Middeleeuwse standenmaatschappij

Middeleeuwse standenmaatschappij
1 / 50
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 3

This lesson contains 50 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 100 min
Report this lesson

Items in this lesson

Middeleeuwse standenmaatschappij

Slide 1 - Slide

Vandaag
  • Iedereen dezelfde rechten.
  • 1948: Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
  • Basisprincipe: iedereen is gelijk.

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Wat waren de drie standen?
  1. Geestelijkheid of clerus.
  2. Adel.
  3. Derde Stand.

Slide 4 - Slide

Elke stand had haar eigen plichten of taken:
  1. Geestelijkheid: bidden.
  2. Adel: beschermen.
  3. Derde Stand: werken.

Slide 5 - Slide

Bevoorrechte standen
  • Clerus en adel.
  • => Veel macht, weinig plichten en veel rechten.
  • Spanden samen tegen de Derde Stand.
  • Kleinste deel van het volk.

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Eerste stand/clerus
  • Voerden de religieuze taken uit. 
  • Hoge clerus. 
  • Lage clerus.

Slide 8 - Slide

Welke functies binnen het christendom ken je vandaag?

Slide 9 - Open question

Hoge clerus
  • Paus.
  • Kardinalen.
  • Bisschoppen.
  • Abten* van kloosters.

Slide 10 - Slide

Hoge clerus
  • Rijke mannen.
  • Stonden dicht bij de adel.
  • Hogere studies.

Slide 11 - Slide

Verschil toen en nu?
  • In de middeleeuwen hadden de geestelijken naast de religieuze macht ook politieke macht, vandaag niet meer.

Slide 12 - Slide

Voorrechten
  • Bezaten veel grond.
  • Geen belastingen. 

Slide 13 - Slide

Voorrechten
Tienden:
Een tiende was een belasting in natura:
➤ 1/10 van de landbouwopbrengst moest aan de Kerk worden afgestaan.
Voor wie?
➤ Iedereen uit de Derde Stand (boeren) moest tienden afstaan aan de Kerk.



Slide 14 - Slide

Lage clerus
  • Gewone priesters en dorpspastoors.
  • Stonden dichter bij het volk.

Slide 15 - Slide

Wie ken je die van adel is/was?

Slide 16 - Open question

Tweede stand of adel
  • Leefde van grondbezit.
  • Onderscheid:
  • Hoge adel ↔ lage adel (meer of minder macht & rijkdom)

Slide 17 - Slide

Hoge adel
  • Koning 

Slide 18 - Slide

Vandaag
  • Koning

Slide 19 - Slide

Hoge adel
  • Hertogen
  • Oorspronkelijk legeraanvoerders. 

Slide 20 - Slide

Vandaag
  • Nog steeds hertogen.
  • Bv. Kroonprins(es) België = hertog van Brabant. 

Slide 21 - Slide

Hoge adel
  • Graven
  • Oorspronkelijk  militaire en/of bestuurlijke functie.

Slide 22 - Slide

Vandaag
  • Graaf van Vlaanderen: afgeschaft in 2001
  • Groot-Brittannië:  189 graven.

Nicholas Trench, 9e graaf van Clancarty ->

Slide 23 - Slide

Lage adel
  • Ridders 
  • Soldaten.

Slide 24 - Slide

Vandaag
  • Eretitel. 

Slide 25 - Slide

Taken en plichten van de adel
Militaire dienst
  • De adel had de plicht om de koning militair te steunen in oorlogstijd, vaak als ruiters of bevelhebbers.

Slide 26 - Slide

Voorrechten
  • Bezaten grote stukken grond (dorpen en boerderijen).
  • Tienden heffen.
  • Geen belastingen aan de koning.
  • Wapendracht.

Slide 27 - Slide

In welke stand zou jij geboren willen zijn en waarom? Gebruik een voorrecht als argument.

Slide 28 - Open question

Welke jobs deden de mensen Derde Stand?

Slide 29 - Open question

Niet-bevoorrechte stand
  • Derde Stand

Slide 30 - Slide

Grootste deel = boer.

Slide 31 - Slide

Vrije boeren
  • Boeren die (een beetje) eigen grond bezaten. 

Slide 32 - Slide

Horigen*
  • Hadden geen grond
  • Wel nog rechten
  • Moet gehoorzamen aan de plaatselijke heer

Slide 33 - Slide

Lijfeigenen*
  • Waren het bezit van de landheer.

Slide 34 - Slide

p. 32

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

A

Slide 37 - Slide

A
C/G

Slide 38 - Slide

A
C/G
DS

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

C/G

Slide 41 - Slide

C/G
A

Slide 42 - Slide

C/G
A
DS

Slide 43 - Slide

Slide 44 - Slide

C/G

Slide 45 - Slide

C/G
A
A
A

Slide 46 - Slide

C/G
A
A
A
DS
DS

Slide 47 - Slide

Slide 48 - Slide

A
C/G
DS

Slide 49 - Slide

Slide 50 - Slide