Edelgassen in gasontladingsbuizen (foto: Alchemist-hp, CC BY-SA 2.0 de)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Examentraining
Atoombouw en lewisstructuren: zo pak je examenvragen aan
Edelgassen in gasontladingsbuizen (foto: Alchemist-hp, CC BY-SA 2.0 de)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Examentraining
Atoombouw en lewisstructuren: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Alchemist-hp / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0 de
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over atoombouw, valentie, lewisstructuren, formele lading en grensstructuren beantwoorden.
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: schrijf op wat gegeven is (atoomnummer, lading, formule, soort bindingen).
2. Tel: tel protonen en elektronen, of de valentie-elektronen van het hele deeltje.
3. Teken of controleer: verdeel de paren, controleer octetten en bereken formele ladingen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Radicalen met een ongepaard elektron: Cl·, ·OH, ·CH₃ en NO (eigen figuur)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Vraagtype 1: deeltjes tellen en radicalen
Bij een ion: protonen = atoomnummer, elektronen = protonen − lading.
Een radicaal heeft een ongepaard elektron en dus een oneven aantal valentie-elektronen.
Syllabus M1.4. Tel de e⁻ eerst, schrijf daarna de configuratie. Image credit: Eigen figuur voor deze les
Een bron noemt ²⁶Mg²⁺ (atoomnummer 12). Welke telling klopt?
12 p, 14 n, 14 e⁻
12 p, 12 n, 10 e⁻
12 p, 14 n, 10 e⁻
12 p, 14 n, 12 e⁻
Syllabus M1.4. Protonen 12, neutronen 26 − 12 = 14, elektronen 12 − 2 = 10. Fouten: 14 e⁻ (neutronen en elektronen verward), 12 n (atoomnummer als massagetal), 12 e⁻ (lading vergeten).
Uit CFK’s ontstaan in de stratosfeer Cl-atomen. Waarom is Cl een radicaal?
Het heeft 7 valentie-e⁻, één is ongepaard
Het heeft 8 valentie-e⁻, allemaal in paren
Het heeft een lading van 1+ door e⁻-verlies
Het heeft 6 valentie-e⁻ en twee vrije paren
Syllabus M1.4 en M1.15. Cl staat in groep 17: 7 valentie-e⁻, drie paren en één ongepaard e⁻ (Cl·). Fouten: octet volledig (dan is het een edelgas of Cl⁻), positieve lading, verkeerd aantal valentie-e⁻.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Vraagtype 2: valentie afleiden
Covalentie: 8 − aantal valentie-e⁻ (groep 14 tot en met 17). Elektrovalentie: de lading van het ion.
Het aantal vrije paren van een atoom = (valentie-e⁻ − covalentie) ÷ 2.
Syllabus M1.6. Gebruik de groep in het periodiek systeem.
Magnesium verbrandt tot MgO. Wat gebeurt er op microniveau?
Mg neemt 2 e⁻ op, O staat 2 e⁻ af
Mg staat 2 e⁻ af, O neemt 2 e⁻ op
Mg en O delen twee e⁻
Mg staat 2 e⁻ af, O neemt 1 e⁻ op
Syllabus M1.6. Mg → Mg²⁺ + 2 e⁻ en O + 2 e⁻ → O²⁻: elektrovalentie 2 voor beide. Fouten: richting omgedraaid, delen (dat is een atoombinding), O neemt maar 1 e⁻ op (dan klopt de lading niet).
Silicium vormt SiF₄. Hoeveel vrije paren heeft elk F-atoom in de lewisstructuur?
0
1
2
3
Syllabus M1.6 en M1.12. F: 7 valentie-e⁻, covalentie 1, dus één binding en (7 − 1) ÷ 2 = 3 vrije paren. Fouten: 2 (O-patroon), 1, 0 (alleen aan de bindingen gedacht).
Lewisstructuren van H₂O, NH₃, CH₄, CO₂, N₂ en HCl (eigen figuur)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Vraagtype 3: lewisstructuur en formele lading
Tel de valentie-e⁻, verbind, vul de octetten, en controleer met de formele lading.
Formele lading = valentie-e⁻ − (e⁻ in vrije paren + bindende paren).
Syllabus M1.12, M1.15 en M1.17. Het overzicht toont zes lewisstructuren om mee te vergelijken. Image credit: Eigen figuur voor deze les
Cyanide (CN⁻) is C≡N met een vrij paar op elk atoom. Waar staat de formele lading?
Op C, 1−
Op N, 1−
Op C, 1+
Op N, 1+
Syllabus M1.17. 4 + 5 + 1 = 10 valentie-e⁻ = 3 bindende paren (6) + 2 vrije paren (4). C: 4 − (2 + 3) = 1−. N: 5 − (2 + 3) = 0. Het teken 1− hoort op C. Fouten: op N (elektronegativiteit gebruikt in plaats van tellen), of het teken omgedraaid.
Formele lading van N in NH₂⁻ (2 vrije paren)?
Goed antwoord: 5 − (4 + 2) = 1−. Verwachte fout: 0 of 1+, door de elektronen in de vrije paren als paren te tellen in plaats van als 4 elektronen.
Calciet, CaCO₃, met CO₃²⁻-ionen (foto: Giovanna Canu en Eva Santini, CC BY 4.0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Vraagtype 4: grensstructuren
Teken alle juiste lewisstructuren: de atomen blijven op dezelfde plaats, alleen elektronen verschuiven.
Het echte deeltje is een mengvorm: de bindingen zijn gelijkwaardig en liggen tussen enkel en dubbel in.
Syllabus M1.15. Elke grensstructuur heeft evenveel valentie-e⁻ en dezelfde som van formele ladingen. Image credit: Giovanna Canu, Eva Santini / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Het carbonaat-ion in kalk: welke grensstructuren zijn er voor CO₃²⁻?
1 structuur, 1 dubbele binding
3 structuren, steeds 2 dubbele bindingen
3 structuren, steeds 1 dubbele binding
2 structuren, steeds 1 dubbele binding
Syllabus M1.15. Elk O kan de dubbele binding hebben: drie structuren, in elke structuur een C=O en twee C–O⁻. Twee dubbele bindingen geven C vijf bindingen of een verkeerde lading.
Ozon (O₃) heeft de grensstructuur O=O⁺–O⁻. Wat klopt voor de bindingen?
Een dubbel, de andere enkel
Beide zijn dubbel
Beide gelijk, tussen enkel en dubbel
Beide zijn enkel
Syllabus M1.15. De spiegelstructuur O⁻–O⁺=O hoort er ook bij: in de werkelijkheid zijn beide bindingen gelijk. Fout: de ene structuur letterlijk nemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Deeltjes tellen en radicalen
Valentie afleiden
Lewisstructuur en formele lading
Grensstructuren
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · LEWISSTRUCTUREN
Tips voor op het examen
Tel eerst alle valentie-elektronen van het hele deeltje, ook de lading van een ion.
Controleer elke lewisstructuur: octetten, totaal aantal e⁻ en de som van de formele ladingen.
Zet de formele lading bij het atoom zelf, niet naast het hele molecuul.
Cet élément n'a pas d'instructions