De opdracht:Laat de leerlingen in een kring zitten (aantal stoelen is gelijk aan aantal zittende deelnemers)
en ga zelf in het midden van de kring staan. Je opent het spel door HOMIES te roepen.
Wanneer er HOMIES wordt gezegd, moeten alle leerlingen (en de (gast)docent) van stoel
wisselen. De regel is hierbij dat je niet weer op je eigen stoel of de stoel links of rechts van je
mag gaan zitten. Degene die geen stoel heeft bemachtigd blijft in het midden staan en mag
de volgende ronde HOMIES roepen.
Na 2 rondes HOMIES wordt er een spelelement toegevoegd: Iedereen die… Degene die in
het midden staat verzint nu een zin die begint met ‘Iedereen die..’ en maakt dit af met een
stelling. Iedereen die zich aangesproken voelt, zoekt een andere stoel in de kring.
Voorbeeldenzinnen:
- Iedereen met blauwe ogen.
- Iedereen die geen probleem heeft met homo’s.
- Iedereen die zeker weet dat zijn of haar ouders het niet erg zouden vinden als hij/zij homo is.
- Iedereen die een homo kent.
- Iedereen die denkt dat homo’s van shoppen houden.
- Iedereen die graag een gay best friend zou willen hebben.
- Iedereen die weet waar alle letters in het woord LGBTQIAP voor staan