Democratie en parlement (Geschiedenis vmbo), les 1: Uitleg

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Democratie en parlement

Examenstof geschiedenis en staatsinrichting vmbo

1 / 23
suivant
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Uitlegles over de Nederlandse staatsinrichting: monarchie en democratie, de staatshoofden sinds 1848, de grondwet, de drie machten, de rechtsstaat, de Kamers en hun rechten en de weg van wetsvoorstel tot wet.

Éléments de cette leçon

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Democratie en parlement

Examenstof geschiedenis en staatsinrichting vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: GS/K/5 Staatsinrichting van Nederland (introductie), GS/K/3 vaardigheden. Image credit: Hermann Luyken / Wikimedia Commons, CC0

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen hoe Nederland wordt bestuurd: wie de macht heeft, wat de Kamers doen en hoe een wet tot stand komt.

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat bedenk je bij: wie bestuurt Nederland?

Verwachte woorden: koning, premier, regering, ministers, Tweede Kamer, stemmen, verkiezingen, Den Haag, partijen, politie, rechters. Groepeer ze samen met de klas: wie is staatshoofd en hoe wordt er gekozen (blok 1), wie maakt de regels en wie bewaakt ze (blok 2), en hoe werkt het parlement (blok 3). Dat zijn de drie blokken van deze les.

De koning spreekt de troonrede uit op Prinsjesdag, Den Haag, 2017

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Monarchie en republiek

  • In een monarchie is het staatshoofd een koning of koningin.

  • In een republiek is het staatshoofd meestal een gekozen president.

  • Nederland is een monarchie: koning Willem-Alexander is het staatshoofd.

  • Koning en ministers vormen samen de regering.

Syllabus: monarchie / republiek. Bij de foto: op Prinsjesdag leest de koning de troonrede voor, waarin de plannen van de regering staan. Veelgemaakte fout: denken dat de koning alles bepaalt. De ministers zijn verantwoordelijk voor wat de regering doet; de koning is onderdeel van de regering, maar de macht van de koning is beperkt door de grondwet. Image credit: Martijn Beekman / Ministerie van Financiën / Wikimedia Commons, CC0

Ruiterstandbeeld van koning Willem II in Den Haag, foto uit 2019

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Staatshoofden sinds 1848

  • In 1848 was Willem II koning, daarna volgde Willem III.

  • Daarna kwamen drie vrouwen: Wilhelmina, Juliana en Beatrix.

  • Nu is Willem-Alexander koning.

  • Een trucje voor de volgorde: twee koningen, drie koninginnen, weer een koning.

Syllabus: de staatshoofden sinds 1848 zijn Willem II, Willem III, Wilhelmina, Juliana, Beatrix en Willem-Alexander. Leerlingen hoeven de jaartallen van de regeringen niet te kennen, wel de volgorde. Bij de foto: Willem II was koning ten tijde van de grondwetsherziening van 1848. Veelgemaakte fout: Wilhelmina en Juliana omdraaien, of Willem III vergeten. Image credit: Michielverbeek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Stemmen op een stembureau na de invoering van het algemeen kiesrecht, 1918

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Democratie en dictatuur

  • In een democratie bepaalt het volk mee, vooral via verkiezingen.

  • In een dictatuur beslist een persoon of kleine groep, zonder vrije verkiezingen.

  • Bij een referendum stemt het volk over één besluit: een volksraadpleging.

  • Nederland is een democratie: wij kiezen volksvertegenwoordigers.

Syllabus: democratie / dictatuur en referendum. Een referendum is een volksraadpleging over een besluit; bij verkiezingen kiest het volk mensen of partijen. Bij de foto: in 1918 stemden mensen na de invoering van het algemeen kiesrecht. Veelgemaakte fout: denken dat een land met een koning geen democratie kan zijn. Nederland is allebei: een monarchie en een democratie. Image credit: Onbekende maker / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat voor staat is Nederland?

A

Een monarchie en een democratie

B

Een republiek en een democratie

C

Een monarchie en een dictatuur

D

Een republiek en een dictatuur

Goed: monarchie (koning) en democratie (verkiezingen). Verwachte fout: republiek kiezen omdat we een democratie zijn, terwijl het staatshoofd bij ons een koning is.

Zet de staatshoofden op volgorde, van vroeg naar laat

1

Wilhelmina

2

Willem III

3

Juliana

4

Beatrix

5

Willem II

Juiste volgorde zoals getoond; na Beatrix volgt Willem-Alexander. Verwachte fout: Juliana vóór Wilhelmina zetten.

