les 8 B6 en B8 thema 6

Welkom
Mobiel uitzetten en in de tas doen.
Rustig op je eigen plek gaan zitten.
Je schrift en etui op tafel leggen.
Je laptop alvast opstarten en inloggen bij lessonup, daarna je laptop omdraaien (met scherm naar de docent).
Als de timer op 0 staat start de uitleg en zit je klaar.

timer
1:00
1 / 41
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Welkom
Mobiel uitzetten en in de tas doen.
Rustig op je eigen plek gaan zitten.
Je schrift en etui op tafel leggen.
Je laptop alvast opstarten en inloggen bij lessonup, daarna je laptop omdraaien (met scherm naar de docent).
Als de timer op 0 staat start de uitleg en zit je klaar.

timer
1:00

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Deze les
-Terugblik doelen vorige les (B6).
-Uitleg nieuwe doelen voor vwo B8.   
-Opdrachten maken.   
-Afsluiten; hoe is het deze les gegaan? 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

De leerdoelen voor deze week: 
-Je kunt de ecologische voetafdruk van Nederland vergelijken met die van andere landen.
-Je kunt uitleggen wat duurzaamheid is.
-Je kunt aangeven wat duurzame oplossingen voor milieuproblemen in Nederland kunnen zijn.
En voor vwo ook:
-Je kunt de landbouw in Nederland beschrijven.

Vorige les de eerste drie, deze les de vierde (voor vwo).


Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Wat zou je kunnen doen om jouw ecologische voetafdruk te verkleinen?

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Slide 5 - Video

This item has no instructions

Slide 6 - Video

This item has no instructions

Havo gaat aan het werk.
-Te lezen / bestuderen de tekst van B5 
-Te maken: B5 opdr 1 t/m 10 afmaken  
-Antwoorden van de opdrachten controleren  
-Formatief toetsen van de leerdoelen met 
  • de flitskaarten en 
  • de test je zelf.
Laatste 10 minuten doen we weer met z'n allen klasikaal.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

-Je kunt de landbouw in Nederland beschrijven.
  1. Akkerbouw
  2. Veeteelt
  3. Tuinbouw

Tot 1950 waren de meeste boerenbedrijven 
gemengde/combinatiebedrijven.
Dus zowel voedingsgewassen (planten) als landbouwhuisdoeren (dieren). 
Nu zijn de meeste bedrijven gespecialiseerd in 1 ding.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Wat is er fout aan de mededeling: Hier volgen de berichten voor de land en tuinbouw.

Slide 9 - Open question

This item has no instructions

-Je kunt de landbouw in Nederland beschrijven.
Akkerbouw: grootschalig, machinaal, altijd buiten




Tuinbouw: kleinschaliger, meer handmatig. Soms buiten, meestal in kassen.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Akkerbouw
Graan
Aardappelen
Suikerbieten
Maïs

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Akkerbouw
Door ruilverkaveling zijn de akkers van boeren steeds groter geworden.
Meestal wordt maar één gewas geteeld: monocultuur
Voordelen: grote gespecialiseerde machines, grote opbrengst
Nadelen: gevoelig voor ziektes/ insecten

Vroeger kleine akkers, 
veel afwisseling.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Voedselproductie
Efficiënte landbouw --> optimale biotische en abiotische factoren
Abiotische factoren:
  • Mest
  • Extra CO2
  • Kassen
Biotische factoren:
  • Bestrijding van ongedierte


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Bemesting
Planten hebben mineralen nodig:
  • nitraat - fosfaat - sulfaat - natrium - kalium - calcium
  • Organische mest (gier uit put en vaste mest uit mesthoop)
  • Kunstmest (korrels)
  • Gevaar: overbemesting en uitspoeling

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Akkerbouw - bemesting
Door monocultuur snelle uitputting van de bodem. Er wordt mest gebruikt om de grond van voedingsstoffen te voorzien.

Organische mest: mest van organismen (compost/ koeien) 

Kunstmest: mest uit een fabriek
Met kunstmest heeft een boer meer controle.

Mest kan in het grondwater (sloot) terecht komen en verstoort het natuurlijke evenwicht.



Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Gewasbescherming
Één van de grootste uitdagingen voor boeren is het beschermen van hun gewassen tegen ziekten en plagen. 
  • Plaag -> Insecten eten oogst op
  • Ziekten -> bacteriën en virussen maken vee ziek 
Om gewassen en vee te beschermen maken boeren gebruik van bestrijdingsmiddelen:
  • Chemische bestrijdingsmiddelen
  • Biologische bestrijdingsmiddelen

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Chemische gewasbescherming
Doen we met biociden, die  
doden levende organismen.

Voordeel:
Het werkt snel.




Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Boeren maken vaak gebruik van pesticiden om hun gewassen te beschermen tegen insecten

Er zijn 2 verschillende soorten insecticiden:
  • Niet-soort specifiek (dood alle insecten)
  • Soortspecifiek (dood één specifieke soort)

Meestal zijn ze  niet erg selectief en doden ze ook niet schadelijke en nuttige organismen.
Chemische gewasbescherming, nadeel 1.

