Steden en burgers 1050-1302 (Geschiedenis vwo), les 1: Uitleg

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Steden en burgers 1050-1302

Examenstof geschiedenis vwo

1 / 22
suivant
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over de opkomst van handel, steden en burgerij in Vlaanderen en Atrecht (1050-1302), voor het vwo-examen. Leerlingen volgen negen dia's met checks en eindigen met de Guldensporenslag.

Éléments de cette leçon

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Steden en burgers 1050-1302

Examenstof geschiedenis vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: Historische context Steden en burgers in de Lage Landen 1050-1700, leidende vraag 1; KA 13, 14. Image credit: Wolfgang Staudt / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen wat de opkomst van een stedelijke burgerij in de Nederlandse gewesten mogelijk maakte (1050-1302) en hoe je dat historisch beredeneert.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke woorden horen bij een middeleeuwse stad in Vlaanderen?

Verwacht: markt, handel, muren, kooplieden, laken, Brugge, gilde. Gebruik de woorden als ophaak: eerst waarom steden groeiden, dan Atrecht en de kooplieden, daarna Brugge en de spanningen die tot 1302 leidden.

Vlaamse penning uit de tijd van graaf Robert van Béthune, begin 14e eeuw

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Europa in beweging, vanaf de 11e eeuw

  • De landbouw veranderde en de bevolking groeide

  • De handel bloeide op en er ontstond weer een monetaire economie van grotere omvang: geld werd belangrijk

  • Zo herleefde een agrarisch-urbane samenleving

KA 13. Startpunt van het verhaal rond 1050. Veelgemaakte fout: denken dat steden er al altijd waren; de handel en ambachten maakten de herleving mogelijk. De munt is Vlaams uit de tijd van graaf Robert van Béthune. Image credit: Birmingham Museums Trust / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

De Lakenhalle van Ieper, in de twintigste eeuw herbouwd

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Vlaanderen: verstedelijking

  • In het noorden werd Vlaanderen een van de meest verstedelijkte gebieden van Europa

  • Verstedelijking betekent dat steden in aantal en omvang groeien

  • Door hun marktfunctie vertakte het netwerk met het verzorgingsgebied zich steeds fijner

KA 13 en 14. Het verzorgingsgebied is het platteland rond de stad dat voedsel en grondstoffen leverde en producten afnam. Ieper is een voorbeeld van een Vlaamse lakenstad; de Lakenhalle is in de twintigste eeuw herbouwd. Image credit: Mark Ahsmann / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Stadsrechten en poorters

  • Stedelingen kregen, bevochten en kochten zelfbestuur in de vorm van stadsrechten

  • Zo beschermden zij hun economische belangen

  • De stad had een constante toestroom nodig van kapitaalkrachtige of kundige aspirant-poorters

KA 14. Een poorter is een inwoner met burgerrechten van de stad. Veelgemaakte fout: denken dat steden hun rechten altijd cadeau kregen; ze verwierven ze ook met geweld of geld.

Waarom wilden stedelingen stadsrechten?

A

Om het christelijk geloof in de stad te verspreiden

B

Om hun economische belangen te beschermen

C

Om hun landbouwgrond tegen overstromingen te beschermen

D

Om de adel uit het land te verdrijven

Stadsrechten gaven zelfbestuur om economische belangen te beschermen. Verwachte fout: de adel verdrijven; de stedelingen zochten bescherming en zelfbestuur, geen verdrijving.

Vul in

Door hun marktfunctie vertakte het netwerk zich; de stad had aspirant-poorters nodig.

marktfunctie
poorters
jaarmarkt
patriciërs

Marktfunctie en poorters. Verwachte fout: patriciërs, de rijke bovenlaag die pas later in het verhaal komt.

De Grand-Place van Atrecht (Arras), gezien vanaf het belfort

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Atrecht: startpunt van de dynamiek

  • Atrecht was een bisschopsstad en het startpunt van stedelijke dynamiek in de Nederlandse gewesten

  • Hoge landbouwproductiviteit en schapenhouderij gaven de stad een centrale plaats in de lakennijverheid

KA 13. Laken is wollen stof. Schapen leverden wol, de landbouw voedsel voor de arbeiders. Veelgemaakte fout: Brugge als startpunt noemen; dat was Atrecht. Image credit: Zairon / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Marktscène uit een middeleeuws handschrift, rond 1400

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Jaarmarkten verbinden het netwerk

  • Handelaren uit Atrecht vonden aansluiting op een handelsnetwerk via jaarmarkten in Frankrijk

  • Dat netwerk strekte zich uit tot de Italiaanse stadstaten

KA 13. Jaarmarkten waren grote markten die eens per jaar werden gehouden, waar kooplieden van ver kwamen. De miniatuur laat een middeleeuwse marktscène zien. Image credit: Workshop of Master of the City of Ladies / Wikimedia Commons, publiek domein

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Kooplieden grijpen de macht

  • Rijke kooplieden versterkten hun positie in koopliedengilden

  • Door leningen aan edellieden kregen zij het stadsbestuur in handen

  • Zo ontstond een bestuurlijke bovenlaag in de stad

KA 14. Een gilde is een organisatie van mensen met hetzelfde beroep. Hier gaat het om kooplieden. Veelgemaakte fout: denken dat de adel het stadsbestuur bleef houden.

