OSP Les 8 04 november

Vak: Beroepsgericht: Ondersteuningsplan (OSP)
Fase: 3 Les: 8

Herhaling alle lessen

1 / 37
next
Slide 1: Slide
WelzijnMBOStudiejaar 2

This lesson contains 37 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Vak: Beroepsgericht: Ondersteuningsplan (OSP)
Fase: 3 Les: 8

Herhaling alle lessen

Slide 1 - Slide

Doel




Aan het eind van de les heb je inzicht in alle onderdelen van het Ondersteuningsplan

Slide 2 - Slide

Programma
AWR

herhaling theorie

Slide 3 - Slide

Rubric gedragsbeoordeling door de werkbegeleider op de BPV
1. Voldoende: Analyseert nauwkeurig de verzamelde informatie over de cliënt
2. Voldoende: Vraagt gericht feedback op het ondersteuningsplan
3. Voldoende: Vertaalt doelbewust, zo mogelijk samen met de cliënt, behoeften, mogelijkheden
en kracht van de cliënt naar concrete doelen.
4. Voldoende: Vertaalt doelbewust, zo mogelijk samen met de cliënt, behoeften, mogelijkheden
en kracht van de cliënt naar concrete activiteiten.
5. Voldoende: Zet technologische hulpmiddelen in die aansluiten bij de leeftijd, achtergrond
en ontwikkelingsfase van de cliënt
6. Voldoende: Legt op een begrijpelijke manier verantwoording af over het ondersteuningsaanbod aan de cliënt en naastbetrokkenen
7. Voldoende: Besteedt proactief aandacht aan de balans tussen draagkracht en draaglast van de cliënt en naastbetrokkenen


Slide 4 - Slide

Rubric productbeoordeling school 
1. Voldoende: Schrijft een beginsituatie van de cliënt aan de hand van een ordeningsmodel.
2. Voldoende: Formuleert minimaal drie ondersteuningsvragen die voortkomen uit de beginsituatie.
3. Voldoende: Licht toe welke informatiebronnen gebruikt zijn om de beginsituatie en ondersteuningsvragen in kaart te brengen
4. Voldoende: Formuleert doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden 
5. Voldoende: Plant activiteiten in het ondersteuningsplan volgens een realistisch tijdschema, passend bij de doelen van de cliënt.  
6. Voldoende: Verantwoordt op welke wijze de begeleidingsmethodiek(en) die ingezet wordt bijdragen aan het behouden of vergroten van de eigen regie van de cliënt.
7. Voldoende: Benoemt de evaluatiemethode en evaluatiemomenten van het ondersteuningsplan
8. Voldoende: Formuleert product- en procesvragen ten behoeve van de evaluatie van het ondersteuningsplan



Slide 5 - Slide

Module ondersteuningsplan


Ondersteuningsplan: hierin staan alle afspraken tussen cliënt en zorgaanbieder en wat nodig is om afgesproken doelen te realiseren. 

In deze module lever je een bijdrage aan het ondersteuningsplan voor één cliënt. Óf je stelt het ondersteuningsplan bij voor één cliënt.




Slide 6 - Slide

Methodisch Werken, 4 kenmerken:


Doelgericht werken: alles wat je doet staat in het teken van het bereiken van je begeleidingsdoel.

Systematisch werken: je bedenkt een logische volgorde waarin je aan een doel werkt.

Procesmatig werken: de stappen sluiten op elkaar aan.

Bewust handelen: je weet waarom je handelt zoals je handelt.

Slide 7 - Slide

Uitleg methodische cyclus
Stap van het methodische werken
Uitleg
1. Beginsituatie vaststellen
Gesprek met client, naastbetrokkenen, observaties, enzovoorts
2. Ondersteuningsvraag beschrijven
Wat wil de client precies bereiken, wat heeft hij nodig?
3. Doelen formuleren
Bedenk SMART-doelen die passen bij de ondersteuningsvragen
4. Plan maken en uitvoeren
Maak een plan waarmee je de doelen kunt bereiken
5. Evalueren en eventueel bijstellen
Zijn de doelen bereikt? Moet de begeleiding bijgesteld worden?

Slide 8 - Slide

Beginsituatie in kaart brengen
Informatiebronnen:

  • de cliënt
  • observatie
  • collega's of andere professionals
  • naasten of mantelzorgers
  • literatuur
  • rapportages

Slide 9 - Slide

Beginsituatie in kaart brengen
Je kunt de beginsituatie van je cliënt dus beschrijven aan de hand van zijn ontwikkeling op verschillende gebieden. Voordat je dat kunt doen zal je kennis moeten hebben van een gezonde ontwikkeling.

