ACT 8: TALENT IN DE KIJKER

ACT 5 ONDERWEG
ACTIVITEIT 8  TALENT IN DE KIJKER
1 / 15
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 15 slides, with text slides and 2 videos.

Items in this lesson

ACT 5 ONDERWEG
ACTIVITEIT 8  TALENT IN DE KIJKER

Slide 1 - Slide

Nodig: post it's voor elke leerling. 
Kartonnetjes en duimspijkers ( 6x ) 

Slide 2 - Video

We houden een snelle quiz. Op het bord staan acht woorden. Bespreek de
woorden in je groepje. Jullie krijgen vier post-its. Als je een woord aan de
klas kunt uitleggen, schrijf je dat woord op een post-it. Schrijf er ook de
naam bij van wie de uitleg geeft. Zorg ervoor dat op elke post-it een ander
woord en een andere naam staat. Als jullie vier woorden en namen
gekozen hebben, kleven jullie de post-it bij het juiste woord op het bord.
Als jullie geen vier woorden kunnen verklaren, dan schrijf je meerdere
namen bij één woord op één post-it
We leren dat iedereen anders is en op een andere manier leert. 

Slide 3 - Slide

• Dyslexie: Je hebt moeite met lezen. Je haalt letters en woorden door
elkaar.
• Dysorthografie: Je hebt moeite met spellen. Je schrijft veel foutjes. Vaak
komt dysorthografie samen voor met dyslexie.
• Dyscalculie: Je hebt moeite met rekenen. Je haalt de cijfers door elkaar.
• Dyspraxie: Je hebt moeite met fijne bewegingen zoals een papiertje van
een snoepje halen, een appel schillen, klein schrijven …
• ADHD: Je hebt moeite met aandacht.
• Autisme of ASS (autisme spectrum stoornis): Je hebt moeite om
informatie te verwerken. Die informatie krijg je binnen via je zintuigen.
Als je autisme hebt, dan krijg je door een of meer zintuigen extra
informatie binnen. Zo kan het zijn dat je gek wordt van alle geluidjes
van de kassa in een winkel.
• Hoogbegaafd: Je hebt een combinatie van een heel hoge intelligentie
en creativiteit.
• Hooggevoelig: Je bent heel gevoelig, je krijgt meer prikkels binnen dan
iemand anders. Muziek die andere mensen normaal vinden, kan voor
iemand die hooggevoelig is veel te luid zijn.
Leg de woorden die niemand kiest zelf kort uit.
p. 30

Slide 4 - Slide

Vertel dat ook in onze klas iedereen anders is en op een andere manier
leert. ‘Niemand kan alles en iedereen kan iets.’
De leerlingen geven hun eigen mening over de uitspraken in de
werkbundel. Zet intussen een bekend stukje muziek van Mozart op.

Klaar? wist -je-datjes en nadenken over de cartoon. 

Slide 5 - Video

Toon het filmpje ‘Snapje?’.
Wat is de inhoud van het filmpje? Waarover gaat het? (het gaat over het
feit dat je meer en beter onthoudt als wat je moet onthouden ondersteunt
wordt door beelden)
Toon het filmpje nog een keer. De leerlingen lossen de vragen in de
werkbundel op. Bespreek hun antwoorden kort. Lees samen het besluit.
Verwijs naar de mindmap die de leerlingen op het einde van elke les
maken. Begrijpen ze het belang van de woorden én de tekeningen in de
mindmap?
IEDEREEN IS ANDERS
- informatie inwinnen 
- uitleggen aan de klas

Slide 6 - Slide

(let op enkele in enkele hoeken werkt de QR-code niet , op de drive staan de goede QR-codes, ik kleef dit op de QR codes die niet werken. 

Slide 7 - Slide

De leerlingen werken vijftien minuten aan hun hoek. Zo blijven er
ongeveer twintig minuten over voor de presentaties.
Tijdens de presentaties noteren de leerlingen kort één talent en één tip
per hoek.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

talentenharmonica
- schrijf je naam bovenaan in het midden op het blad
- doorgeven naar links

Slide 13 - Slide

Brainstorm kort met de leerlingen over de talenten in de klas. Schrijf er
enkele op het bord.
Ga met de leerlingen in een kring zitten. Geef elke leerling een wit blad.
Ze schrijven hun naam bovenaan het blad. De leerlingen geven hun blad
door aan de leerling links van hen. Die schrijft onderaan het blad een
talent (over diegene van wie hij het blad kreeg) en vouwt het blad om
zodat je het talent niet meer kunt lezen. Zo gaan jullie de hele kring rond.
Iedereen krijgt op het einde van de oefening een harmonica met talenten
van zichzelf.
Geef de leerlingen de tijd om hun talentenharmonica te lezen.
Bespreek de talentenharmonica’s klassikaal:
• Welke talenten had je verwacht?
• Welke had je niet verwacht?
• Welke vind je verrassend?

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

ws. p.6

Slide 15 - Slide

 Gewoontes en regels: initiatie
Leg uit dat, als je deel wilt uitmaken van een groep, het belangrijk is om
de gewoontes en de regels van die groep na te leven. Dat is een soort van
gedragscode.
• Welke regels gelden er zoal binnen de school?
Leg uit dat men die regels niet zomaar vastlegt. Ze vloeien voort uit wat
men belangrijk vindt in die omgeving, in die groep.
Op school vindt men het bv. belangrijk om respectvol met elkaar om te
gaan. Een manier om dat te bereiken, is door beleefd te zijn. Op school
vinden ze verdraagzaamheid ook belangrijk.
• Welke regel zouden we kunnen koppelen aan verdraagzaamheid?
Benadruk dat de leerlingen zelf iets mogen bedenken. Het hoeft geen
regel te zijn die echt op school geldt, zoals beleefdheid. Die regel zullen de
leerlingen een dag lang proberen na te leven, met als doel meer
verdraagzaamheid creëren. Je kunt bv. afspreken dat de leerlingen bij een
verschil van mening of opkomende ergernis elkaar een tikje op de
rechterschouder geven en een buiging maken. Dat gebaar geeft dan aan
dat ze de mening of het gedrag van de ander verdragen, zonder
geïrriteerd te raken.