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

De grondwet

  • De grondwet is de belangrijkste wet van Nederland.

  • Hierin staan de grote regels van de staat, bijvoorbeeld hoe het parlement werkt.

  • Alle andere wetten moeten zich aan de grondwet houden.

  • De grondwet is lastiger te veranderen dan een gewone wet.

  • GL/TL: een ander woord voor grondwet is constitutie.

Syllabus: grondwet (GL/TL: grondwet / constitutie). De grondrechten in de grondwet komen in een aparte les aan bod. Veelgemaakte fout: denken dat de grondwet alleen over de koning gaat. Ze regelt de hele staatsinrichting: de koning, de regering, het parlement en de rechtspraak.

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Drie machten

  • De macht is verdeeld over drie machten, zodat niemand te machtig wordt.

  • Wetgevende macht: maakt de wetten (regering en parlement samen).

  • Uitvoerende macht: voert de wetten uit (de regering: koning en ministers).

  • Rechterlijke macht: de rechters, die recht spreken bij een conflict.

  • Dit heet de trias politica, of scheiding der machten.

Syllabus: scheiding tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Het parlement (Tweede en Eerste Kamer) maakt samen met de regering de wetten en controleert de regering. Veelgemaakte fout: de rechterlijke macht en de uitvoerende macht door elkaar halen, of denken dat de politie een rechter is.

Vrouwe Justitia, symbool van de rechtspraak, beeld in Groningen

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

De rechtsstaat

  • In een rechtsstaat moet ook de overheid zich aan de wet houden.

  • Rechters zijn onafhankelijk: de regering mag niet bepalen hoe zij oordelen.

  • Een burger kan naar de rechter stappen als de overheid iets doet dat niet mag.

  • In een dictatuur staat de machthebber juist boven de wet.

Syllabus: rechtsstaat / onafhankelijke rechtspraak. Bij de foto: Vrouwe Justitia met een weegschaal staat voor eerlijke rechtspraak. Veelgemaakte fout: onafhankelijk betekent niet dat rechters doen wat ze willen; ze passen de wet toe. Het betekent dat niemand, ook geen minister, ze mag dwingen. Image credit: ZanderZ / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Wat doet de uitvoerende macht?

A

Ze maakt de wetten alleen

B

Ze spreekt recht bij een conflict

C

Ze schrijft de grondwet om

D

Ze voert de wetten uit

Goed: de regering (koning en ministers) voert uit. Verwachte fout: 'maakt de wetten', omdat ministers wetsvoorstellen doen; maar de wetten worden samen met het parlement gemaakt.

Vul in

In een rechtsstaat zijn rechters onafhankelijk van de regering en moet ook de overheid zich aan de wet houden.

rechtsstaat
onafhankelijk
dictatuur
gekozen

Antwoord: rechtsstaat, onafhankelijk. Verwachte fout: dictatuur invullen (dat is het tegenovergestelde) of 'gekozen': Nederlandse rechters worden niet gekozen maar benoemd.

Scholieren stemmen in een echt stembureau, jeugdverkiezingen in Amstelveen, 1982

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Verkiezingen, coalitie en oppositie

  • Burgers kiezen om de vier jaar de Tweede Kamer.

  • Partijen die samen regeren heten de coalitie: zij vormen de regering.

  • De andere partijen zijn de oppositie: zij controleren de regering.

  • De Eerste Kamer wordt gekozen door de leden van de Provinciale Staten.

Syllabus: verkiezingen / regering / coalitiepartijen / oppositiepartijen. De zittingsperiode van de Tweede Kamer is in principe vier jaar; de Eerste Kamer wordt gekozen door de twaalf Provinciale Staten (bronnen: Tweede Kamer, Eerste Kamer, Parlement.com). Houd het neutraal: noem geen voorbeelden van partijen. Veelgemaakte fout: oppositie als 'tegen alles' zien. Oppositiepartijen controleren de regering en kunnen ook wetsvoorstellen steunen. Image credit: Rob Croes / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

De plenaire zaal van de Tweede Kamer in Den Haag, 2018

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

De rechten van de Kamers

  • Tweede Kamer (150 leden) en Eerste Kamer (75 leden) vormen samen het parlement.

  • Beide Kamers: begroting (geld goedkeuren) en enquête (zelf onderzoek doen).

