Duurzame ontwikkeling (Biologie havo), les 3: Terugblik quiz

DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL

Quiz

Terugblik: Duurzame ontwikkeling

1 / 13
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met tien vragen over biologisch afbreekbare stoffen, hernieuwbare energie, energiebesparing, biologische landbouw, accumulatie van DDT, resistentie en normatieve overwegingen.

Éléments de cette leçon

DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL

Quiz

Terugblik: Duurzame ontwikkeling

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Geographer / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Welk afval is biologisch afbreekbaar?

A

Een glazen pot

B

Een aluminium blikje

C

Een appelklokhuis

D

Een zak van gewoon plastic

Een appelklokhuis wordt door reducenten afgebroken. Glas, aluminium en gewoon plastic niet. Verwachte fout: plastic kiezen.

Waarom is aardgas geen hernieuwbare energiebron?

A

Het raakt op voordat het opnieuw kan ontstaan

B

Het geeft bij verbranding geen energie

C

Het kan alleen op zee worden gewonnen

D

Reducenten breken het snel af

Aardgas ontstaat veel langzamer dan we het gebruiken. Verwachte fout: denken dat hernieuwbaar iets met de plaats van winning te maken heeft.

Welke maatregel is energiebesparing?

A

Zonnepanelen op het dak leggen

B

Een huis isoleren zodat je minder verwarmt

C

Een kolencentrale vervangen door een gascentrale

D

Stroom afnemen van een windpark

Besparen is minder gebruiken. De andere maatregelen veranderen hoe energie wordt opgewekt of ingekocht. Verwachte fout: zonnepanelen kiezen omdat ze duurzaam zijn.

Een school gebruikt 40.000 kWh en bespaart 25%. Hoeveel kWh blijft over?

A

10.000 kWh

B

15.000 kWh

C

25.000 kWh

D

30.000 kWh

25% van 40.000 is 10.000. 40.000 min 10.000 is 30.000. Verwachte fout: 10.000 kiezen, het bespaarde deel in plaats van wat overblijft.

Vul in

Biologische landbouw werkt zonder synthetische bestrijdingsmiddelen en zonder kunstmest, maar met bijvoorbeeld natuurlijke vijanden.

synthetische
kunstmest
afbreekbare
persistente

Synthetische middelen en kunstmest horen niet bij biologische landbouw. Verwachte fout: afbreekbare invullen, omdat een middel dat afbreekbaar is niet automatisch biologisch is.

Geef een nadeel van biologische landbouw.

Bijvoorbeeld: de opbrengst per hectare is meestal lager, dus is er meer land nodig voor dezelfde hoeveelheid voedsel. Verwachte fout: een voordeel noemen, zoals minder middelen in de natuur.

Welke stof hoopt zich het sterkst op in een voedselketen?

A

Een persistente stof die niet wordt uitgescheiden

B

Een stof die reducenten snel afbreken

C

Een stof die snel wordt uitgescheiden

D

Een stof die alleen in water voorkomt

Accumulatie vraagt om een stof die niet wordt afgebroken en niet wordt uitgescheiden. Verwachte fout: denken dat elke giftige stof ophoopt.

Door DDT kregen roofvogels dunne eierschalen. Waarom juist roofvogels?

A

Ze worden vaker met DDT bespoten

B

Ze drinken meer water met DDT

C

Ze staan hoog in de keten, dus de concentratie is hoog

D

Ze hebben geen afweer tegen stoffen

Door accumulatie is de concentratie DDT het hoogst aan de top van de voedselketen. Verwachte fout: denken dat roofvogels rechtstreeks worden bespoten.

Welke uitspraak over resistentie tegen een bestrijdingsmiddel klopt?

A

Elk insect wordt na enkele keren spuiten resistent

B

Het middel maakt insecten resistent door mutatie

C

Het middel selecteert de resistente individuen

D

Resistentie ontstaat alleen bij een lage dosis

Resistente individuen zijn er toevallig al en overleven en planten zich voort. Verwachte fout: denken dat het middel zelf de resistentie veroorzaakt.

Welke uitspraak is een normatieve overweging?

A

Wij horen de natuur intact door te geven

B

DDT veroorzaakte dunne eierschalen bij roofvogels

C

Een persistente stof blijft lang in het milieu

D

Windturbines wekken stroom op zonder koolstofdioxide

Een normatieve overweging gaat over wat goed of fout is. De andere uitspraken zijn feiten die je kunt onderzoeken. Verwachte fout: een feit kiezen omdat het een sterk argument lijkt.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

DUURZAAMHEID · ENERGIE EN VOEDSEL

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kunt nu uitleggen wat duurzame ontwikkeling is, hoe je bij energie en voedsel rekening houdt met duurzaamheid en wat accumulatie en resistentie met bestrijdingsmiddelen te maken hebben.

Cet élément n'a pas d'instructions