Energiestroom en kringlopen (Biologie vwo), les 2: Examentraining

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Examentraining

Energiestroom en kringlopen: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: rekenen met energie, een kringloop lezen, stikstofomzettingen en een maatregel beargumenteren. Elk met uitleg en twee vragen in examenstijl, met eigen schema's met genummerde pijlen.

Éléments de cette leçon

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Examentraining

Energiestroom en kringlopen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Arnoldius / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een schema, tabel of situatie over energiestromen en kringlopen rekenen, de pijlen volgen en een maatregel beargumenteren.

Cet élément n'a pas d'instructions

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven: een schema, een tabel met kJ of een situatie met een ingreep?

  • 2. Zoek: gaat het om energie (stroomt door, eindigt als warmte) of om een element (gaat rond)?

  • 3. Reken of volg: bereken een rendement of NPP, of volg de pijlen van stof naar stof.

  • 4. Schrijf: noem het begrip en onderbouw het met een gegeven uit de bron.

Cet élément n'a pas d'instructions

Energiepiramide met kJ per trofisch niveau (verzonnen waarden)

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Vraagtype 1: rekenen met energie

  • Rendement = energie in het volgende niveau : energie in dit niveau x 100%.

  • Verlies = energie in dit niveau min energie in het volgende niveau.

  • NPP = BPP min de dissimilatie van de producenten, met eenheid zoals kJ per m2 per jaar.

  • Reken met de getallen uit de bron en geef je antwoord met eenheid.

Image credit: Eigen schema, LessonUp

Hoeveel procent van de energie van de producenten komt bij de planteneters?

A

1%

B

10%

C

20%

D

90%

Antwoord: 2000 : 20000 x 100% = 10%. De tweede stap is 300 : 2000 x 100% = 15%. Verwachte fout: 90% kiezen, dat is het verlies, niet het rendement. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Hoeveel kJ van de planteneters komt niet bij de vleeseters terecht?

A

300 kJ

B

2000 kJ

C

17000 kJ

D

1700 kJ

Antwoord: 2000 - 300 = 1700 kJ per m2 per jaar. Die energie gaat als warmte verloren of zit in resten voor reducenten. Verwachte fout: 300 kiezen, dat is de energie die wel doorgaat. Image credit: Eigen schema, LessonUp

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Vraagtype 2: een kringloop lezen

  • Zoek eerst de stoffen in de vakken en kijk dan bij elke pijl welk proces of welke groep erbij hoort.

  • Een pijl van een groep naar CO2: dissimilatie, of verbranding bij fossiele brandstoffen.

  • Een pijl van CO2 naar producenten: fotosynthese. Consumenten krijgen koolstof via voedsel.

  • Dode resten gaan naar de reducenten. Let op de richting van elke pijl.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke pijlen stellen dissimilatie voor?

A

Pijl 1, 3 en 4

B

Pijl 2, 5 en 6

C

Pijl 1, 7 en 8

D

Pijl 3, 4 en 7

Dissimilatie door producenten (pijl 3), consumenten (pijl 4) en reducenten (pijl 7) geeft CO2 af. Pijl 1 is fotosynthese, pijl 2 is eten, pijl 5 en 6 zijn dode resten en afval, pijl 8 is verbranding van fossiele brandstoffen. Verwachte fout: pijl 1 meenemen omdat die ook bij CO2 hoort. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Via welke pijl komt koolstof van dode planten bij de reducenten?

A

Pijl 1

B

Pijl 5

C

Pijl 6

D

Pijl 7

Dode planten gaan van de producenten rechtstreeks naar de reducenten: pijl 5. Pijl 6 loopt van de consumenten naar de reducenten (dode dieren en afval). Verwachte fout: pijl 6 kiezen omdat die ook naar de reducenten loopt. Image credit: Eigen schema, LessonUp

De stikstofkringloop

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Vraagtype 3: stikstofomzettingen

  • Lees de stof voor en na de pijl: dat bepaalt het proces.

  • N2 naar ammonium: stikstofbinding. Dode resten naar ammonium: ammonificatie.

  • Ammonium naar nitriet naar nitraat: nitrificatie. Nitraat naar N2: denitrificatie.

  • Let in een situatie op zuurstof: nitrificatie is aeroob, denitrificatie anaeroob.

Image credit: Eigen schema, LessonUp

Welk proces hoort bij pijl 6?

A

Nitrificatie

B

Denitrificatie

C

Ammonificatie

D

Stikstofbinding

Pijl 6 loopt van dode resten en afval naar ammonium: reducenten maken ammonium uit eiwitten (ammonificatie). Pijl 2 en 3 zijn nitrificatie, pijl 4 is denitrificatie, pijl 1 stikstofbinding. Verwachte fout: nitrificatie kiezen omdat ammonium erbij zit. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Welke pijl hoort bij de knolletjesbacteriën van klaver?

A

Pijl 1

B

Pijl 2

C

Pijl 4

D

Pijl 6

Knolletjesbacteriën binden stikstofgas tot ammonium: pijl 1 (stikstofbinding). Verwachte fout: pijl 5 of 6 kiezen omdat klaver stikstof opneemt; de bacteriën zorgen voor de binding. Image credit: Eigen schema, LessonUp

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Vraagtype 4: een maatregel beargumenteren

  • Noem de maatregel, het gevolg voor een stof of energiestroom en het effect op het ecosysteem.

  • Gebruik een redenering met 'doordat' en 'daardoor': maatregel, gevolg voor de kringloop, effect op de natuur.

  • Noem bij beargumenteren ook een nadeel of bijeffect, bijvoorbeeld landgebruik of uitspoeling.

  • Kies een antwoord dat bij de gegeven situatie past en niet alleen bij het begrip.

Cet élément n'a pas d'instructions

Een gemeente plant bos op kaal land. Wat verandert er in de koolstofkringloop?

A

Producenten nemen minder CO2 uit de lucht op

B

Er wordt meer koolstof vastgelegd in biomassa

C

Reducenten maken meer fossiele brandstof

D

De koolstofvoorraad in de lucht neemt toe

Meer bomen betekent meer fotosynthese en dus meer koolstof in biomassa (hout), zolang het bos groeit. Verwachte fout: denken dat bomen netto CO2 uitstoten omdat ze ook dissimileren; de opname is groter dan de afgifte zolang de voorraad stijgt.

Een regio teelt veel mais voor biobrandstof. Wat is een nadeel voor de natuur?

A

Mais legt geen CO2 uit de lucht vast

B

Verbranden van mais maakt geen CO2 vrij

C

Er komt minder nitraat in het oppervlaktewater

D

Natuurlijk leefgebied wordt omgezet in akkers

De teelt neemt land in beslag, ten koste van natuurlijk leefgebied en dus van biodiversiteit; met bemesting kan ook de uitspoeling toenemen. Verwachte fout: biobrandstof alleen als voordeel zien omdat de CO2 eerst door planten is opgenomen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Rekenen met energie

2

Een kringloop lezen

3

Stikstofomzettingen

4

Een maatregel beargumenteren

Gebruik de uitslag om te bepalen welk vraagtype je klassikaal nog een keer doorloopt.

ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN

Tips voor op het examen

  • Schrijf bij een berekening altijd de eenheid op (kJ per m2 per jaar of ton C per ha per jaar).

  • Controleer bij een schema de richting van elke pijl voordat je een proces kiest.

  • Bij 'beargumenteren': geef de maatregel, het gevolg voor de kringloop en een effect op de natuur.

  • Gebruik de juiste begrippen: BPP, NPP, nitrificatie, denitrificatie, aeroob en anaeroob.

Cet élément n'a pas d'instructions