Opnametechniek en productie (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

LUISTEREN · OPNAME EN PRODUCTIE

QUIZ

Terugblik: Opnametechniek en productie

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met quiz over opnametechniek en productie: tien vragen, waarvan één luistervraag, over tracks, panning, effecten, samples en bestandsformaten.

Éléments de cette leçon

LUISTEREN · OPNAME EN PRODUCTIE

QUIZ

Terugblik: Opnametechniek en productie

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Steve Knight / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Video: T-Pain: Buy U A Drank (kanaal: TPainVEVO). Wat hoor je? De zangstem klinkt robotachtig: de toonhoogte springt van toon naar toon. Dat is autotune als stijleffect. Goede antwoord: autotune.

Welke bewerking hoor je in de zangstem?

A

Autotune

B

Crossfade

C

Fade-out

D

Remix

De stem springt van toon naar toon: autotune. De andere opties gaan over volume of over hele nummers.

Zet in de volgorde van een productie

1

Het einde laten wegzakken met een fade-out

2

Extra partijen toevoegen met dubbing

3

Elke partij als eigen track opnemen (multitrack recording)

4

Alle tracks op elkaar afstemmen in de mix

Eerst opnemen, dan extra partijen, dan mixen, daarna het einde afwerken. Veelgemaakte fout: de fade-out te vroeg zetten.

Een dj maakt van een popnummer een nieuwe danceversie met een andere beat en nieuwe geluiden. Wat is dit?

A

Een crossfade

B

Een fade-out

C

Dubbing

D

Een remix

Een nieuwe versie gemaakt van een bestaand nummer is een remix. Wie dubbing kiest, denkt aan extra opnames.

Vul in

Een sampler speelt opgenomen geluiden af, een drumcomputer maakt ritmes met elektronische drumklanken.

sampler
drumcomputer
panning
reverb

Veelgemaakte fout: sampler en drumcomputer verwarren. Een sampler gebruikt opgenomen geluid, een drumcomputer maakt een ritme.

Welk programma gebruik je om op een computer tracks op te nemen, te bewerken en te mixen?

A

Een drumcomputer

B

Een DAW

C

Een loop

D

Een remix

Een DAW (digital audio workstation) is het programma voor opnemen, bewerken en mixen. Dit begrip hoef je alleen te herkennen.

Welk soort gegevens bevat een MIDI-bestand?

A

Noteninformatie, zoals welke toon, wanneer en hoe hard

B

Opgenomen geluid in ongecomprimeerde vorm

C

Opgenomen geluid in gecomprimeerde vorm

D

Alleen de zangpartij van een nummer

MIDI bevat noteninformatie en geen geluid. Wie ongecomprimeerd of gecomprimeerd kiest, denkt aan wav en mp3.

Je wilt een opname in zo hoog mogelijke kwaliteit bewaren om later verder te mixen. Welk formaat kies je?

A

mp3

B

MIDI

C

wav

D

VST

Wav is ongecomprimeerd. Mp3 is kleiner maar verliest details. MIDI en VST zijn geen geluidsbestanden.

Nummer A wordt zachter terwijl nummer B tegelijk luider wordt. Welk begrip past?

A

Fade-out

B

Crossfade

C

Panning

D

Quantising

Twee nummers die in elkaar overlopen zijn een crossfade. Een fade-out gaat over één nummer dat wegzakt.

Waarom gebruik je panning in een mix?

Goed: om elke track een eigen plek tussen links en rechts te geven, zodat de mix ruimtelijker en duidelijker klinkt. Verwachte fout: 'om het harder te maken'.

Een nummer staat op 120 bpm. Wat betekent dat?

A

Het nummer duurt 120 seconden

B

Er zijn 120 tracks gebruikt

C

Er zijn 120 maten per minuut

D

Er zijn 120 tellen per minuut

Bpm is beats per minute, dus tellen per minuut. Wie maten kiest, verwart tel en maat.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ LUISTEREN · OPNAME EN PRODUCTIE

GOED GEDAAN!

Je kunt nu opname- en productietechnieken herkennen en benoemen. Luister bij je volgende nummer: welke effecten en bewerkingen hoor je?

Cet élément n'a pas d'instructions