Hoofdstuk 4 Observaties Les 3/ Ademhaling, hartslag en bloeddruk

Helpende Plus

Hoofdstuk 4 Observaties

Observeren • Ademhaling • Hartslag • Bloeddruk

1 / 38
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min
Report this lesson

Items in this lesson

Helpende Plus

Hoofdstuk 4 Observaties

Observeren • Ademhaling • Hartslag • Bloeddruk

This item has no instructions

Welkom bij hoofdstuk 3 Observaties

Observeren • Ademhaling • Hartslag • Bloeddruk

Vandaag starten we met het hoofdstuk Observaties. We verdelen dit over twee lessen. Vandaag gaan we kijken naar observeren, ademhaling, hartslag en bloeddruk. Volgende les gaan we verder met temperatuur en bewustzijn.

Inhoud van de les

  • Leerdoelen

  • Terugblik Wet- en regelgeving

  • Observeren in de zorg

  • Vitale functies

  • Ademhaling

  • Hartslag & pols

  • Bloeddruk

  • Praktisch oefenen




Na de pauze gaan jullie zelf meten en oefenen met de protocollen.


This item has no instructions

Leerdoelen

Na deze les kun je:


  • uitleggen wat observeren is en welke manieren van observeren er zijn;

  • de belangrijkste vitale functies benoemen;

  • de ademhaling observeren en tellen;

  • de hartslag/pols observeren en meten;

  • de bloeddruk meten volgens protocol;

  • meetgegevens objectief registreren en rapporteren;

  • bij een afwijkende meting volgens de afspraken handelen.


Vandaag

Observeren • Ademhaling • Hartslag/pols • Bloeddruk

This item has no instructions

Terugblik | Bevoegd en bekwaam



Wat betekent het als je bekwaam bent?



A

Je hebt toestemming om een handeling zelfstandig uit te voeren.

B

Je kunt de handeling verantwoord en deskundig uitvoeren.

C

Je hebt de handeling tijdens je opleiding eerder uitgevoerd.

D

Je volgt bij de handeling altijd het geldende zorgprotocol.

B is juist: bekwaam betekent dat je de handeling vaardig kunt uitvoeren, de omstandigheden kunt beoordelen en adequaat kunt reageren bij complicaties.


A is onjuist: dit gaat meer over bevoegdheid: mag je de handeling uitvoeren?


C is onjuist: een handeling ooit hebben geleerd of uitgevoerd betekent niet dat je blijvend bekwaam bent. Bekwaamheid kun je verliezen.


D is onjuist: werken volgens protocol is belangrijk, maar alleen een protocol volgen maakt iemand niet automatisch bekwaam.


"Kun je bevoegd zijn, maar niet bekwaam?" =Ja.

Terugblik | Welke wet?



Een cliënt met dementie verzet zich tegen zorg. Er wordt overwogen om zijn bewegingsvrijheid te beperken.

Welke wet speelt hierbij een belangrijke rol?


A

WGBO

B

Wkkgz

C

Wzd

D

Wmcz

C is juist: de Wzd (Wet zorg en dwang): gaat over onvrijwillige zorg bij de doelgroep waarop deze wet van toepassing is. Vrijheidsbeperking kan een vorm van onvrijwillige zorg zijn.


WGBO (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst): gaat onder andere over informatie, toestemming, privacy en dossier.


Wkkgz (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg): gaat onder andere over informatie, toestemming, privacy en dossier.


Wmcz (Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen): gaat over medezeggenschap en de cliëntenraad.



Terugblik | Werken volgens protocol



Je hebt tijdens je opleiding geleerd hoe je een bloeddruk meet. Op jouw werkplek wordt hiervoor een protocol gebruikt.

Welke werkwijze volg je?

A

De werkwijze die je tijdens je opleiding hebt aangeleerd.

B

De werkwijze die ervaren collega's meestal op de afdeling gebruiken.

C

De werkwijze uit het geldende protocol en de organisatieafspraken.

D

De werkwijze waarmee je zelf het meeste praktijkervaring hebt.

C is juist: je werkt volgens het geldende protocol en de afspraken van de organisatie.


A: wat je op school hebt geleerd is belangrijk, maar een geldend protocol is leidend voor de werkwijze binnen de organisatie.


B: collega's kunnen ervaren zijn, maar "zo doen wij het altijd" is geen vervanging van een protocol.


D: ervaring is waardevol, maar persoonlijke routine mag het protocol niet vervangen.


Vorige les hebben we besproken waarom protocollen belangrijk zijn. Vandaag gaan jullie die protocollen daadwerkelijk gebruiken bij het observeren en meten.

Observaties

Observeren doe je de hele dag.
Professioneel observeren is méér dan alleen kijken.



"Wat observeren jullie tijdens een gewone dienst allemaal aan een cliënt?"