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Chemische gewasbescherming, nadeel 2:
Resistentie: het kan gebeuren dat sommige individuen van een soort tegen het gif kan (resistent is) als die dan nakomelingen krijgen krijg je een hele resistente ziekte/ plaag


Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Chemische gewasbescherming, nadeel 3:
Accumulatie: de gifstoffen worden niet afgebroken in de organismen. Als deze worden gegeten komt het gif ook in het volgende dier in de voedselketen en zo verder. 
Accumulatie is een moeilijk woord voor ophoping.


Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Chemische gewasbescherming, nadeel 3
Accumulatie.
De biomassa neemt af in ieder trofisch niveau, maar de hoeveelheid pesticide blijft gelijk. 

Toppredator krijgt hierdoor teveel pesticide binnenen kan ziek worden.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Biologische gewasbescherming
Gebruik maken van biologische processen, zoals natuurlijk vijanden. 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Biologische bestrijding
Voorbeeld: last van witte vliegen? Zet sluipwespen in om de witte vliegen uit te roeien 

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

0

Slide 24 - Video

This item has no instructions

Welk proces zie je in de afbeelding?
A
Accumulatie
B
resistentie
C
assimilatie
D
fotosynthese

Slide 25 - Quiz

This item has no instructions

Wat is een nadeel van chemische bestrijding?
A
Resistentie
B
Accumulatie
C
Persistentie
D
Niet-soortspecifiek

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Biologische landbouw
Vormen van landbouw die minder/ geen impact op het milieu hebben maar toch voldoende voedsel opleveren.





Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Biologische landbouw
Gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen (niet giftig of zelfs dieren zoals sluipwespen)
Vruchtwisseling om te voorkomen dat ziekteverwekkers de kans krijgen.





Slide 28 - Slide

This item has no instructions

 Biologische landbouw
-geen monocultuur
-vruchtwisseling
-geen kunstmest
-geen chemische gewasbestrijding
(onbespoten)
-scharrelen
-natuurlijke bestrijding
-mechanische verwijdering van onkruid

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Vind je het terecht dat niet biologische boeren en vissers er op worden aangekeken dat ze niet duurzaam omgaan met ons milieu?
Leg je antwoord uit.

Slide 30 - Open question

This item has no instructions

Om over na te denken
Boeren krijgen vaak de schuld van milieuproblemen. 
Maar is dat wel helemaal eerlijk?
Is het niet net zo goed, of meer, de schuld van de consument (want die koopt liever goedkoop bioindustrie vlees dan biologisch vlees) of van de regering want die zou via wet en regelgeving de biologische landbouw kunnen stimuleren.
Hoe denk jij hier over?

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

Vind je het terecht dat niet biologische boeren en vissers er op worden aangekeken dat ze niet duurzaam omgaan met ons milieu?
A
Ja
B
Nee
C
Deels

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

timer
10:00
Leerdoelen:
-Je kunt de ecologische voetafdruk van Nederland vergelijken met die van andere landen.
-Je kunt uitleggen wat duurzaamheid is.
-Je kunt aangeven wat duurzame oplossingen voor milieuproblemen in Nederland kunnen zijn.
En voor vwo ook:
-Je kunt de landbouw in Nederland beschrijven.
Kun je bereiken door:
-De tekst van basisstof 6 en de samenhang (en vwo ook B8) te lezen/bestuderen.
-Te maken: Basisstof 6 opdracht 1 t/m 11, de samenhang opdracht 1 tm 6 en vwo ook B8 opdracht 1 t/m 7. 
-De antwoorden van de opdrachten serieus te controleren.
-Je kennis van de leerdoelen te toetsen met de flitskaarten en de test je zelf.




  Na afloop nog een paar (4) vragen via lessonup.  
Zorg dat je om 11.45 uur klaar zit met de lessonup open.

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Afsluiting.
Wat nog niet af is van de studiewijzer van deze week is huiswerk voor de 1e les van volgende week. (maandag)

Volgende week Toets (openboek, punt extra)

Wat heb je geleerd deze les, alles duidelijk?

Zo niet gebruik dan de volgende links in lessonup om extra te oefenen.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions

Een teler heeft last van bladluis op zijn gewas.
Hij zet lieveheersbeestjes in om de bladluizen op te eten.
Dit is een voorbeeld van?
A
Vruchtwisseling
B
Accumulatie
C
Biologische bestrijding
D
Bio industrie

Slide 37 - Quiz

This item has no instructions

akkerbouw
tuinbouw
veehouderij

Slide 38 - Drag question

3 soorten agrarische bedrijven
welke producten maken ze?
Door de bio-industrie is de voedselproductie in Nederland verhoogd.

A
juist
B
onjuist

Slide 39 - Quiz

This item has no instructions

Waarin verschilt de biologische landbouw van de gangbare landbouw?
A
De biologische landbouw is ouderwets.
B
De biologische landbouw is gericht op natuur- en landschapsbehoud.
C
In de biologische landbouw worden geen chemische middelen gebruikt.
D
In de biologische landbouw worden antibiotica en bestrijdingsmiddelen gebruikt

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions


Dit is het einde van deze les.

In je agenda gezet wat je gaat of moet doen?

Tot donderdag.
  


Slide 41 - Slide

This item has no instructions