verminderen van menselijke impact

B

Bevorderen van broeikasgasuitstoot

C

Behoud van natuurlijke hulpbronnen

D

Maximaliseren van afvalproductie

Wat is een belangrijk aspect van afvalbeheer?

A

Recycling bevorderen

B

Minimaliseren van afvalproductie

C

Verhoogde afvalverbranding

D

Afvaldumping op stortplaatsen

3. Duurzame ontwikkeling: ecologie

  • Behoud en bescherming van het milieu

  1. Biodiversiteit en ecosystemen

  2. Klimaatsverandering

  3. Beheer van grondstoffen

  4. Afvalbeheer

3. Duurzame ontwikkeling: economie

Wat is het doel van economische duurzaamheid?

A

Negatieve effecten op het milieu negeren

B

Stabiele en veerkrachtige economie creëren

C

Korte termijn winst vooropstellen

D

Zo veel mogelijk winkels hebben

3. Duurzame ontwikkeling: economie

  • Stabiele economie met economische activiteiten op lange termijn

  1. Lokale economieën

  2. Groene economie

  3. Efficiënt gebruik van hulpbronnen

  4. Toegankelijkheid en gelijkheid

3. Duurzame ontwikkeling: sociologie

  • Verbeteren van het welzijn van de mensen

  1. Gelijke kansen

  2. Kwaliteit van leven

  3. Sociale cohesie

  4. Participatie en democratie

  5. Sociale segregatie

4. Duurzaam ruimtegebruik

  • Betonstop

  • Mobiliteit in de stad
    - Verkeerscirculatieplannen

  • Bescherming van de landschappen

Wat is de betonstop?

Betonstop

  • Vanaf 2040 enkel nog bouwen op al ingenomen ruimte

    • Beoogt verkerning, bouwen:

      • In dorpskernen

      • In steden

      • Nabij knooppunten van openbaar vervoer

    • Gaat lintbebouwing en versnippering tegen


Verkeerscirculatieplannen

- Autoverkeer beperken
- Openbaar vervoer en fietsers voorrang geven
- Alles moet echter bereikbaar blijven




Belangrijkste elementen autoverkeer

  • Zone 30: gemengd verkeer veiliger maken

    • Grote randparkings + beperking parkeerplaatsen i/d stad: stad autoluw maken

      • Lussensysteem: rondrijden bemoeilijken

      • Eenrichtingsverkeer: bevordert de doorstroming, verminderd aantal kruispunten


Belangrijkste elementen fietsverkeer

  • Geen fietspaden: vertraagt autoverkeer

    • Mogen in alle straten in 2 richtingen rijden: fiets betekent kortere weg dan auto


Belangrijkste elementen openbaar vervoer

Meer bussen + frequenter rijden

Bussen mogen soms wel door autoluwe zones


Hierdoor: verbeterde lucht- en geluidskwaliteit

 Beter leefbaarheid in de stad




  • Opnieuw verbinden van versnipperde natuurgebieden

  • Een landschap kan verschillende waarden vertegenwoordigen:

    • Cultuurhistorische waarde

    • Esthetische waarde

    • Natuurwetenschappelijk waarde

Bescherming van landschappen

  • Landinrichting vooral gericht op bescherming landelijke facetten

    • Natuur

    • Landbouw

    • Recreatie



Soms gericht op cultuurhistorische elementen

Sleutelcompetentie 7

Burgerschap

Wat is sociale cohesie?

A

Samenwerking in de gemeenschap

B

Concurrentie tussen buren

C

Verbondenheid tussen mensen

D

Isolatie van individuen

Wat bevordert sociale cohesie?

A

Afscheiding van groepen

B

Ondersteuning van elkaar

C

Gezamenlijke activiteiten

D

Conflict tussen inwoners

Wat is een gevolg van sociale cohesie?

A

Grotere betrokkenheid bij buurt

B

Meer conflicten binnen de groep

C

Afname van vrijwilligerswerk

D

Verhoogde sociale stabiliteit

Welke factor vermindert sociale cohesie?

A

Wederzijds respect

B

Open communicatie

C

Discriminatie binnen de gemeenschap

D

Sociaal-economische ongelijkheid

Wat is een indicator van sociale cohesie?

A

Burgers helpen elkaar

B

Scheiden van sociale groepen

C

Minder contact met buren

D

Deelnemen aan lokale evenementen

Sociale cohesie

  • Verbondenheid, samenhang en solidariteit binnen een samenleving.

  • Ontstaat door:
    - Vertrouwen tussen mensen en in instituties.
    - Gemeenschappelijke normen en waarden.
    - Actieve deelname aan sociale activiteiten.
    - Weinig conflicten en sociale uitsluiting.

  • Hoe een ruimte wordt ingericht, heeft rechtstreeks invloed op de verbondenheid en interactie tussen mensen.

Daarom… zorgen voor inclusie door

  • Leefbare en inclusieve wijken.

  • Openbare ruimte en ontmoetingsplekken.

  • Veiligheid en sociale controle.

  • Bereikbaarheid en mobiliteit.

  • Duurzaamheid en gedeelde verantwoordelijkheid

Wat is inclusie? (Hint: tegenovergestelde van exclusie)

Leefbare en
inclusieve wijken

  • Gemengde woonwijken.

  • Sociale woningbouw.

  • Sociale segregatie


Wat is sociale segregatie?

A

Verhoogde economische groei

B

Scheiding van groepen in de samenleving

C

Toename van sociale interactie

D

Verbetering van sociale cohesie

Sociale segregatie


Welke stad in België heeft een hoge segregatie?

A

Antwerpen

B

Brugge

C

Gent

D

Brussel

Hoe kan je voor inclusie zorgen?

Openbare ruimte en ontmoetingsplekken

  • Parken.

  • Speeltuinen.

  • Buurthuizen.

  • Sportcentra.

  • … .


  • Aanmoedigen sociale interactie.

Veiligheid en sociale controle

  • Criminaliteit

Bereikbaarheid en mobiliteit

  • Goede verbindingen stimuleren integratie en toegankelijkheid.

  • Autoluwe zones
    verbeteren
    duurzaamheid en
    sociale interacties.

Duurzaamheid en gedeelde verantwoordelijkheid

  • Duurzame wijken --> stadslandbouw

Hoe kan je zorgen voor exclusie?

Exclusie

  • Gentrificatie.

  • Privatisering openbare ruimte.

  • Gebrek aan infrastructuur.

  • Hostile architecture.

Gentrificatie

  • Opwaardering wijken.

  • Stijging prijzen.

Privatisering openbare ruimte


Gebrek aan infrastructuur

  • Slecht openbaar vervoer.

  • Achtergestelde wijken.

Hostile architecture


Opdracht

  • Ga zelf op zoek naar 4 voorbeelden van inclusie of exclusie.

  • Zet in een word-document en bespreek kort.


  • Zoek 3 voorbeelden wat jouw dorp/stad beter kan doen om inclusie te bevorderen.