Ondernemerschap of loondienst (Bedrijfseconomie vwo), les 1: Uitleg

Werkvloer van een startup, Berlijn. Foto: Heisenberg Media, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Ondernemerschap of loondienst

Examenstof bedrijfseconomie vwo

1 / 22
suivant
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 22 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Leerlingen leren een keuze tussen loondienst en zelfstandig ondernemerschap te beoordelen op inkomen, risico, zeggenschap, vangnetten, aansprakelijkheid van de eenmanszaak, belasting en motieven. 9 dia's met 6 checks, exit en begrippen. Syllabus B2, 12.1.

Éléments de cette leçon

Werkvloer van een startup, Berlijn. Foto: Heisenberg Media, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Ondernemerschap of loondienst

Examenstof bedrijfseconomie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B2 12, 12.1 (met 17.3 en 17.4). Image credit: Heisenberg Media / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Wat ga je kunnen?

Ik kan een keuze tussen loondienst en zelfstandig ondernemerschap onderbouwen met inkomen, risico, zeggenschap en aansprakelijkheid.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke woorden horen bij zelf ondernemer worden en welke bij in loondienst werken?

Verwacht: zekerheid, vast loon, vrijheid, risico, baas zijn, resultaat, verzekering. Sorteer de woorden na afloop in twee kolommen en noteer wat in beide kan staan, bijvoorbeeld inkomen. Syllabus 12.1.

Werkvloer van een startup, Berlijn. Foto: Heisenberg Media, CC BY 2.0

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Loondienst: zekerheid

  • In een arbeidsrelatie ruil je zeggenschap tegen zekerheid: vaste afspraken en een vast loon.

  • Het ondernemersrisico ligt bij de werkgever: een slecht jaar verandert je loon meestal niet.

  • Als werknemer heb je vangnetten, zoals loondoorbetaling bij ziekte en recht op WW.

  • De keerzijde: een goed jaar van het bedrijf zit niet vanzelf in jouw loon.

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Arbeidsrelatie: in de syllabus (17.3) een van de vormen waarin iemand voor een organisatie werkt. De verschillen tussen iao en overeenkomst van opdracht staan in het onderwerp Arbeidsrelatie, ontslag en medezeggenschap en worden hier niet herhaald. Op vwo-niveau gaat het om beoordelen: elk voordeel heeft een keerzijde. Veelgemaakte fout: zekerheid altijd als voordeel zien, ook voor wie vooral wil groeien. Image credit: Heisenberg Media / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Een foodtruck in Austin, Texas: een eigen zaak op wielen

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Zelfstandig: eigen risico

  • Een zelfstandig ondernemer werkt voor eigen rekening en risico en beslist zelf over de aanpak.

  • Je inkomen is het resultaat van de zaak: dat kan hoog zijn, maar ook laag of negatief.

  • Zeggenschap geeft vrijheid, maar ook verantwoordelijkheid voor klanten, prijzen en cijfers.

  • Zonder werkgever ontbreken de vangnetten: die regel je zelf of je draagt het risico.

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. In het examen heet het resultaat 'resultaat'; winst is een synoniem. De foodtruck is een voorbeeld van een kleine zaak waarbij de eigenaar zelf kiest wat er verkocht wordt. Veelgemaakte fout: denken dat een zelfstandige 'gewoon meer verdient'. Het inkomen is een uitkomst. Image credit: Kurtkaiser / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Wie draagt welk risico?

  • Ziekte: een werknemer krijgt meestal loon door; een zelfstandige sluit zelf een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) af.

  • Werkloosheid: een werknemer heeft recht op WW; een zelfstandige heeft dit niet als de zaak stopt.

  • Pensioen: een werkgever betaalt vaak mee; een zelfstandige betaalt de premie of spaart zelf uit het resultaat.

  • Een risico dat je niet regelt, draag je als zelfstandige zelf: verzekeren is ook een financiële keuze.

  • Beoordelen: een vangnet is een voordeel van loondienst, maar dat voordeel ruil je tegen minder zeggenschap.

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Verzekeren hoort bij B1 (11.2.1: voor- en nadelen van zich wel of niet verzekeren). De AOV is hier een eigen toelichting bij het verzekeringsbegrip; de syllabus noemt de term niet. Hoogtes van uitkeringen, premies en termijnen zijn geen examenstof. Veelgemaakte fout: denken dat een zelfstandige recht heeft op WW.

Wat is een nadeel van loondienst voor iemand die met een eigen idee veel wil verdienen?

