Markt en overheid hoofdstuk 1 (deel 3)

Welkom!
  • Telefoon in de telefoontas
  • Zoek een zitplekje
  • Plenda, lesbrief (Markt & Overheid) en etui op tafel
1 / 46
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Welkom!
  • Telefoon in de telefoontas
  • Zoek een zitplekje
  • Plenda, lesbrief (Markt & Overheid) en etui op tafel

Slide 1 - Slide

Administratie
  • Aanwezigheid (Magister)
  • Huiswerk vandaag: maken 1.1 t/m 1.11. Gelukt? Lastig?
  • Huiswerk  inplannen: 1.12 t/m 1.16 vrijdag 4e uur

Slide 2 - Slide

Markt en overheid

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
  • Constante kosten
  • Variabele kosten
  • Progressief, proportioneel, degressief

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

 Kosten
constante kosten: onafhankelijk van productie
TCK = 100.000 
GCK = 100.000 / q
variabele kosten: afhankelijk van productie
TVK = 20q 
GVK = 20q / q = 20
totale kosten = totale variabele kosten + totale constante kosten
TK = TVK + TCK
TK = 20q + 100.000
GTK?
GTK = 20 + 100.000 / q

Slide 9 - Slide

variabele kosten
constante kosten
inkoopwaarde van de omzet
huurkosten
afschrijvingskosten
loonkosten
interestkosten
reclamekosten

Slide 10 - Drag question

Variabele kosten
3 varianten:
  • proportioneel 
    als q toeneemt met 10%, neemt TVK toe met 10%
  • degressief 
    als q toeneemt met 10%, neemt TVK toe met < 10%
  • progressief
    als q toeneemt met 10%, neemt TVK toe met > 10%

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Welkom!
  • Telefoon in de telefoontas
  • Zoek een zitplekje
  • Plenda, lesbrief (Markt & Overheid) en pen, potlood rekenmachine en geodriehoek op tafel
  • Laat het lokaal netjes achter! (Geen rommel/papiertjes, stoel aanschuiven)

Slide 14 - Slide

Administratie
  • Aanwezigheid (Magister)
  • Huiswerk vandaag: -
  • Huiswerk inplannen: Maandag 6e uur 1.11 t/m 1.20 (al eerder ingepland)

Slide 15 - Slide

Planning
  • 15 min => PWS
  • 15 min => uitleg
  • 10 min => maken 

Slide 16 - Slide

Lesdoelen
  • Marginale kosten
  • Marginale opbrengsten
  • Maximale winst (MO=MK)
  • Maximale omzet (MO=0)

Slide 17 - Slide

Intro
  • Hoe weet een bedrijf hoeveel er geproduceerd moet worden? (= wat moet de afzet (q) zijn?)
  • Doelstelling => wat wil het bedrijf?
  • Maximale winst
  • Maximale omzet
  • Break even

Slide 18 - Slide

Marginale kosten
  • Marginaal = 1 extra
  • Marginale kosten = kosten van 1 extra
  • 50 producten => extra kosten van 51e product
  • Constante kosten vallen weg!
  • Proportioneel => MK = GVK

Slide 19 - Slide

Marginale opbrengsten
  • Marginaal = 1 extra
  • Marginale opbrengsten = opbrengsten van 1 extra (niet winst)
  • 50 producten => extra opbrengsten van 51e product
  • Volkomen concurrentie => MO=GO=P

Slide 20 - Slide

Maximale winst
  • Zolang MO groter is dan MK blijf je produceren!
  • Net zolang tot MO=MK
  • Bedrijf maakt afzet/hoeveelheid (q) die hoort bij MO=MK

Slide 21 - Slide

Maximale omzet
  • Zolang MO groter is dan 0 blijf je produceren!
  • Net zolang tot MO=0
  • Bedrijf maakt afzet/hoeveelheid (q) die hoort bij MO=0

Slide 22 - Slide

Doelstelling

Slide 23 - Slide

Break-even afzet
  • Winst = 0
  • Totale opbrengst (TO) = Totale kosten (TK)
  •  En ook: Gemiddelde totale opbrengst

Slide 24 - Slide

Break even afzet
  • Winst = 0
  • Totale opbrengsten (TO) = Totale kosten (TK)
  • Ook: Gemiddelde totale opbrengsten (GO) = Gemiddelde totale kosten (GTK)
  • Bijvoorbeeld: semi-overheid

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

lesdoelen
kostenfuncties en opbrengstenfuncties in een grafiek tekenen.
• voorbeelden geven van constante kosten en variabele kosten.
• verklaren dat een producent winst maakt als de totale opbrengst hoger is dan de totale kosten en dit zowel grafisch als rekenkundig onderbouwen.
• uitleggen dat het break-evenpunt een belangrijk omslagpunt is bij de afweging om wel of niet toe te treden tot een markt.
• de relatie tussen totale kosten en gemiddeld kosten verklaren en berekenen.
• met behulp van de kosten- en de opbrengstlijn de afzet met maximale totale winst afleiden.
• met behulp van de kosten- en de opbrengstfunctie de afzet met maximale totale winst berekenen.
• uitleggen dat de totale winst toeneemt zolang de marginale opbrengst hoger is dan de marginale kosten.
• uitleggen dat de totale winst afneemt als de marginale opbrengst lager is dan de marginale kosten.
• uitleggen dat de totale winst maximaal is als de marginale opbrengst gelijk is aan de marginale kosten.

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

MK en GVK
  • MK = GVK (alleen bij proportioneel variabele kosten!)
  • vergelijking met berekenen van cijfers:
    GVK is het huidige gemiddelde cijfer
    MK is het laatst behaalde cijfer

Slide 36 - Slide

Marginale kosten
  • Extra kosten die gemaakt worden als er één product meer wordt geproduceerd
  • MK = TK' (zelfde idee als MO=TO')
zijn dus afhankelijk van variabele kosten

Slide 37 - Slide

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

Slide 40 - Slide

voorbeeld kostenstructuur individuele onderneming die naar maximale winst streeft

Slide 41 - Slide

GVK
MK
GTK

Slide 42 - Drag question

Verschillende prijzen

Slide 43 - Slide

Welke stelling
klopt niet?
A
Bij een marktprijs van €500 moet deze onderneming 40 stuks produceren om het beste resultaat te halen
B
Bij een marktprijs van €350 moet deze onderneming 35 stuks produceren om het beste resultaat te halen
C
Bij een marktprijs van €250 moet deze onderneming 32 stuks produceren om het beste resultaat te halen
D
Bij een marktprijs van €150 moet deze onderneming 27 stuks produceren om het beste resultaat te halen

Slide 44 - Quiz

winst
verlies, maar deel constante kosten wordt gedekt dus door produceren
verlies; GO < GVK dus productie direct stoppen 

Slide 45 - Drag question

1. P = MK: individuele prijsaanbodlijn
2. MK = GVK: shutdownpoint

Slide 46 - Slide