Wat weet je al over het ontstaan en verloop van ziekten of stoornissen?
Aandoeningen diagnosticeren en classificeren
NUT VAN DE LES
Als begeleider zul je vaak te maken krijgen met cliënten die ziek zijn of een aandoening, beperking of stoornis hebben.
Je verdiept je dan ook in de pathologie en psychopathologie: de ziekteleer van lichamelijke en psychische stoornissen. Op die manier krijg je inzicht in het ontstaan en verloop van ziekten en stoornissen. Bovendien ben je op de hoogte van de termen en begrippen die gebruikt worden, zodat je met collega's goed kunt communiceren over cliënten.
Leerdoel van deze les
Aan het einde van deze les kun je uitleggen hoe ziekten en stoornissen ontstaan, verlopen en worden vastgesteld.
Wat is een aandoening?
Een aandoening is een ziekte of stoornis die het dagelijks functioneren beïnvloedt.
Wanneer een ziekte of stoornis niet verdwijnt en dus blijvend is, spreek je van een chronische aandoening.
Voorbeelden daarvan zijn diabetes, reuma of schizofrenie en een manische-depressie.
Als een ziekte of stoornis steeds ernstiger wordt, spreek je van een progressieve aandoening. Voorbeelden daarvan zijn multiple sclerose, de ziekte van Parkinson en de ziekte van Alzheimer.
De drie fasen van een aandoening
Een aandoening kent drie fasen: het begin, de behandeling en het einde (afloop).
Een aandoening begint acuut of sluimerend
Sommige ziekten of stoornissen ontstaan acuut; alle lichamelijke klachten of psychische problemen zijn meteen in volle omvang aanwezig. Andere ziekten en stoornissen beginnen sluimerend; eerst zijn er wat lichte pijntjes, ongemakken of problemen, die de cliënt afdoet als 'het zal wel weer overgaan'.
Wat zijn symptomen?
Symptomen zijn klachten en problemen waaraan je een aandoening kunt herkennen, zoals koorts of somberheid.
Symptomen beïnvloeden het dagelijks functioneren. Bij aanhoudende klachten is verder onderzoek nodig.
Wat is een prognose?
Een prognose is de verwachting van het verloop en de duur van een aandoening.
De behandeling
Na het vaststellen van symptomen kan behandeling volgen, zoals medicatie, therapie of operatie.
De afloop van een aandoening
De ziekte of stoornis verdwijnt volledig op korte of wat langere termijn.
De ziekte of stoornis verdwijnt, maar er zijn nog enkele klachten aanwezig (restverschijnselen).
De ziekte of stoornis verdwijnt (gedeeltelijk) niet en is blijvend (chronisch).
De ziekte of stoornis verdwijnt niet, is blijvend en wordt erger (progressief).
De ziekte is niet te genezen en eindigt binnen een bepaalde tijd met overlijden.
Invuloefening
Depressie is een ziekte/stoornis wat volledig verdwijnt of op korte/wat langere termijn verdwijnt.
Deze ziekte of stoornis verdwijnt, maar er zijn nog enkele klachten aanwezig (restverschijnselen): COVID
Autisme Spectrum Stoornis is een ziekte/stoornis dat niet verdwijnt en is blijvend (chronisch).
Multiple scleroseis een voorbeeld van een ziekte/stoornis dat niet verdwijnt, het is blijvend en wordt erger (progressief).
Recidief (terugkerend) en remissie (tijdelijke verbetering)
Er bestaan ziekten en stoornissen waarbij klachten of problemen terugkeren, terwijl de cliënt 'genezen' is verklaard. Dit noem je een recidief (terugkerend). Dit zie je bijvoorbeeld vaker bij mensen met een alcoholverslaving.
Ten slotte kan er ook nog sprake van remissie zijn. Dat houdt in dat de toestand van een cliënt tijdelijk verbetert, maar dat er nog steeds sprake is van een onderliggende ziekte of stoornis. Zo kan het met een cliënt met schizofrenie tijdelijk wat beter gaan, maar vindt er ook terugval plaats.
Een diagnose beschrijft wat er precies met een cliënt aan de hand is.
Het is een beschrijvend beeld, dat antwoord geeft op de vraag waarom er klachten of symptomen zijn, waar ze vandaan komen, wat de oorzaak is en hoe de verschillende meespelende factoren met elkaar samenhangen.
Diagnose: wat is er aan de hand?
Hoe komt men tot een diagnose?
