Bearbeite das Arbeitsblatt
Je mag overleggen met een klasgenoot naast je,
gebruik jouw fluisterstem.
=> gebruik de schema's op de achterkant
=> Gebruik het stappenplan:
1. Voorzetsels gaan voor!
2. Welke groep?
3. Welk geslacht?
4. Ontleden maar!
Onderwerp vinden: wie of wat plus gezegde? (1e naamval)
Lijdend voorwerp vinden: wie of wat plus gezegde plus onderwerp? (4e naamval)