  • KB en GL/TL: beide Kamers ook interpellatie (de regering om uitleg vragen).

  • Alleen de Tweede Kamer: initiatief (zelf een wet voorstellen) en amendement (een voorstel wijzigen).

Syllabus: recht van begroting en enquête voor beide Kamers; alleen de Tweede Kamer heeft ook recht van initiatief en recht van amendement. Interpellatie (KB en GL/TL): een Kamerlid vraagt in een debat uitleg aan de regering; voor BB is dit geen examenstof. Aantallen volgens Tweede Kamer, Eerste Kamer en Parlement.com. Veelgemaakte fout: denken dat de Eerste Kamer wetten mag wijzigen. Dat mag alleen de Tweede Kamer, via amendement. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

De plenaire zaal van de Eerste Kamer in Den Haag, 2015

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Van wetsvoorstel tot wet

  • Een minister of een Tweede Kamerlid (initiatief) maakt een wetsvoorstel.

  • De Tweede Kamer bespreekt het, mag het wijzigen en stemt erover.

  • De Eerste Kamer keurt het goed of verwerpt het. Wijzigen mag zij niet.

  • Daarna tekenen koning en minister de wet: hij is klaar.

Syllabus: de belangrijkste stappen van wetsvoorstel tot wet: minister / voorstel / Tweede Kamer met rechten / Eerste Kamer met rechten. De Eerste Kamer kan een voorstel alleen aannemen of verwerpen. Veelgemaakte fout: de volgorde van de Kamers omdraaien. Het voorstel gaat eerst naar de Tweede Kamer. Image credit: Rijksvastgoedbedrijf / Corné Bastiaansen / Wikimedia Commons, CC0

Video: Hoe werkt de Eerste Kamer? Clipphanger (SchoolTV). Kijkvraag vooraf: wat mag de Eerste Kamer wel en niet doen met een wetsvoorstel? Bespreek daarna waarom Nederland twee Kamers heeft en wat het verschil is met de Tweede Kamer.

Vul in

De Tweede Kamer mag een voorstel wijzigen, de Eerste Kamer keurt het alleen goed of af.

Tweede Kamer
Eerste Kamer
minister
Provinciale Staten

Antwoord: Tweede Kamer, Eerste Kamer. Verwachte fout: de twee Kamers omdraaien. Het recht van amendement heeft alleen de Tweede Kamer.

Wat is het verschil tussen coalitie en oppositie?

Goed antwoord: de coalitiepartijen regeren samen en vormen de regering; de oppositiepartijen zitten niet in de regering en controleren die. Verwachte fout: 'de oppositie is de tegenpartij van de koning'.

Wat vond je het lastigst van deze les?

1

Monarchie, democratie en staatshoofden

2

Grondwet, drie machten en rechtsstaat

3

De rechten van de Kamers

4

Van wetsvoorstel tot wet

Gebruik de uitslag om les 2 te beginnen: herhaal eerst het onderdeel dat de meeste stemmen krijgt.

Waarom is het slim dat de macht in drie delen is verdeeld?

Goed antwoord: zo kan niemand alle macht hebben en controleren de machten elkaar. Let op antwoorden waarin de onafhankelijke rechter wordt genoemd.

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Begrippen (1/2)

  • monarchie en republiek: monarchie: koning of koningin als staatshoofd; republiek: meestal een gekozen president

  • democratie en dictatuur: democratie: het volk bepaalt mee; dictatuur: één persoon of groep beslist

  • grondwet (constitutie): de belangrijkste wet, met de grote regels van de staat; constitutie is GL/TL

  • trias politica: scheiding van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht

  • rechtsstaat: ook de overheid houdt zich aan de wet; rechters zijn onafhankelijk

Cet élément n'a pas d'instructions

STAATSINRICHTING · PARLEMENT

Begrippen (2/2)

  • begroting en enquête: beide Kamers: geld goedkeuren en zelf onderzoek doen

  • interpellatie (KB, GL/TL): een Kamerlid vraagt de regering in een debat om uitleg

  • initiatief en amendement: alleen de Tweede Kamer: zelf een wet voorstellen en een voorstel wijzigen

  • coalitie en oppositie: coalitie: partijen die regeren; oppositie: de andere partijen, die controleren

  • referendum: volksraadpleging: het volk stemt over één besluit

Cet élément n'a pas d'instructions