Ademhaling en uitscheiding (Biologie vmbo), les 1: Uitleg

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Ademhaling en uitscheiding

Examenstof biologie vmbo

1 / 22
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitleg over de weg van de lucht van neus tot longblaasjes, trilharen, hoesten, borst- en buikademhaling, astma, bronchitis, longemfyseem en hooikoorts, en over het uitscheidingsstelsel, de bouw van de nier, de lever en ureum. Zes controlevragen, een woordweb en twee afsluitende vragen. KB/GT: ventilatiebewegingen met middenrif-, buik- en tussenribspieren, de werking van de nier, het ureum en wisselende gehaltes in urine.

Éléments de cette leçon

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Ademhaling en uitscheiding

Examenstof biologie vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: BI/K/9, specificatie 7 en 8 (BB, KB en GT). Image credit: Charles Daghlian / Wikimedia Commons, publiek domein

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Wat ga je kunnen?

Ik kan de weg van de lucht en van de urine beschrijven en de delen van de luchtwegen en de nier aanwijzen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat gaat er in en uit je lichaam als je ademt en plast?

Verwacht: lucht, zuurstof, koolstofdioxide, urine, water, afvalstoffen. Koppel de woorden aan de twee delen van de les: de luchtwegen en het uitscheidingsstelsel. Veelgemaakte fout: denken dat urine en uitgeademde lucht niets met elkaar te maken hebben. Beide zijn manieren om stoffen kwijt te raken.

Neus, mond en keel in doorsnede

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Neus, mond en keelholte

  • Lucht komt binnen via de neusholte of de mondholte en gaat naar de keelholte.

  • In de keelholte kruisen lucht en voedsel elkaar.

  • Bij het slikken sluit de huig de neusholte af en het strotklepje de luchtpijp.

  • Zo komt voedsel in de slokdarm en niet in je luchtpijp.

Syllabus BI/K/9, specificatie 7 (BB, KB, GT): mondholte, neusholte en keelholte met huig en strotklepje. Precies gezegd sluit het zachte gehemelte met de huig de neusholte af; voor deze les is 'de huig sluit de neusholte af' goed genoeg. Op de tekening ligt de luchtpijp voor de slokdarm. Veelgemaakte fout: huig en strotklepje door elkaar halen. De huig hangt achter in de mond, het strotklepje zit boven de luchtpijp. Image credit: Eigen tekening

De luchtwegen van keel tot longblaasjes

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Luchtpijp en bronchiën

  • De luchtpijp loopt van de keelholte naar de longen. Kraakbeenringen houden hem open.

  • De luchtpijp splitst in twee bronchiën, een naar elke long.

  • De bronchiën vertakken zich in steeds kleinere buisjes.

  • De buisjes eindigen in kleine longblaasjes.

Syllabus BI/K/9, specificatie 7: luchtpijp met kraakbeenringen, bronchien en longblaasjes (BB, KB, GT). Kraakbeenringen zijn niet helemaal rond, maar die precisie is niet nodig. Het middenrif staat ook op de tekening: dat komt in het volgende blok terug. Veelgemaakte fout: denken dat er maar een bronchie is. Er zijn er twee, een voor elke long. Image credit: Eigen tekening

Trilharen onder de elektronenmicroscoop

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Slijmvlies, trilharen en hoesten

  • Het slijmvlies in de luchtwegen heeft trilharen. Slijm vangt stof en bacteriën op.

  • De trilharen voeren het slijm naar de keelholte. Je slikt het in of hoest het op.

  • Hoesten is een snelle, krachtige uitademing. Zo komen stof en slijm je luchtwegen uit.

  • Door je neus ademen is gezonder: de lucht wordt schoner, warmer en vochtiger.

Syllabus BI/K/9, specificatie 7: slijmvlies met trilharen, functie van hoesten en voordelen van ademen via de neus (BB, KB, GT). De foto is gemaakt met een elektronenmicroscoop: de trilharen zijn in werkelijkheid veel kleiner dan een haar. In de neus zorgen ook neusharen en slijm voor het tegenhouden van stof. Veelgemaakte fout: denken dat het slijm de longen in gaat. De trilharen voeren het slijm juist omhoog, naar de keelholte. Image credit: Charles Daghlian / Wikimedia Commons, publiek domein

Zet op volgorde: de weg van de lucht bij inademen

1

Keelholte

2

Luchtpijp

3

Longblaasjes

4

Bronchiën

5

Neusholte

Neusholte, keelholte, luchtpijp, bronchien, longblaasjes. Verwachte fout: keelholte en luchtpijp omdraaien, of de bronchien na de longblaasjes zetten.

