CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Quiz
Terugblik: Geld, sparen en lenen
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Quiz
Terugblik: Geld, sparen en lenen
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein
Je vergelijkt de prijs van twee telefoons in euro's. Welke geldfunctie?
Rekenmiddel
Ruilmiddel
Spaarmiddel
Leenmiddel
Prijzen in euro's vergelijken is de functie rekenmiddel.
Vul in
Een creditsaldo is een tegoed, de bank betaalt je dan soms creditrente.
Tegoed hoort bij creditsaldo en creditrente. Alleen KB en GL/TL.
Vul in
Je kunt sparen voor een doel, uit voorzorg of voor de renteopbrengst.
De drie motieven om te sparen.
De boiler van gezin De Vries valt uit en er is geen spaargeld. Welk motief om te lenen?
Een eigen woning kopen
Een calamiteit opvangen
Renteopbrengst krijgen
Sparen voor een doel
Een onverwachte kapotte boiler is een calamiteit.
Wat is een kenmerk van een doorlopend krediet?
Je leent één vast bedrag met vaste termijnen
Het product blijft van de verkoper tot het einde
Je betaalt alleen voor gebruik, zonder eigendom
Opnemen tot een maximum, aflossen en weer opnemen
De andere opties horen bij persoonlijke lening, huurkoop en leasing.
Wie is eigenaar bij koop op afbetaling?
De koper, meteen na de aankoop
De verkoper, tot de laatste termijn
De bank, tot alles is afbetaald
De leasemaatschappij, ook daarna
Bij koop op afbetaling is het product meteen van jou. De verkoper als eigenaar hoort bij huurkoop.
Wat zijn kredietkosten?
Het bedrag dat je leent
De rente die je krijgt over spaargeld
Alle extra kosten die je betaalt voor lenen
Het bedrag dat je per maand aflost
Kredietkosten zijn de extra kosten van lenen, zoals rente. Alleen KB en GL/TL.
Wat doe je met koopkracht in de tijd als je leent?
Je bewaart koopkracht voor later
Je maakt je koopkracht voor altijd kleiner
Je haalt koopkracht uit de toekomst naar nu
Je maakt de rente van de bank kleiner
Lenen is nu uitgeven en later terugbetalen; sparen is het omgekeerde.
Zet op volgorde, van eerst naar laatst
Eerst het tekort, dan lenen, kopen en daarna aflossen met rente.
Esra zet 1.000 euro 2 jaar weg tegen 5% samengestelde interest. Eindbedrag?
1.102,50 euro
1.100 euro
1.050 euro
1.150 euro
Alleen GL/TL. 1.000 x 1,05 = 1.050 en 1.050 x 1,05 = 1.102,50. Verwachte fout: 1.100 (enkelvoudig, geen rente over rente).
Wat betekent het als je rood staat?
Goed: je saldo is onder nul (debetsaldo): je gaf meer uit dan er op je rekening stond, en je betaalt debetrente.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
CONSUMPTIE · SPAREN EN LENEN
Goed gedaan!
Je kent nu de geldfuncties, de bankrekening, sparen, rente en lenen. Gebruik bij elke examenvraag: past dit bij sparen, bij lenen of bij de bankrekening?
Cet élément n'a pas d'instructions