Basisvaardigheden door
Basisvaardigheden door
Cet élément n'a pas d'instructions
De verleden tijd van:
Ik leer
De verleden tijd van:
Ik loop
Ik loop naar de winkel.
Ik leer voor mijn toets.
Je kan horen of iets in de verleden tijd (vt) is gebeurd.
Het werkwoord in de zin vertelt jou of iets in het verleden (vanochtend, gisteren of lang geleden) heeft afgespeeld.
Zet onderstaande zinnen in de verleden tijd.
Cet élément n'a pas d'instructions
Aan het einde van deze les kun jij aangeven of een werkwoord sterk of zwak is.
Waarom je dit moet weten?
Als je dit verschil herkent, voorkom je d/t schrijffouten in de verleden tijd.
Cet élément n'a pas d'instructions
Klankverandering
Kijk maar naar de werkwoorden lopen en kijken:
Vandaag koop ik
Sterke werkwoorden zijn zo 'sterk' dat ze in de verleden tijd op eigen kracht hun klank veranderen
en geen hulp nodig hebben van -de of een -te.
Gisteren kocht ik
Jij loopt naar huis
Jij liep naar huis
Er komt geen -te of -de achter
Die jongen valt hard!
Die jongen viel hard!
Rook je dat?
Ruik je dat?
Cet élément n'a pas d'instructions
Hieronder staan 10 werkwoorden.
Hoe klinken deze werkwoorden in de verleden tijd?.
Zet de sterke werkwoorden in het vak rechts.
Vinden
Poetsen
Koken
Praten
Liegen
Kijken
Liggen
Wachten
Houden
Luisteren
Werk
Geen klankverandering
Vandaag maak ik soep.
Zwakke werkwoorden veranderen in de verleden tijd niet van klank. Omdat ze 'te zwak' zijn hebben ze de hulp nodig van -de(n) of een -te(n) achter de stam*.
Gisteren maakte ik soep.
Jij verft de deur.
Jij verfde de deur.
Steun van -te(n) of -de(n) nodig:
Zwakke werkwoorden volgen 'T SeXy FoKSCHaaP*.
Zij luistert muziek.
Zij luisterde muziek.
Wij stapten door.
Wij stappen door.
Kijk in het kanaal Basisvaardigheden voor de lessen over
Stam +t
'T SeXy FokSCHaaP.
a. Hij appte vorige week met zijn oma. (appen)
b. Gisteravond gameden wij de hele nacht met elkaar. (gamen)
c. Zij danste het liefst op haar kamer. (dansen)
d. Ik zoende afgelopen weekend voor de eerste keer. (zoenen)
e. In Griekenland proefde jij voor het eerst olijven. (proeven)
Vul het juiste werkwoord in de verleden tijd in.
Achter de zinnen staat welk werkwoord wordt gebruikt.
Cet élément n'a pas d'instructions
In deze les staat centraal hoe je sterke en zwakke werkwoorden kunt herkennen.
De klanktest is een ezelsbruggetje.
Wat gebeurt er met de klank van het werkwoord als je het in de verleden tijd zet?
Wil je weten wat een ezelsbruggetje is?
Klik dan hier
Verandert de klank in de verleden tijd?
Dan is het werkwoord STERK. (zingen → zong)
Klank blijft hetzelfde?
Dan is het werkwoord zwak. (wandelen → wandelde)
Cet élément n'a pas d'instructions
Kenmerken
Veranderen in de verleden tijd niet van klank.
ik werk - ik werkte
Krijgen 'hulp' van -de of
-te
Kenmerken
Veranderen in de verleden tijd van klank
ik loop - ik liep
Hebben geen regel, je moet
ze onthouden
Voorbeelden:
Ik roep - Ik riep
Ik denk - Ik dacht
Ik ga - Ik g...
Voorbeelden:
Ik maak - Ik maakte
Ik bel - Ik belde
Ik chat - Ik ch....
Deze les gaat uit van het EDI-model.
Laat m.b.v. deze slide aan je leerlingen zien hoe jij de verleden tijd van deze werkwoorden schrijft.
Wat is jouw gedachtegang? Hoe kom je tot de vervoegingen? Neem je leerlingen mee in jouw denkwijze en stappen.
Leg daarbij uit:
Ik roep wordt in de verleden tijd Ik riep.
De klank verandert, dus dit is een sterk werkwoord.
Ik maak wordt in de verleden tijd ik maakte. De klank blijft gelijk, dus dit is een zwak werkwoord. Op dit werkwoord kan ik 'T FoKSCHaaP toepassen.
Vliegen
Praten
Schrijven
Spelen
ik vloog
ik praatte
ik schreef
ik speelde
nee
ja
ja
nee
STERK
zwak
STERK
zwak
Werkwoord
Verleden tijd
Verandert
de klank?
STERK of zwak?
Deze les gaat uit van het EDI-model.
Laat m.b.v. deze slide aan je leerlingen zien hoe jij de verleden tijd van deze werkwoorden schrijft.
Wat is jouw gedachtegang? Hoe kom je tot de vervoegingen? Neem je leerlingen mee in jouw denkwijze en stappen.
Leg daarbij uit:
Ik roep wordt in de verleden tijd Ik riep.
De klank verandert, dus dit is een sterk werkwoord.
Ik maak wordt in de verleden tijd ik maakte. De klank blijft gelijk, dus dit is een zwak werkwoord. Op dit werkwoord kan ik 'T FoKSCHaaP toepassen.
Welke stelling over STERKE en zwakke werkwoorden is goed?
Bij zwakke werkwoorden blijft de klank in de verleden tijd hetzelfde.
Het werkwoord kopen is een sterk werkwoord, omdat de klank verandert én het geen -te of -de krijgt.
Het werkwoord willen is sterk én zwak: 'ik wilde' en 'ik wou' zijn allebei goed.
Alle drie de antwoorden zijn goed.
Cet élément n'a pas d'instructions
Sterke werkwoorden
Zwakke werkwoorden
Schrijf in twee minuten zoveel mogelijk sterke en zwakke werkwoorden in de juiste categorie.
minute
second
Cet élément n'a pas d'instructions
Ik snap nu hoe ik
sterke en zwakke werkwoorden kan herkennen.
Cet élément n'a pas d'instructions
Voeg hier je vraag toe
Welke vraag heb jij nog over STERKE en zwakke werkwoorden?
Cet élément n'a pas d'instructions
Basisvaardigheden door
Klik hier voor meer kant-en-klare
-lessen rondom
de basisvaardigheden
Cet élément n'a pas d'instructions