Wat doet het strotklepje als je slikt?

A

Het sluit de neusholte af

B

Het sluit de luchtpijp af

C

Het sluit de slokdarm af

D

Het maakt de keelholte nat

Het strotklepje sluit de luchtpijp, zodat voedsel de slokdarm in gaat. Verwachte fout: de neusholte kiezen, dat doet de huig.

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Longblaasjes: gaswisseling

  • Aan het eind van de luchtwegen zitten heel veel longblaasjes. De wand is erg dun.

  • Om elk longblaasje liggen haarvaten met bloed.

  • Zuurstof gaat uit de lucht het bloed in. Koolstofdioxide gaat uit het bloed de lucht in.

  • Dit heet gaswisseling. Door de vele longblaasjes is het oppervlak groot.

Syllabus BI/K/9, specificatie 7: bouw en functie van longblaasjes (BB, KB, GT). Het gaat om bouw (dunne wand, haarvaten, groot oppervlak) en functie (gaswisseling). Het begrip diffusie is voor vmbo niet nodig. Het bloed brengt de zuurstof daarna naar alle cellen, waar verbranding plaatsvindt. Veelgemaakte fout: denken dat gaswisseling in de luchtpijp of de bronchien gebeurt. Dat gebeurt alleen in de longblaasjes.

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Borstademhaling en buikademhaling

  • Bij het inademen wordt je borstholte groter. Daardoor stroomt lucht je longen in.

  • Borstademhaling: de tussenribspieren trekken samen en tillen je ribben omhoog.

  • Buikademhaling: het middenrif spant aan en wordt platter. Je buik komt naar voren.

  • Bij het uitademen ontspannen de spieren: de ribben zakken en het middenrif gaat omhoog.

  • Meestal gebruik je beide manieren tegelijk.

Syllabus BI/K/9, specificatie 7. BB: het verschil tussen borst- en buikademhaling kennen. KB/GT: ook de ventilatiebewegingen beschrijven met borstkas, middenrif, buikspieren en tussenribspieren. Bij buikademhaling ontspannen de buikspieren, zodat de buik naar voren komt; bij krachtig uitademen spannen de buikspieren juist aan. De longen hebben zelf geen spieren: ze volgen de beweging van de borstholte. Veelgemaakte fout: denken dat de longen zelf lucht aanzuigen.

Hazelaar die stuifmeel loslaat

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Gezonde lucht, gezonde longen

  • Astma: de luchtwegen worden nauw en ontstoken, bijvoorbeeld door stof of koude lucht.

  • Bronchitis: het slijmvlies in de bronchiën is ontstoken. Je hoest en hebt veel slijm.

  • Longemfyseem: de wanden van de longblaasjes zijn kapot, vaak door roken. Er is minder oppervlak.

  • Hooikoorts: een allergie voor stuifmeel. Je niest en je neus en ogen jeuken.

Syllabus BI/K/9, specificatie 7: kwaliteit van ingeademde lucht in verband met astma, bronchitis, longemfyseem en hooikoorts (BB, KB, GT). De kwaliteit van de lucht speelt een rol: stof, rook, koude lucht en stuifmeel kunnen klachten geven of verergeren. Bij emfyseem is er minder oppervlak voor gaswisseling, dus iemand wordt snel kortademig. Veelgemaakte fout: hooikoorts en astma door elkaar halen. Bij hooikoorts zitten de klachten vooral in neus en ogen. Image credit: Gilles San Martin / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Vul in

In de longblaasjes gaat zuurstof het bloed in en komt koolstofdioxide het bloed uit. Dit heet gaswisseling.

zuurstof
koolstofdioxide
gaswisseling
stikstof
verbranding

Zuurstof het bloed in, koolstofdioxide uit het bloed, samen gaswisseling. Verwachte fout: verbranding invullen, dat gebeurt in de cellen.

Welke spier zet je borstholte wijder bij buikademhaling?

A

Het middenrif

B

De tussenribspieren

C

De hartspier

D

De longspieren

Bij buikademhaling spant het middenrif aan. De tussenribspieren horen bij borstademhaling. Verwachte fout: longspieren kiezen. Longen hebben zelf geen spieren.

Het uitscheidingsstelsel en de lever

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Het uitscheidingsstelsel

  • Nieren, urineleiders, urineblaas en urinebuis vormen het uitscheidingsstelsel.

  • Je hebt twee nieren. Ze halen afvalstoffen en overtollig water uit je bloed en maken er urine van.

  • Twee urineleiders voeren de urine naar de urineblaas. Daar wordt ze bewaard.

  • Als je plast, gaat de urine door de urinebuis naar buiten.

