STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Quiz
Terugblik: Steden en burgers 1050-1302
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Quiz
Terugblik: Steden en burgers 1050-1302
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Wolfgang Staudt / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Wat kenmerkt een monetaire economie?
Alle handel verloopt via jaarmarkten
De adel bezit al het geld en alle land
Handel gebeurt met geld in plaats van alleen met ruil
Er wordt alleen nog laken verhandeld
Geld speelt een grote rol bij de handel. Verwachte fout: monetair met jaarmarkt verwarren.
Wat kenmerkte Vlaanderen in deze periode?
Een van de meest verstedelijkte gebieden van Europa
Een gebied zonder steden of markten
Het centrum van de Hanze in Noord-Europa
Een streek die alleen van wolhandel leefde
Vlaanderen was sterk verstedelijkt. Verwachte fout: denken dat de Hanze daar zijn centrum had.
Vul in
De bisschopsstad Atrecht kwam dankzij de schapenhouderij centraal te staan in de lakennijverheid.
Atrecht en schapenhouderij. Verwachte fout: Brugge, dat Atrecht later overvleugelde.
Waarvoor dienden de jaarmarkten voor Atrechtse handelaren?
Voor het innen van belasting voor de bisschop
Voor aansluiting op een netwerk tot in Italië
Voor de verkoop van land aan de adel
Voor het werven van ambachtslieden voor gilden
Via jaarmarkten in Frankrijk kwamen zij tot de Italiaanse stadstaten. Verwachte fout: belasting, een taak van de bisschop of graaf.
Met wie handelde Brugge via de Noordzee?
Alleen met Atrecht en andere binnensteden
Alleen met steden in het binnenland van Frankrijk
Alleen met de Italiaanse stadstaten via jaarmarkten
Met steden van de Hanze en gebieden in Spanje en Italië
Brugge vond aansluiting op de Hanze en op Spanje en Italië. Verwachte fout: alleen binnenlandse handel noemen.
Zet op volgorde, van vroeg naar laat
Eerst de veranderingen vanaf de 11e eeuw, dan Atrecht als startpunt, de macht van de kooplieden, Brugge rond 1300 en de Guldensporenslag in 1302.
Wie waren de patriciërs?
De rijke bovenlaag van de stad met banden met de adel
Ambachtslieden die het gemeen aanvoerden
Boeren die van de graaf afhankelijk waren
Hanzekooplieden uit het noorden
Patriciërs leefden adellijk. Verwachte fout: patriciërs met het gemeen verwarren.
Wie voerden het gemeen aan?
Patriciërs
Bisschoppen
Ambachtslieden
Rijke kooplieden uit de gilden
Het gemeen werd aangevoerd door ambachtslieden. Verwachte fout: de kooplieden, die juist tot de bovenlaag hoorden.
Wat betekent verstedelijking?
Steden krijgen een eigen leger
Boeren verhuizen naar kastelen
Steden groeien in aantal en omvang
Steden verliezen hun stadsrechten
Verstedelijking is groei van steden. Verwachte fout: stadsrechten met verstedelijking verwarren.
Hoe verwierven stedelingen stadsrechten?
Goed: zij kregen, bevochten of kochten stadsrechten (minstens twee noemen). Verwachte fout: alleen 'kopen' noemen.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
STEDEN EN BURGERS · 1050-1302
Goed gedaan!
Je kent nu de opkomst van de stedelijke burgerij in de Nederlandse gewesten tot 1302. Het volgende deel gaat over Brugge, Antwerpen en de Opstand.
Cet élément n'a pas d'instructions