Voorbeelden wat je kunt observeren:


gedrag;

huidskleur;

eten en drinken;

urine/ontlasting;

mobiliteit;

pijn;

ademhaling;

temperatuur;

bewustzijn.

Wat is observeren?

Observeren = doelgericht waarnemen


Je verzamelt informatie over hoe het met een cliënt gaat.

👀 Kijken - kleur, houding, gedrag
👂 Luisteren - ademhaling, stem, hoesten
Voelen - huid, pols
📏 Meten - bloeddruk, temperatuur, hartslag



Observeren is meer dan kijken!


Soms observeer je gedrag, bijvoorbeeld onrust of agressie. Soms verzamel je meetbare gegevens, zoals een hartslag of temperatuur. Welke manier je gebruikt, hangt af van wat je wilt observeren.

Sleepvraag | Dit kennen jullie al... OBJECTIEF of SUBJECTIEF?

Objectief

Subjectief

Meneer ziet er vandaag niet goed uit.

In rust tel ik bij meneer 110 hartslagen per minuut.

Ik denk dat mevrouw benauwd is.

Mevrouw heeft een temperatuur van 38,5 °C.

Tijdens de les Communiceren hebben we objectief en subjectief rapporteren al behandeld. Vandaag gaan we daarop verder: hoe verzamel je eigenlijk de gegevens die je objectief rapporteert?

Werkwijzen bij observeren

Hoe kun je observeren?


📝 Beschrijvende observatie

Je beschrijft wat je ziet en wat belangrijk of opvallend is.

Voorbeeld: het gedrag van een onrustige cliënt.


☑️ Observatieschema

Je observeert vooraf bepaalde punten en houdt deze bij.

Voorbeeld: hoe vaak heeft een cliënt kramp?


🔢 Beoordelingsschaal

Je geeft met een cijfer of schaal een waarde.

Voorbeeld: pijnscore 0–10.

Beschrijvende observatie:
Geeft een uitgebreid beeld en je kunt details en interacties beschrijven. Nadeel is dat je gemakkelijk subjectieve informatie toevoegt.


Observatieschema:
Je bepaalt vooraf wat je observeert en kunt resultaten daardoor makkelijker vergelijken. Je moet je wel aan de vooraf bepaalde observatiepunten houden.


Beoordelingsschaal:
Laat zien in welke mate iets aanwezig is. De uitkomst kan subjectief zijn, omdat bijvoorbeeld een pijnscore gebaseerd is op de beleving van de cliënt.


"Een cliënt zegt: 'Mijn pijn is een 7 op een schaal van 0 tot 10.' Welke werkwijze is gebruikt?"

=Beoordelingsschaal


Van observeren naar handelen


👀 OBSERVEREN

Wat neem ik waar?

📋 REGISTREREN

Meetwaarden op de juiste plaats in het cliëntdossier

✍️ RAPPORTEREN

Bijzonderheden objectief beschrijven

🗣️ OVERLEGGEN / HANDELEN

Afwijkende gegevens doorgeven volgens de afspraken


Als je straks een bloeddruk of temperatuur meet, heeft die waarde vaak een eigen plek in het cliëntdossier. Daar registreer je de meetwaarde. Zie of meet je daarnaast iets afwijkends of opvallends, dan rapporteer je daarover en geef je het zo nodig door.


Daar komt dus weer terug waarom objectief rapporteren zo belangrijk is.

Wat zijn vitale functies?

Welke vitale functies kennen jullie?


🫁 Ademhaling
❤️ Circulatie/ hartslag en bloeddruk
🌡️ Temperatuur
🧠 Bewustzijn

Vitale functies zijn lichaamsfuncties die de mens in leven houden.

Deze functies staan niet los van elkaar. Zonder goede ademhaling komt onvoldoende zuurstof in het bloed. Zonder goede circulatie komt dat zuurstofrijke bloed niet goed bij de organen. En veranderingen kunnen ook invloed hebben op bijvoorbeeld het bewustzijn.

De ademhaling

Ademhaling

Bij het ademhalen:

🫁 nemen we zuurstof (O₂) op
↔️ vindt in de longblaasjes gaswisseling plaats
💨 geven we koolstofdioxide (CO₂) af


De lucht komt via de luchtwegen in de longen. Aan het uiteinde zitten de longblaasjes. Daar gaat zuurstof het bloed in en koolstofdioxide vanuit het bloed weer naar buiten.

This item has no instructions

Bij de ademhaling let je op:

Frequentie
Hoe vaak per minuut?

Diepte
Oppervlakkig of diep?

Ritme
Regelmatig of onregelmatig?

Geluid
Normaal is de ademhaling geluidloos.



Kijk niet alleen naar het getal.

