Week 8 1 HV Frans

programme
récapitulation
aujourd'hui
explication
des excercises

1 / 17
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 17 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

programme
récapitulation
aujourd'hui
explication
des excercises

Slide 1 - Slide

récapitulation

Slide 2 - Slide

aujourd'hui
uitleg
          - werkwoorden herhaling
          - nieuw werkwoord = avoir
Oefenen
           - groepsopdrachtje
des excercises
          - 14 + 15 vanaf blz. 97

        

Slide 3 - Slide

Grammaire
We hebben tot nu toe het twee keer over werkwoorden gehad. Het werkwoord zijn = être + hoe je werkwoorden met -er op het einde moet vervoegen.
Overleg in je groepje en schrijf op een blad het rijtje van être + het rijtje van chercher.
- Kijk daarna als groepje het blad van de andere groep na en geef aan waar de fout zit. 

Je hebt gezien dat de rijtjes voor deze werkwoorden totaal lijken op elkaar, être is onregelmatig.
Er is nog een onregelmatig werkwoord, je hebt hier vrijdag al mee geoefend.

timer
5:00

Slide 4 - Slide

Grammaire
Je hebt gezien dat de rijtjes voor deze werkwoorden totaal lijken op elkaar, être is onregelmatig.
Er is nog een onregelmatig werkwoord, je hebt hier vrijdag al mee geoefend. --------->

Slide 5 - Slide

Avoir = Hebben
Ik heb
Jij hebt
Hij/Zij heeft
Wij hebben
Wij hebben
U/Jullie hebben
Zij hebben

J’ai
Tu as
Il/Elle a
On a
Nous avons
Vous avez
Ils/Elles ont

Slide 6 - Slide

les excercises
Maak de opdrachten uit je boek, help elkaar, vrijdag spelen we een spel waar je alleen mee kunt winnen als je deze werkwoorden goed snapt. Het spel is geen groepsopdracht, je speelt voor jezelf. Tip! Om te winnen leer je être + avoir + werkwoorden die eindigen op -er

Voor nu: opdr. 14. blz. 97 + opdr. 15 blz. 98

Slide 7 - Slide

programme
récapitulation
aujourd'hui
explication
des excercises

Slide 8 - Slide

récapitulation

Slide 9 - Slide

aujourd'hui
uitleg
          - werkwoorden herhaling
          - nieuw werkwoord = avoir
Oefenen
           - groepsopdrachtje
des excercises
          

        

Slide 10 - Slide

Avoir = Hebben
Ik heb
Jij hebt
Hij/Zij heeft
Wij hebben
Wij hebben
U/Jullie hebben
Zij hebben

J’ai
Tu as
Il/Elle a
On a
Nous avons
Vous avez
Ils/Elles ont

Slide 11 - Slide

Speluitleg
Lees de regels supergoed
Ik maak groepjes
Gebruik je boek bij twijfel

Slide 12 - Slide

programme
récapitulation
aujourd'hui
phrases-clés
écrire
des excercises

Slide 13 - Slide

récapitulation

Slide 14 - Slide

aujourd'hui
phrases-clés
          - luisteren
          - in gesprekjes oefenen
Schrijven
           - opdr. 18 -> schrijf een korte reactie
des excercises
          - opdr. 16 + 18

        

Slide 15 - Slide

phrases-clés
opdr. 16 a+b luisteren->luister eerst en geef bij b antwoord op de vragen. 
Opdr. 16d+e blz. 99/100 -> oefen eerst 5 minuten het gesprek van d-> ik wijs tweetallen aan om het gesprek voor te lezen-> oefen daarna 5 minuten het gesprek van e-> ik wijs tweetallen aan om het gesprek voor te lezen (nu stel ik de tweetallen samen) 

Slide 16 - Slide

écrire
Opdr. 18 blz. 100/101 -> lees het tekstje en schrijf eerst de 6 vragen op-> schrijf daarna een korte reactie op het bericht (geef antwoord en stel zelf ook vragen). 

Samenwerken is absoluut toegestaan

Slide 17 - Slide