Revoluties 1776-1813 (Geschiedenis vwo), les 3: Terugblik quiz

VERLICHTING · 1776-1813

Quiz

Terugblik: Revoluties 1776-1813

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz over de Amerikaanse onafhankelijkheid, de grondwetten, de eerste en tweede Franse revolutie, het schrikbewind en Napoleon.

Éléments de cette leçon

VERLICHTING · 1776-1813

Quiz

Terugblik: Revoluties 1776-1813

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: John Trumbull / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat bedoelden kolonisten met zelfbeschikking?

A

Zelf beslissen over hun bestuur en belastingen

B

Bescherming door de Britse koning

C

Gelijke belasting voor alle koloniën

D

Terugkeer naar Europa

Zelfbeschikking: zelf over het bestuur beslissen. Verwachte fout: het met belastingverlaging verwarren.

Wat was de rol van George Washington?

A

Hij schreef Common Sense

B

Hij schreef de Franse grondwet van 1791

C

Hij leidde de onafhankelijkheidsstrijd

D

Hij was gouverneur namens de Britse koning

Washington was de militaire leider. Verwachte fout: hem de schrijver van Common Sense noemen.

Zet op volgorde, van vroeg naar laat

1

Franse grondwet, constitutionele monarchie (1791)

2

Onafhankelijkheidsverklaring (1776)

3

Grondwet van de Verenigde Staten (1787)

4

Terechtstelling van Lodewijk XVI (1793)

1776, 1787, 1791, 1793. Verwachte fout: de Amerikaanse grondwet na de Franse zetten.

Wat kenmerkte de standensamenleving in Frankrijk?

A

Alle burgers betaalden evenveel belasting

B

Geestelijkheid en adel hadden voorrechten

C

De derde stand bestuurde het land

D

De standen kozen de koning

Voorrechten voor eerste en tweede stand. Verwachte fout: denken dat de derde stand macht had.

Vul in

De grondwet van 1791 beperkte de macht van de koning in een constitutionele monarchie, waarin het censuskiesrecht gold.

grondwet
constitutionele monarchie
censuskiesrecht
algemeen stemrecht
absolute monarchie

Grondwet, constitutionele monarchie, censuskiesrecht. Verwachte fout: algemeen stemrecht, dat kwam in 1792.

Wat gebeurde er op 10 augustus 1792?

A

De Staten-Generaal kwam voor het eerst bijeen

B

De Bastille werd bestormd

C

Napoleon nam de macht over

D

De Tuilerieën werden bestormd, de koning verloor macht

Tweede revolutie. Verwachte fout: de Bastille, van 1789.

Wat was het schrikbewind?

Goed: de periode (1793-1794) waarin de jakobijnen onder Robespierre vermeende tegenstanders van de revolutie op grote schaal vervolgden en ter dood brachten. Verwachte fout: het met de Bastille-bestorming verwarren.

Waarom is Olympe de Gouges bekend?

A

Zij leidde de jakobijnen

B

Zij werd keizerin naast Napoleon

C

Zij leidde het schrikbewind

D

Zij schreef een Verklaring van de rechten van de vrouw

De Gouges eiste gelijke rechten voor vrouwen en werd in 1793 terechtgesteld. Verwachte fout: haar bij de jakobijnen indelen.

Welke ideeën leefden voort in de Code Napoléon?

A

Het droit divin en de standensamenleving

B

Gelijkheid voor de wet en geen voorrechten voor standen

C

Algemeen stemrecht voor vrouwen

D

Het schrikbewind en economische gelijkheid

De Code legde revolutionaire gelijkheid voor de wet vast. Verwachte fout: algemeen stemrecht voor vrouwen; vrouwen bleven ondergeschikt.

Wat hadden de Amerikaanse en Franse revolutie gemeen?

A

Beide kwamen voort uit een vorstelijke hervorming

B

Beide gaven direct stemrecht aan vrouwen

C

Beide beriepen zich op verlichte ideeën over vrijheid

D

Beide begonnen met de val van de koning

Verlichte ideeën als gemeenschappelijke basis. Verwachte fout: denken dat beide de koning afzetten.

Wat deed de derde stand in juni 1789?

Goed: zij riep zich uit tot Nationale Vergadering en zwoer in de Jeu de Paume een grondwet te maken. Verwachte fout: de bestorming van de Bastille noemen, die was in juli.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VERLICHTING · 1776-1813

Goed gedaan!

Je kunt nu uitleggen hoe verlichte ideeën in de Amerikaanse en Franse revolutie in de praktijk werden gebracht en waar dat tekortschoot. Ga verder met de politieke stromingen van 1813 tot 1900.

Cet élément n'a pas d'instructions