Een snelle ademhaling kan bijvoorbeeld oppervlakkiger kan zijn en afwijkende geluiden kunnen ook belangrijke observaties zijn.

Ademhaling tellen

Volwassene in rust:

15-17 ademhalingen per minuut


Hoe tel je?

1 inademing + 1 uitademing = 1 ademhaling

⏱️ 30 seconden tellen × 2

⚠️ Afwijkende ademhaling?
Een volledige minuut tellen.


Probeer de ademhaling te observeren zonder dat de cliënt daar nadrukkelijk op let. Zodra ik tegen jullie zeg: 'Ik ga nu je ademhaling tellen', is de kans groot dat je ineens anders gaat ademhalen.

Rekencheck


Je telt bij een cliënt in rust gedurende 30 seconden 9 ademhalingen.

Welke ademhalingsfrequentie rapporteer je?

A

9 ademhalingen per minuut

B

18 ademhalingen per minuut

C

27 ademhalingen per minuut

D

36 ademhalingen per minuut

B is juist: je hebt 30 seconden geteld. Voor een minuut vermenigvuldig je de uitkomst met twee: 9 × 2 = 18/minuut.


A: dit is alleen het aantal dat in 30 seconden is waargenomen.


C: hierbij is ten onrechte met drie vermenigvuldigd.


D: hierbij is ten onrechte met vier vermenigvuldigd.


"En wat doe je als de ademhaling duidelijk afwijkend of onregelmatig is?"

= Een volledige minuut tellen.

Instructiefilmpje | Ademhaling tellen



Ik doe eerst alsof ik de pols controleer en observeer ondertussen de ademhaling. Ik kijk naar het op en neer gaan van borst of buik. Eén keer in én uit is één ademhaling.

Circulatie

Het hart pompt bloed door het lichaam.

Het bloed vervoert onder andere:

🫁 zuurstof
🥗 voedingsstoffen
↩️ afvalstoffen


Het belangrijkste voor vandaag is dat het hart zorgt voor de circulatie. Daardoor krijgen organen en weefsels zuurstof en voedingsstoffen.

Hartslag en pols

Hartslag

Het aantal keren dat het hart per minuut klopt.

Pols

De voelbare hartslag in een slagader.


Volwassene: 60-100 per minuut


Hartslag kan veranderen door:

inspanning • ziekte • pijn • stress • koorts


Het boek noemt voor volwassenen gemiddeld 60-100/minuut. Bij het daadwerkelijk observeren gaat het bovendien niet alleen om de frequentie.

This item has no instructions

This item has no instructions

Wat observeer je aan de pols?

F - R - K


Frequentie

Hoeveel slagen per minuut?

Ritme

Regelmatig of onregelmatig?

Kracht

Voelen de slagen even krachtig?



🚫 Gebruik nooit je duim.


In je duim kun je je eigen hartslag voelen. Daardoor kun je je eigen hartslag verwarren met die van de cliënt.

Zoek je eigen pols

Kun jij je eigen pols vinden?


✌️ Gebruik wijs- en middelvinger
📍 Zoek de polsslagader
❤️ Voel het ritme en de kracht


Nog niet uitgebreid meten!


Laat iedereen kort zoeken.


Vraag:

makkelijk te vinden?

regelmatig?

duidelijk/krachtig voelbaar?

Instructiefilmpje | Pols meten



This item has no instructions

Wat is bloeddruk?

Bloeddruk

De kracht waarmee het bloed tegen de wand van een slagader drukt.

120 / 80 mmHg


❤️ 120 = bovendruk
Het hart trekt samen.


80 = onderdruk
Het hart ontspant.


De bovendruk is de hoogste druk wanneer het hart samentrekt en bloed de slagaders inpompt. De onderdruk is de druk die overblijft wanneer het hart tussen twee slagen ontspant.

Bloeddruk observeren

Volgens jullie boek:

Rond 120/80 mmHg

wordt als gezonde bloeddruk genoemd.


De bloeddruk verandert onder invloed van:

🏃 inspanning
😰 spanning/stress
🛌 rust
🕒 moment van de dag


Een meting bekijk je altijd in de situatie van de cliënt.

This item has no instructions

Goed bloeddruk meten

Voor een betrouwbare meting

  • cliënt is ontspannen

  • vooraf rustig zitten

  • arm ontspannen en ondersteund

  • juiste manchet gebruiken

  • niet praten tijdens de meting

Een bloeddrukmeter geeft wel een getal, maar dat betekent niet automatisch dat je goed hebt gemeten. De omstandigheden waarin je meet hebben invloed op de betrouwbaarheid.


Het protocol schrijft onder andere minimaal vijf minuten rust vooraf, een ontspannen houding en niet spreken tijdens de meting voor.

Wat doe je?


