Les van 4 februari

Les van 4 februari
Wat gaan we doen?
- woordenschat bijde tekst  "Wat een luxe!";
- samengestelde zinnen;
- hoofdletters;
- dictee;
- spelling;
-Banksy.
1 / 43
next
Slide 1: Slide
Nederlands6th Grade

This lesson contains 43 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Les van 4 februari
Wat gaan we doen?
- woordenschat bijde tekst  "Wat een luxe!";
- samengestelde zinnen;
- hoofdletters;
- dictee;
- spelling;
-Banksy.

Slide 1 - Slide

Woordenschat
We gaan beginnen met de woordenschat die hoort bij de tekst tekst “Wat een luxe!"

 

Ga naar blz. 22 van je Taalboekje (Thema 4) en maak oefening 1. 

Slide 2 - Slide

Woordenschat


Ga naar blz. 23 van je Taalboekje (Thema 4) en maak nu oefening 2.

Slide 3 - Slide

Wat is het woord?
Wij moeten nu echt een beslissing nemen. We moeten .........

Slide 4 - Open question

Woordenschat


Ga naar blz. 23 van je Taalboekje (Thema 4) en maak oefening 3 verder af.

Slide 5 - Slide

Taal
Ontleden:
Stap 1: Persoonsvorm (pv): Zet de zin in de vragende vorm, dan is het eerste woord de pv, of
              Zet de zin in een andere tijd: het woord dat verandert is de pv.
Stap 2: Gezegde (gez): ALLE werkwoorden in een zin
Stap 3: Onderwerp (ow): Wie + pv/gez
Stap 4: Lijdend voorwerp (lv): Wie of wat + gez + ow
Stap 5: Meewerkend voorwerp (mv): Aan wie + gez +ow + lv
Stap 6: Bepaling (bep): Alles wat overblijft (waar, wanneer etc)

Slide 6 - Slide

Taal

Ontleed de volgende zin:

Tijdens de vakantie heb ik mijn vriend Jan mijn extra zwembroek geleend.


Slide 7 - Slide

Taal

Tijdens de vakantie heb ik mijn vriend Jan mijn extra zwembroek geleend.

Stap 1: Persoonsvorm (pv): “heb”
              Heb ik tijdens de vakantie mijn extra zwembroek aan Jan geleend? 
              Tijdens de vakantie had ik mijn vriend Jan mijn extra zwembroek geleend.
Stap 1: Gezegde (gez): “heb geleend” (ALLE ww in een zin)
Stap 1: Onderwerp (ow): Wie heeft geleend? (ow + gez) : “Ik”
Stap 1: Lijdend voorwerp (lv): Wie of wat heb ik geleend? (Wie of wat + gez + ow): “mijn extra zwembroek”
Stap 1: Meewerkend voorwerp (mv): Aan wie heb ik mijn extra zwembroek geleend ? (Aan wie + gez +ow + lv): “Jan"
Stap 1: Bepaling (bep): tijdens de vakantie

Slide 8 - Slide

Taal

Nu gaan we weer zinsdelen benoemen, maar nu in een samengestelde zin.

Wat was ook alweer een samengestelde zin?

Slide 9 - Slide

Samengestelde zin
Een samengestelde zin kun je bouwen met twee hoofdzinnen of met een hoofdzin en een bijzin.
 

Een bijzin kan NOOIT zonder hoofdzin bestaan.

Een bijzin kan voor of na een hoofdzin staan.

Slide 10 - Slide

Taal

Ontleed de volgende zin:

Tijdens de vakantie heb ik mijn vriend Jan mijn extra zwembroek geleend, aangezien hij zijn eigen zwembroek was vergeten.


Slide 11 - Slide

Taal

Tijdens de vakantie heb ik mijn vriend Jan mijn extra zwembroek geleend, aangezien hij zijn eigen zwembroek was vergeten.

Stap 1: Persoonsvorm (pv): “heb”
              Heb ik tijdens de vakantie mijn extra zwembroek aan Jan geleend? 
              Tijdens de vakantie had ik mijn vriend Jan mijn extra zwembroek geleend.
Stap 1: Gezegde (gez): “heb geleend” (ALLE ww in een zin)
Stap 1: Onderwerp (ow): Wie heeft geleend? (ow + gez) : “Ik”
Stap 1: Lijdend voorwerp (lv): Wie of wat heb ik geleend? (Wie of wat + gez + ow): “mijn extra zwembroek”
Stap 1: Meewerkend voorwerp (mv): Aan wie heb ik mijn extra zwembroek geleend ? (Aan wie + gez +ow + lv): “Jan"
Stap 1: Bepaling (bep): tijdens de vakantie

Slide 12 - Slide

Samengestelde zin

Omdat Koningsdag dit jaar op vrijdag valt, versieren we ons huis op donderdag!