Waarom veroverde Atrecht een centrale plaats in de lakennijverheid?

A

Een haven aan de Noordzee met Hanzehandel

B

Het monopolie op de wolhandel met Engeland

C

Toestemming van de Franse koning om laken te maken

D

Hoge landbouwproductiviteit en veel schapenhouderij

Landbouwproductiviteit en schapenhouderij in de regio. Verwachte fout: de Noordzee-haven; Atrecht lag niet aan zee en dat is juist Brugge.

Hoe kregen kooplieden het stadsbestuur?

Goed: zij organiseerden zich in koopliedengilden en verstrekten leningen aan edellieden. Verwachte fout: alleen 'door hun rijkdom' zonder de leningen of gilden te noemen.

Stadszegel van Elbing met een Hanzekogge, 1350

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Brugge neemt het over

  • Tegen 1300 werd Atrecht overvleugeld door Vlaamse steden als Brugge

  • Via de Noordzee handelde Brugge met de Hanze en met gebieden in Spanje en Italië

KA 14. De Hanze was een netwerk van handelssteden rond Noordzee en Oostzee. Op het zegel van Elbing, een Hanzestad, staat een kogge. Veelgemaakte fout: denken dat Brugge alleen met Frankrijk handelde. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein

Het Gravensteen in Gent, burcht van de graven van Vlaanderen

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Patriciërs en gemeen

  • Patriciërs, de rijke stedelijke bovenlaag, knoopten banden aan met de adel en namen een adellijke levensstijl aan

  • Het gemeen, aangevoerd door ambachtslieden, kreeg spanningen met hen over bestuur en werkomstandigheden

KA 14. Het gemeen is de grote groep gewone stedelingen, zoals ambachtslieden. Het Gravensteen was een burcht van de graven van Vlaanderen en staat hier voor de adellijke wereld. Image credit: Tom Ballegeer / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

De Guldensporenslag, negentiende-eeuws schilderij van Nicaise de Keyser

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

1302: de Guldensporenslag

  • Met de Guldensporenslag lieten Vlaamse ambachtslieden en boeren in 1302 zien dat ze waren opgewassen tegen patriciërs en feodale heren

  • Dit is een keerpunt in de verhoudingen

KA 14. Het schilderij is van de negentiende eeuw en laat dus vooral zien hoe men later naar de slag keek. Veelgemaakte fout: denken dat dit een oorlog tussen twee landen was; het ging ook om spanningen in en rond de steden. Image credit: Nicaise de Keyser / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat veranderde er rond 1300 in het handelsnetwerk?

A

Vlaamse steden als Brugge overvleugelden Atrecht

B

Atrecht werd een havenstad aan de Noordzee

C

De Hanze trok zich terug uit Vlaanderen

D

De jaarmarkten in Frankrijk werden verboden

Tegen 1300 verschoof het zwaartepunt van Atrecht naar Vlaamse steden als Brugge. Verwachte fout: denken dat Atrecht een haven werd.

Waarom botsten patriciërs en gemeen?

Goed: over het bestuur en over werkomstandigheden; patriciërs leefden adellijk en hielden het bestuur, het gemeen onder ambachtslieden wilde meer zeggenschap. Verwachte fout: alleen 'rijk tegen arm' zonder bestuur te noemen.

Welk deel vond je het lastigst?

1

Waarom steden groeiden

2

Atrecht en de kooplieden

3

Brugge en de Hanze

4

Patriciërs, gemeen en 1302

Herhaal het onderdeel met de meeste stemmen.

Waarom was de Noordzee belangrijk voor Brugge?

Goed: via de Noordzee vond Brugge aansluiting op de handel met de Hanze en met Spanje en Italië. Verwachte fout: alleen 'omdat er schepen waren' zonder de handelsnetwerken te noemen.

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Begrippen (1/2)

  • monetaire economie: Economie waarin geld een grote rol speelt bij de handel

  • verstedelijking: Groei van het aantal en de omvang van steden

  • stadsrechten: Rechten op zelfbestuur die stedelingen kregen, bevochten of kochten

  • poorter: Inwoner met burgerrechten van de stad

  • lakennijverheid: Productie en handel van wollen stof, laken

Cet élément n'a pas d'instructions

STEDEN EN BURGERS · 1050-1302

Begrippen (2/2)

  • jaarmarkt: Grote markt die eens per jaar werd gehouden

  • koopliedengilde: Organisatie van rijke kooplieden

  • patriciërs: Rijke stedelijke bovenlaag met banden met de adel

  • gemeen: Gewone stedelingen, aangevoerd door ambachtslieden

  • Guldensporenslag: Slag van 1302 waarin Vlaamse ambachtslieden en boeren zegevierden

Cet élément n'a pas d'instructions