Woordenschat met Kidsweek in de Klas | quiz week 36 t/m week 38
1 / 16
next
Slide 1: Slide
WoordenschattestBasisschoolGroep 4-8
This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 30 min
Introduction
Woordenschat quiz week 10 t/m 12
Items in this lesson
Welkom!
Woordenschat met Kidsweek in de Klas | quiz week 36 t/m week 38
Slide 1 - Slide
Lesdoelen
Deze week test je door deze quiz of je de woorden die je de afgelopen drie weken geleerd hebt nog kent. Veel succes!
Veel succes!
Slide 2 - Slide
Welk woord staat hier?
+
+
t = h
- tacht
- t
Slide 3 - Open question
O nee, Scoop heeft de letters door elkaar gehusseld.
Welk woord staat hier?
Slide 4 - Open question
Wie heeft er gelijk?
Ik zit nu op een planeet, want de aarde is een grote bol die om de zon draait.
Nee joh, de aarde is geen planeet. Hij heeft toch helemaal geen staart.
A
Scoop op wereldbol
B
Lachende Scoop
Slide 5 - Quiz
Welk woord omschrijft Scoop?
Bescherming en opvang.
Slide 6 - Open question
Wat betekent loslaten?
A
Loslaten betekent dat je iets nieuws opbouwt.
B
Loslaten betekent ergens geen tijd of aandacht meer aan geven.
Slide 7 - Quiz
Welke woorden horen bij welk plaatje? Sleep de woorden naar de plaatjes.
de planeet
het heelal
de zwaartekracht
Slide 8 - Drag question
Welke worden komen op de lijntjes. Kies uit: bestand zijn tegen, asiel en wanhopig.
Maria is ................, omdat ze niet meer weet wat ze moet doen om ................ te krijgen. De tent waar ze nu in slaapt is niet ............... de regen, waardoor haar kleren nat worden.
Slide 9 - Open question
Lees de volgende zin:
'De directeur wil een nieuwe school beginnen.'
Welk woord betekent hetzelfde als oprichten?
Slide 10 - Open question
Welk woord hoort in het midden te staan?
planeten
sterren
om de aarde heen
..............................
Slide 11 - Open question
Wat hoort bij elkaar?
Sleep de woorden naar de juiste betekenis.
Beginnen
Een mens of dier in je gezin opnemen.
Ergens geen tijd of aandacht meer aan besteden.
loslaten
adopteren
oprichten
Slide 12 - Drag question
In welke zin is het woord bestand zijn tegen goed gebruikt?
A
Thomas is bestand tegen zijn moeder, hij is het niet met haar eens.
B
Eline is bestand tegen pittig eten, ze kan hier goed tegen.
C
Joost is bestand tegen schrijven, dit is zijn lievelingsvak.
D
Lisa is bestand tegen regen, ze krijgt er jeuk van.
Slide 13 - Quiz
Is deze zin waar of niet waar?
De zwaartekracht is de aantrekkingskracht van de aarde.