H5 Onderzoeksvaardigheden

H5 onderzoeksvaardigheden
Onderzoeken bij maatschappijwetenschappen gaan over maatschappelijke verschijnselen: processen en situaties die zich in de samenleving voordoen. 

1 / 16
next
Slide 1: Slide
MAWMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

Items in this lesson

H5 onderzoeksvaardigheden
Onderzoeken bij maatschappijwetenschappen gaan over maatschappelijke verschijnselen: processen en situaties die zich in de samenleving voordoen. 

Slide 1 - Slide

Lesdoelen van deze week
- Je kent het verschil tussen 3 methoden van onderzoek doen
- Je kan een hypothese maken
- Je weet wat een onafhankelijke en afhankelijke variabele is
- Je kan een conceptueel model maken
- Je kent de 3 onderzoekseisen betrouwbaarheid, Validiteit en representativiteit en kan ze toe passen op een onderzoek

Slide 2 - Slide

Paragraaf 1 Wetmatigheden en kans
- In tegenstelling tot wetmatigheden bij natuurwetenschappen, zijn er bij maatschappijwetenschappen uitzonderingen mogelijk. 
- Kans is de waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis zal optreden. 
Bijvoorbeeld: iemand die veel oefent heeft meer kans om te slagen dan iemand die niet oefent. 
- Het gaat dan om een vergelijking.

Slide 3 - Slide

Onderzoeksmethodes: meetinstrumenten
Door middel van een meetinstrument kun je onderzoeksgegevens verzamelen: 
- Enquête - kan zowel kwantitatief als kwalitatief, vragen moeten eenduidig zijn en de volgorde is belangrijk.
- Interview - het verkrijgen van dieperliggende informatie
- Observatie - bestuderen hoe mensen zich gedragen
- Experiment - het gedrag van een proefpersoon wordt in een gecontroleerde omgeving gemeten.

Slide 4 - Slide

Welke onderzoeksmethode zie je hier?

Slide 5 - Open question

Hypothese
- Een hypothese is een toetsbare stelling.
Bijvoorbeeld: ‘Sekse is van invloed op het loon dat iemand verdient’
- Een hypothese is een veronderstelling van hoe de werkelijkheid in elkaar zit en hoeft dus niet te kloppen. 
- Een hypothese wordt aan het begin van een onderzoek genoemd en leidt tot een onderzoeksvraag. 
- Na onderzoek naar het verband tussen variabelen kan een hypothese worden aangenomen of verworpen.

Slide 6 - Slide

1

Slide 7 - Video

00:39
Maak een hypothese bij dit experiment

Slide 8 - Open question

Variabele
Variabele is een kenmerk van een object, actor of samenleving dat kan variëren. Er is dan vaak een verband.
Bijvoorbeeld: des te hoger de leeftijd, 
des te meer rimpels

Slide 9 - Slide

Conceptueel model
Onderzoekers werken volgens vaste manieren en gebruiken daarbij conceptuele modellen en hypothesen. 
In een conceptueel model wordt de invloed van variabelen weergegeven, bijvoorbeeld: 
Sekse     -----------------     loon


Van het conceptueel model kun je een toetsbaar idee over de werkelijkheid afleiden.

Slide 10 - Slide

3

Slide 11 - Video

05:22
Maak een conceptueel model bij dit experiment

Slide 12 - Open question

05:23
Maak een conceptueel model bij dit onderzoek.

Slide 13 - Open question

06:24
Wordt je hypothese aangenomen of verworpen?

Slide 14 - Open question

Onderzoekseisen
- Een meetinstrument is betrouwbaar als een meting onafhankelijk van toeval en vrij van willekeurige meetfouten is.
- Validiteit is de mate waarin een meetinstrument meet wat de onderzoeker beoogt te meten.
- Representativiteit houdt in dat een steekproef de beoogde populatie daadwerkelijk weerspiegelt en niet alleen een deel daarvan. 


Slide 15 - Slide

Was dit onderzoek:
- betrouwbaar
- Valide
- representatief? Beargumenteer je antwoord

Slide 16 - Open question