Daar gaan jullie tijdens beroepsgericht 2 mee aan de slag.

Slide 10 - Slide

SMART

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Hulpvragen

Slide 13 - Slide

Waarom moeten doelen SMART geformuleerd worden?


  • Je weet wat je moet doen/ gericht te werk gaan
  • Je vergroot daarmee de kans dat je het doel behaald 
  • Je kan controleren of je het doel hebt behaald 
  • Zelfvertrouwen op te bouwen (ik kan het!)

Slide 14 - Slide

Ordeningsmodellen



Als je de beginsituatie van je cliënt in kaart brengt dan ga je veel informatie over je cliënt krijgen. Als professional moet je al deze informatie overzichtelijk in een verslag/rapportage kunnen verwerken. Hiervoor zijn er 3 verschillende mogelijkheden:
  1. Model van de ontwikkelingsgebieden
  2. Model van leefgebieden (zie website Movisie. Klikbare link: klik hier)
  3. Model van de positieve gezondheid

Slide 15 - Slide

Model van de ontwikkelingsgebieden
Het model van de ontwikkelingsgebieden ordent de informatie uit een beginsituatie onder de verschillende ontwikkelingsgebieden die er zijn:



  • Lichamelijke ontwikkeling
  • Geestelijke ontwikkeling
  • Cognitieve ontwikkeling
  • Sociale ontwikkeling
  • Emotionele ontwikkeling
  • Seksuele ontwikkeling

Slide 16 - Slide

Model van leefgebieden
Dit model ordent de informatie van je beginsituatie op basis van 7 leefgebieden: 

  1. Zingeving
  2. Wonen
  3. Financien
  4. Sociale relaties
  5. Lichamelijke gezondheid
  6. Psychische gezondheid
  7. Werk en activiteiten

Slide 17 - Slide

Model van de positieve gezondheid
Dit model ordent de informatie van je beginsituatie waarbij ze rekening houdt met wat mensen nog kunnen in plaats van wat ze niet (meer) kunnen. Het houdt rekening met 6 dimensies:
  1. Lichaamsfuncties
  2. Mentaal welbevinden
  3. Meedoen
  4. Zingeving
  5. Dagelijks functioneren
  6. Kwaliteit van leven

Slide 18 - Slide

Opdracht: wat is het
Jullie krijgen een aantal technologische hulpmiddelen te zien. 
 Schrijf van ieder hulpmiddel op wat je denkt dat het is. 
Na afloopt bespreken we het na.

Slide 19 - Slide

1

Slide 20 - Slide

2

Slide 21 - Slide

3

Slide 22 - Slide

4

Slide 23 - Slide

5

Slide 24 - Slide

6

Slide 25 - Slide

Antwoorden: wat is het
Nu de antwoorden.

Hoeveel had jij er goed?

Slide 26 - Slide

1

Slide 27 - Slide

2

Slide 28 - Slide

3

Slide 29 - Slide

4

Slide 30 - Slide

5

Slide 31 - Slide

6

Slide 32 - Slide

Evalueren van het ondersteuningsplan
Bij evalueren beoordeel je of je ondersteuningsplan nog aansluit bij de situatie en de wensen van de client.

Evalueren is belangrijk omdat:

  1. Je de kwaliteit van je ondersteuning kunt verbeteren
  2. Je gedwongen wordt om naar je eigen handelen te kijken
  3. Je hiermee je ondersteuning verantwoordt richting je cliënt en je organisatie
  4. Je leert wat eventuele aandachtspunten zijn voor een andere keer

Slide 33 - Slide

Wanneer evalueer je?
Binnen de ondersteuning aan cliënten spreken we van tussentijdse evaluaties en eindevaluaties.

Eindevaluaties vinden plaats bij bijvoorbeeld de afronding van de begeleiding of het behalen van een doel. Tussenevaluaties vinden plaats tijdens de begeleiding.

Als je goed wil evalueren dan begint dat met het verzamelen van informatie. Je kunt bij verschillende partijen informatie opvragen (cliënt, naastbetrokkenen, collega's, eigen observaties).

Je kunt je informatie op verschillende manieren opvragen: in gesprek, via een enquête of door middel van observeren.


Slide 34 - Slide

Hoe evalueer je?
Houd rekening met productevaluatie en procesevaluatie

Productevaluatie zegt iets over het resultaat dat bereikt is: heeft de cliënt bijvoorbeeld nieuw gedrag aangeleerd?

Procesevaluatie zegt iets over de manier waarop het resultaat bereikt is: hoe vond de cliënt de begeleiding die geboden is, hoe is de begeleiding gegaan?





Slide 35 - Slide

0

Slide 36 - Video

Slide 37 - Slide