Organen en gaswisseling (Biologie vwo), les 3: Terugblik quiz

ORGAAN · GASWISSELING

Quiz

Terugblik: Organen en gaswisseling

1 / 14
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 14 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met 11 vragen over gaswisseling bij vis, mens, plant en bacterie, luchtwegen, interpleurale ruimte, dode ruimte, hemoglobine, CO2-transport en geforceerd uitademen.

Éléments de cette leçon

ORGAAN · GASWISSELING

Quiz

Terugblik: Organen en gaswisseling

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Wagner Souza e Silva / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Waarom krijgt een vis op het droge te weinig zuurstof?

A

De kieuwbladen klappen samen, dus het oppervlak daalt

B

De zuurstofdruk in lucht is te laag voor diffusie

C

Het bloed van een vis bindt geen zuurstof uit lucht

D

De kieuwen gaan open en dat kost te veel energie

Kieuwbladen worden in water uit elkaar gehouden; in lucht klitten ze samen en blijft er weinig wisseloppervlak over. Verwachte fout: denken dat lucht te weinig zuurstof bevat. Lucht bevat juist meer zuurstof dan water.

Zet op volgorde, de weg van ingeademde lucht

1

Luchtpijp

2

Longblaasje

3

Bronchie

4

Keelholte

Keelholte, luchtpijp, bronchie, longblaasje. Verwachte fout: de bronchie voor de luchtpijp zetten.

Vul in

Overdag neemt een blad via de huidmondjes koolstofdioxide op voor de fotosynthese. De dissimilatie gaat ook in het donker door.

huidmondjes
fotosynthese
dissimilatie
houtvaten
transpiratie

Huidmondjes zorgen voor gaswisseling, fotosynthese gebruikt overdag koolstofdioxide, dissimilatie gaat altijd door. Verwachte fout: houtvaten kiezen, die vervoeren water maar wisselen geen gassen.

Een wond laat lucht in de interpleurale ruimte. Wat gebeurt er met die long?

A

De long zet uit, want er is meer lucht rondom

B

De long werkt gewoon door met het middenrif

C

De long vult zich extra met bloed

D

De long klapt in elkaar, want de onderdruk verdwijnt

De onderdruk in de interpleurale ruimte houdt de long uitgerekt tegen de borstwand. Verdwijnt die, dan trekt de elastische long samen. Verwachte fout: denken dat extra lucht rond de long de long vergroot.

Hoe neemt een bacterie zuurstof op?

A

Via huidmondjes in de celwand

B

Door diffusie door het celmembraan

C

Via kleine tracheeën in de cel

D

Met hemoglobine uit rode bloedcellen

Prokaryoten hebben geen gaswisselingsorgaan; gassen diffunderen door het celmembraan. Verwachte fout: een orgaan of eiwit van planten of dieren kiezen.

Wat bindt zuurstof in rode bloedcellen?

Antwoord: hemoglobine. Verwachte fout: myoglobine noemen, dat zit in spiercellen.

Welke bewering over transport in organismen klopt?

A

Planten vervoeren stoffen door houtvaten en bastvaten

B

Prokaryoten hebben een bloedsomloop met hemoglobine

C

Planten gebruiken een hart om water omhoog te pompen

D

Bij prokaryoten verloopt transport door houtvaten

Planten hebben houtvaten en bastvaten, prokaryoten gebruiken diffusie en dieren een bloedsomloop. Verwachte fout: dierlijke kenmerken (hart, bloed) bij planten of prokaryoten plaatsen.

Iemand ademt door een lange buis. Wat gebeurt er met de verse lucht per teug?

A

Die wordt groter, want er is meer lucht beschikbaar

B

Die blijft gelijk, want het ademvolume verandert niet

C

Die wordt kleiner, want de dode ruimte neemt toe

D

Die wordt groter, want de lucht wordt verwarmd

De buis vergroot de dode ruimte: een deel van elke teug blijft in de buis en de luchtwegen en bereikt de longblaasjes niet. Verwachte fout: alleen naar het totale ademvolume kijken.

In welke vorm wordt het meeste koolstofdioxide vervoerd?

A

Gebonden aan myoglobine in de spieren

B

Als waterstofcarbonaat in het bloedplasma

C

Opgelost als gas in het plasma

D

Gebonden aan hemoglobine in rode bloedcellen

Het meeste CO2 wordt omgezet in waterstofcarbonaat en met het plasma vervoerd. Verwachte fout: hemoglobine kiezen; daaraan is een kleiner deel gebonden.

Waarom hebben insecten geen bloed nodig voor zuurstoftransport?

A

De kieuwen van insecten nemen zuurstof uit water op

B

Insecten hebben geen zuurstof nodig bij dissimilatie

C

Het celmembraan van insecten maakt zelf zuurstof

D

Tracheeën brengen lucht tot bij de weefsels

De buisjes reiken tot bij de cellen, zodat diffusie in lucht volstaat. Verwachte fout: denken dat insecten geen zuurstof gebruiken.

Welke spieren werken mee bij geforceerd uitademen?

A

Het middenrif en de uitwendige tussenribspieren

B

Alleen het middenrif

C

De spieren in de wand van de luchtpijp

D

Buikspieren en inwendige tussenribspieren

Rustig uitademen is passief; bij geforceerd uitademen trekken buikspieren en inwendige tussenribspieren samen. Verwachte fout: de inademingsspieren (middenrif en uitwendige tussenribspieren) kiezen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

ORGAAN · GASWISSELING

Goed gedaan!

Je kent nu de bouw en samenwerking van organen en de weg van zuurstof van lucht tot spiercel. Kijk de vragen na die je fout had en zoek het onderwerp op in les 1.

Cet élément n'a pas d'instructions