Dit is een samengestelde zin:
- wat is het voegwoord;
- wat zijn de twee zinnen

Slide 13 - Slide

Samengestelde zin
Omdat Koningsdag dit jaar op vrijdag valt, versieren we ons huis op donderdag!

voegwoord: omdat
Zin 1: Omdat koningsdag dit jaar op vrijdag valt.
Zin 2: Versieren we ons huis op donderdag

Slide 14 - Slide

Omdat Koningsdag dit jaar op vrijdag valt, versieren we ons huis op donderdag!

Slide 15 - Open question

Taal

Nu gaan we naar blz. 18 van je taalboekje.
Maak daar oefening 1 verder af.



Slide 16 - Slide

Samengestelde zin

Berend toonde vandaag trots zijn atletiekmedaille aan de klas en iedereen gaf hem een daverend applaus.

Dit is een samengestelde zin:
- wat is het voegwoord;
- wat zijn de twee zinnen

Slide 17 - Slide

Samengestelde zin
Berend toonde vandaag trots zijn atletiekmedaille aan de klas en iedereen gaf hem een daverend applaus.
Voegwoord: en
Zin 1: Berend toonde vandaag trots zijn atletiekmedaille aan de klas
Zin 2: Iedereen gaf hem een daverend applaus


Slide 18 - Slide

Berend toonde vandaag trots zijn atletiekmedaille aan de klas en iedereen gaf hem een daverend applaus.

Slide 19 - Open question

Taal

Nu gaan we naar blz. 18 van je taalboekje.
Maak daar oefening 2 verder af.

Slide 20 - Slide

Dictee

We gaan nu een oefen dictee doen.
We doen dat zoals we dat altijd doen: ik lees alles eerst voor en jij typt alles en daarna druk je op 'send'

Slide 21 - Slide

Dictee

Slide 22 - Open question

Taal
Hoofdletters

Wanneer gebruik je ook alweer een hoofdletter?

Slide 23 - Slide

Hoofdletters
- Begin van een zin
- Eigen namen
- Aardrijkskundige namen
- Namen van feestdagen (maar uitzondering als er wat voor of achter staat)  dus Kerst (maar kerstvakantie), Pasen (maar paasontbijt), Sinterklaas (maar sinterklaasfeest) etc
- Talen (Nederlands, Belgisch)
- Volken (Eskimo, Venozolaan)


Slide 24 - Slide

Taal: hoofdletters

Ga naar blz. 19 van je Taalboekje (Thema 4) en maak daar de oefeningen.

Slide 25 - Slide

Taal: hoofdletters


Ga daarna naar blz. 28 van je Taalboekje (Thema 4) en maak daar de oefeningen.


Slide 26 - Slide

Spelling
Zelfstandige naamwoorden (en soms werkwoorden) met MEERDERE lettergrepen, en waar de klemtoon NIET op de laatste lettergreep ligt, eindigend op:
-ik
Krijgen GEEN verdubbelaar in het meervoud!

Slide 27 - Slide

Spelling
-ik
Havik --> haviken
Monnik --> monniken

frunik --> fruniken
punnik --> punniken

Slide 28 - Slide

Spelling
-ik
Controleer altijd:
- eindigd het woord op 'ik';
- heeft het meerdere lettergrepen;
- ligt de klemtoon niet op de laatste lettergreep?

Slide 29 - Slide

Spelling
we gaan even oefenen:

 
- bangerik
- ogenblik
- perzik
- koffiedik

Slide 30 - Slide

Spelling
we gaan even oefenen:

- bangerik --> bangeriken
- ogenblik --> ogenblikken
- perzik --> perziken
- koffiedik --> koffiedikken

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Banksy
Boek "Banksy ontmaskerd" van Manon Berns

Ben je al in het boek begonnen?

Wat vind je ervan?

Slide 34 - Slide

Banksy
- Staatkunstenaar
- mysterie wie hij nou is

Voorbeelden:
- Girl with baloon
- Flower thrower

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

Slide 41 - Slide

Meest recente Banksy
Protest tegen aanpak pro-Palestijnse betogers:

In een nieuw werk protesteert Banksy tegen de aanpak van pro-Palestijnse betogers in het Verenigd Koninkrijk. Maar de muurschildering was al afgedekt voor de artiest ze erkende op zijn Instagrampagina. In een nieuwe Banksy gaat een Britse rechter in pruik en toga een betoger te lijf met zijn hamer.

Slide 42 - Slide

Slide 43 - Slide