Mevrouw komt gehaast terug van het toilet. Je meet direct haar bloeddruk: 156/92 mmHg.


Wat is op dit moment de beste vervolgstap?

A

Je rapporteert de waarde direct als een verhoogde bloeddruk.

B

Je laat mevrouw rustig zitten en meet daarna opnieuw.

C

Je vraagt een collega om dezelfde meting direct te herhalen.

D

Je wacht tot de volgende dienst en meet de bloeddruk opnieuw.

B is juist: mevrouw heeft zich net ingespannen. Voor een betrouwbare meting moet zij eerst tot rust komen en daarna wordt volgens protocol opnieuw gemeten.


A is onjuist: één meting direct na inspanning is onvoldoende om daar zo'n conclusie aan te verbinden.


C is onjuist: een andere collega lost de ongunstige meetomstandigheden niet op. Mevrouw moet eerst tot rust komen.


D is onjuist: je hoeft niet tot een volgende dienst te wachten. Je kunt na voldoende rust opnieuw meten.


Vraag: "Wat rapporteer je als de waarde daarna opnieuw afwijkend is?"

=Objectief rapporteren + handelen/overleggen volgens afspraken!


Instructiefilmpje | Bloeddruk meten



This item has no instructions

Pauze


This item has no instructions

Praktisch oefenen

Aan de slag:

Werk in tweetallen of drietallen.


Oefen:

🫁 Ademhaling tellen
❤️ Pols/hartslag meten
🩺 Bloeddruk meten


Werkwijze

1. Open het juiste protocol
2. Voer de handeling uit
3. Noteer de uitkomst
4. Geef elkaar feedback
5. Wissel van rol


Werk volgens het protocol in Vilans!!!

Hier vooral rondlopen en observeren.


Let onder andere op:

* tellen ze ademhaling correct?

* beïnvloeden ze de ademhaling? *gebruiken ze bij de pols niet de duim?

*kijken ze naar ritme en kracht?

*houding bij bloeddruk;

* juiste plaatsing manchet;

*praten ze tijdens de meting?

*kijken ze daadwerkelijk in het protocol?

Observeren en rapporteren

Bij iedere observatie:


  • Wat heb ik gemeten?

  • Wat is de uitkomst?

  • Wat valt mij objectief op?

  • Hoe zou ik dit rapporteren?



Voorbeeld:

Ademhalingsfrequentie in rust: 16/min. Ademhaling regelmatig en geluidloos.

Jullie zijn dus niet alleen een handeling aan het oefenen. Denk ook na over wat je daarna in het dossier zou zetten.

Hoe ging het?

Even terugkijken


  • Wat ging makkelijk?

  • Wat vond je lastig?

  • Hoe was het werken met de protocollen?

  • Wat wil je op je werk verder oefenen?

This item has no instructions

Meenemen naar je werk

Oefen vóór de volgende les, als dit past binnen de afspraken op jouw werkplek:


🫁 Ademhaling tellen
❤️ Hartslag/pols meten
🩺 Bloeddruk meten


Kies minimaal 2 vaardigheden.


Sta kort stil bij:

  • Wat ging goed?

  • Wat vond je nog lastig?

  • Heb je volgens het protocol gewerkt?

🔒 Neem geen cliëntgegevens mee naar school.

This item has no instructions

Hebben we onze leerdoelen gehaald?

Na deze les kan ik...


👀 uitleggen wat observeren is en welke manieren van observeren er zijn.

🫁 een ademhaling observeren en tellen.

❤️ een hartslag/pols observeren en meten.

🩺 een bloeddruk volgens protocol meten.

📝 meetgegevens objectief registreren en rapporteren.

⚠️ bij een afwijkende meting volgens de afspraken handelen.


Hoe sta jij ervoor?


🟢 Dit kan ik
🟠 Dit moet ik nog oefenen
🔴 Hier heb ik nog hulp bij nodig

Kijk nog eens naar onze leerdoelen van vandaag. Als je eerlijk naar jezelf kijkt: wat beheers je nu en wat moet je nog oefenen?

Afsluiting les 4 - Observaties deel 1

Volgende les: Observaties deel 2


We gaan verder met de vitale functies:

🌡️ Lichaamstemperatuur
🤒 Koorts
🧠 Bewustzijn en AVPU


Voor de volgende les

📖 Lees de theorie van hoofdstuk 4 - Observaties
✏️ Maak de bijbehorende opdrachten van hoofdstuk 4
💼 Oefen waar mogelijk op je werk met de vaardigheden van vandaag


Tot volgende week!

Volgende week starten we kort met jullie ervaringen van het oefenen op de werkplek.


Daarna gaan we verder met temperatuur, koorts en bewustzijn. Zorg dat je de theorie hebt gelezen en de opdrachten van hoofdstuk 4 hebt gemaakt.