Syllabus BI/K/9, specificatie 8 (BB, KB, GT): nieren met urineleiders, urineblaas en urinebuis noemen, aanwijzen en de functie noemen. Op de tekening staat ook de lever, die op de laatste dia van dit blok terugkomt. De lever ligt eigenlijk boven de rechternier; op de tekening staat ze bovenaan. Veelgemaakte fout: urineleider en urinebuis verwisselen. De urineleider loopt van nier naar blaas, de urinebuis van blaas naar buiten. Image credit: Eigen tekening

Doorsnede van een nier

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Bouw van de nier

  • Een nier heeft drie delen: de nierschors, het niermerg en het nierbekken.

  • De nierschors is de buitenste laag. Het niermerg ligt daar binnenin.

  • In schors en merg wordt het bloed schoongemaakt en ontstaat urine.

  • De urine verzamelt zich in het nierbekken en gaat naar de urineleider.

Syllabus BI/K/9, specificatie 8: nierschors, niermerg en nierbekken (BB, KB, GT). KB/GT: ook de werking van de nier beschrijven, namelijk dat afvalstoffen en water uit het bloed worden gehaald en dat urine ontstaat. Niereenheden en filtratiestappen zijn voor vmbo niet nodig. Veelgemaakte fout: nierschors en niermerg verwisselen. De schors ligt aan de buitenkant. Image credit: Eigen tekening

Urinemonsters: urine kan van kleur verschillen

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

De lever en het ureum

  • De lever ligt rechtsboven in je buik, onder je middenrif.

  • De lever zet afvalstoffen en onbruikbare stoffen om, bijvoorbeeld in ureum.

  • Het ureum gaat met het bloed naar de nieren en verlaat je lichaam met de urine.

  • Drink je weinig, dan is je urine donkerder: er zit minder water in.

Syllabus BI/K/9, specificatie 8. BB: de lever en de functie ervan noemen. KB/GT: ook beschrijven dat afvalstoffen in de lever worden omgezet en daarna worden uitgescheiden, en dat het gehalte aan water en ureum in urine wisselt. Ureum ontstaat bij de afbraak van eiwitten. De kleur van urine geeft een indruk van hoeveel water erin zit. De foto toont urinemonsters: de kleur verschilt, maar een afwijkende kleur kan ook een andere oorzaak hebben dan te weinig drinken. Veelgemaakte fout: denken dat de nieren het ureum maken. Image credit: Lehmann R. / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Wat doen je nieren met je bloed?

A

Ze maken er zuurstof van

B

Ze pompen het bloed rond

C

Ze halen afvalstoffen en overtollig water eruit

D

Ze nemen er voedingsstoffen uit op

Nieren maken urine uit afvalstoffen en overtollig water uit het bloed. Verwachte fout: bloed rondpompen kiezen, dat doet het hart.

Zet op volgorde: de weg van urine

1

Urineblaas

2

Urinebuis

3

Urineleider

4

Nier

Nier, urineleider, urineblaas, urinebuis. Verwachte fout: urineleider en urinebuis verwisselen.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

De weg van de lucht

2

Borst- en buikademhaling

3

Luchtwegaandoeningen

4

De nier en de lever

Gebruik de uitslag om te bepalen welk onderdeel je de volgende les nog eens met een tekening doorloopt.

Wat doe jij voor gezonde longen?

Geen vast goed antwoord. Goed zijn onder meer niet roken, schone lucht opzoeken en bewegen. Koppel het aan wat je in de les zag over rook en vuile lucht.

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Begrippen (1/2)

  • keelholte: Ruimte achter neus en mond waar lucht- en voedselweg elkaar kruisen.

  • huig en strotklepje: De huig sluit de neusholte af, het strotklepje de luchtpijp, als je slikt.

  • luchtpijp: Buis met kraakbeenringen van de keelholte naar de bronchiën.

  • bronchie: Een van de twee buizen waarin de luchtpijp splitst, een naar elke long.

  • longblaasje: Klein blaasje met dunne wand waar gaswisseling plaatsvindt.

Cet élément n'a pas d'instructions

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Begrippen (2/2)

  • trilharen: Haartjes op het slijmvlies die slijm met stof naar de keelholte voeren.

  • borst- en buikademhaling: Borst: tussenribspieren tillen de ribben. Buik: het middenrif wordt platter.

  • nier: Orgaan dat afvalstoffen en water uit het bloed haalt en urine maakt.

  • uitscheidingsstelsel: Nieren, urineleiders, urineblaas en urinebuis samen.

  • ureum: Afvalstof die in de lever wordt gemaakt en met de urine het lichaam verlaat.

Cet élément n'a pas d'instructions