Een diagnose wordt gesteld door een arts of bijvoorbeeld ggz-psycholoog, op basis van de klachten en symptomen van de cliënt. Om tot een diagnose te komen doet de arts of ggz-psycholoog onderzoek. Daarvoor voert hij eerst een vraaggesprek met de cliënt. Dit noem je een anamnese. De arts of ggz-psycholoog stelt gerichte vragen om een beeld te krijgen van de klachten en symptomen en de voorgeschiedenis van de cliënt.
Wanneer de cliënt de vragen niet zelf kan beantwoorden, bijvoorbeeld vanwege een beperking, worden de vragen gesteld aan een familielid of andere naaste. Dat noem je een heteroanamnese.
Classificatie of diagnose?
Een goede diagnose is een gedetailleerde, unieke omschrijving om de problematiek van een cliënt te begrijpen. Het doel van een diagnose is een passende en aansluitende behandeling kunnen bieden.
Een diagnose moet je niet verwarren met de term classificatie.
Bij classificatie gaat het alleen maar om de naam van een ziekte of stoornis. Classificeren betekent namelijk dat je iets onderbrengt in een categorie. Op die manier kun je overeenkomsten met andere cliënten vinden en iets zeggen over het verloop van een ziekte of stoornis, of over de meest effectieve behandeling.
Opdracht (klap je laptop dicht)
Je krijgt een werkblad van de docent.
Werk deze uit in tweetallen:
Verbind elk begrip met de juiste omschrijving.
Klaar?
Check je antwoorden met de theorie.
Leefstijlprogramma> theorie> thema 6
Wat is psychopathologie?
Psychopathologie is het vakgebied dat zich bezighoudt met afwijkende gedachten, gevoelens en gedragingen. Het bestudeert afwijkend denken, voelen en handelen.
Afwijkend gedrag wordt zowel door psychologen als door psychiaters onderzocht en behandeld.
Psychologen behandelen milde klachten.
Psychiaters behandelen ernstigere aandoeningen en mogen medicatie voorschrijven.
Psychische functies beïnvloeden gedrag
Psychische functies zijn de processen die zich vanbinnen afspelen, zoals je denken, je emoties, wat je je herinnert, je bewustzijn, de manier waarop je je omgeving ziet en hoe je leert.
Het zijn deze 'onzichtbare' gedragingen die uiteindelijk je zichtbare gedrag bepalen, zoals:
gewaarwording en waarneming, geheugen, bewustzijn, aandacht, denken, leren, psychomotoriek en emotie.
Factoren en gedrag
Culturele factoren: rituelen, gebruiken en gewoonten
Sociale factoren: mensen beïnvloeden elkaar bewust en onbewust
Omgevingsfactoren: waar je woont, werkt en leeft
beïnvloeden hoe iemand zich gedraagt.
Hoe spelen sociale factoren een rol in het gedrag dat de proefpersonen in het videofragment laten zien?
Hoe spelen culturele factoren een rol in het gedrag dat de proefpersonen in het videofragment laten zien?
Hoe spelen omgevingsfactoren een rol in het gedrag dat de proefpersonen in het videofragment laten zien?
Denk jij dat je ook was opgestaan als je een van de proefpersonen was? Motiveer je antwoord.
We bespreken de antwoorden klassikaal
minute
second
Beantwoord de bijbehorende vragen in groepjes van 4
Wanneer is gedrag afwijkend?
Je spreekt van afwijkend gedrag wanneer het denken, de gevoelens of gedragingen zodanig verstoord zijn dat de persoon en/of diens omgeving hieronder lijden.
Bovendien belemmeren deze gedachten, gevoelens en gedragingen het dagelijks functioneren. Ze hebben invloed op het goed kunnen uitvoeren van werkzaamheden, en sociale bezigheden en vrijetijdsactiviteiten worden erdoor verstoord.
Normaal versus afwijkend gedrag
Bepaling van normaal of afwijkend gedrag:
Duur (bijv langer dan een jaar verdrietig zijn om overlijden van konijn).
Ernst (wanneer je last heb van eigen gedrag, zoal altijd somber zijn).
Logica (bijv lijnen als je erg dun bent).
Context (bijv dansen in de wachtkamer van een huisarts).
Invloeden
Tijd
Cultuur
Overtuiging
Normen
beïnvloeden wat als afwijkend wordt gezien.
DSM-5: classificatiesysteem:
De DSM-5 is een diagnostisch en statistisch handboek van psychische stoornissen.In de DSM worden de symptomen van de diverse vormen van psychopathologie met elkaar in verband gebracht en ondergebracht bij een psychische stoornis.
Vragen????
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.