A

De werknemer draagt het ondernemersrisico zelf

B

De werknemer is privé aansprakelijk voor schulden

C

De werknemer regelt zelf een AOV en pensioen

D

Een goed resultaat van het bedrijf komt niet vanzelf in het loon

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Goed: het vaste loon is zekerheid en tegelijk een begrenzing. De afleiders zijn kenmerken van het zelfstandig ondernemerschap, die leerlingen verwisselen.

Vul in

Een werknemer heeft bij werkloosheid recht op WW; een zelfstandige draagt het ondernemersrisico zelf als de zaak tegenvalt.

WW
ondernemersrisico
pensioen
loon

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Controleer of leerlingen zien wie het risico draagt: de werknemer heeft een vangnet, de zelfstandige draagt het ondernemersrisico zelf.

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Loon of resultaat?

  • In loondienst krijg je een vast loon; bij een eenmanszaak is het resultaat (winst) je inkomen.

  • Resultaat = omzet min kosten. Een ondernemer heeft geen salaris: wat je privé opneemt zijn privéopnamen.

  • Privéopnamen zijn geen kosten van de zaak en verlagen het resultaat dus niet.

  • Vergelijk loon en resultaat eerlijk: trek eigen premies af en kijk naar het aantal gewerkte uren.

  • Het resultaat is een uitkomst die per jaar verschilt; het loon staat vast.

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Syllabus 28: privéontvangsten en -uitgaven bij een eenmanszaak; 30: resultaat. Rekenvoorbeeld voor op het bord: omzet € 90.000, kosten € 50.000, dus resultaat € 40.000; neemt de ondernemer € 30.000 privé op, dan blijft het resultaat € 40.000. Veelgemaakte fout: privéopnamen als kosten aftrekken.

Werkbank van een fietsenmaker. Foto: Alextredz, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Aansprakelijkheid

  • Een eenmanszaak is geen rechtspersoon: de ondernemer en de zaak zijn juridisch één.

  • Gevolg: bij schulden kunnen schuldeisers ook je privévermogen aanspreken, zoals spaargeld en woning.

  • Die aansprakelijkheid is niet beperkt tot wat je in de zaak stak.

  • Een werknemer loopt dit risico niet: schulden van het bedrijf zijn niet jouw schulden.

Syllabus 13.1.2 (aansprakelijkheid van de eenmanszaak) en 12.1. Rechtsvormen die de aansprakelijkheid beperken zijn onderwerp van Rechtsvormen; noem ze hier alleen. Veelgemaakte fout: denken dat de aansprakelijkheid stopt bij het bedrijfsvermogen of bij het spaargeld dat er op dat moment is. Image credit: Alextredz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Belasting: loon of resultaat

  • Een werknemer krijgt loon; de werkgever houdt belasting in op het loon (loonheffing), je ontvangt het netto loon.

  • Een ondernemer betaalt inkomstenbelasting over het resultaat van de zaak en moet zelf reserveren.

  • Daardoor kan een goed resultaat van de zaak minder inkomen opleveren dan het lijkt.

  • Belasting wordt geheven over het resultaat, niet over de omzet en niet over de privéopnamen.

  • In opgaven staan de bedragen in de tekst: het gaat om de redenering, resultaat voor belasting tegenover netto.

Syllabus 30: begrip inkomstenbelasting (bij resultaat voor winstbelasting). Tarieven en ondernemersaftrek zijn geen examenstof en staan niet op de dia. Veelgemaakte fout: de omzet als belastbaar inkomen zien.

Een eenmanszaak heeft € 84.000 omzet en € 47.500 kosten. De ondernemer neemt € 30.000 privé op. Wat is het resultaat voor belasting?

A

€ 6.500

B

€ 36.500

C

€ 54.000

D

€ 30.000

Resultaat = 84.000 min 47.500 = 36.500. Privéopnamen zijn geen kosten. Afleiders: 6.500 (84.000 min 47.500 min 30.000), 54.000 (84.000 min 30.000), 30.000 (de opname als resultaat).

Zet op volgorde: van omzet naar netto

1

Omzet: wat klanten betalen

2

Resultaat: omzet min kosten

3

Resultaat na belasting

4

Inkomstenbelasting over het resultaat

Eerst omzet, dan omzet min kosten tot het resultaat voor belasting, dan de inkomstenbelasting over dat resultaat, wat overblijft is het resultaat na belasting. Syllabus 12.1 en 30.

Een kleine koffiebrander in een koffiebar

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Motieven van ondernemers

  • Een motief is de reden om te ondernemen: onafhankelijkheid, een hoger inkomen of een eigen idee.

  • Starten uit kans: je ziet een gat in de markt en kiest zelf voor ondernemen.

  • Starten uit noodzaak: een baan ontbreekt of valt weg en ondernemen is het alternatief.

  • Het motief bepaalt hoe je voor- en nadelen weegt: wie vrijheid wil, accepteert meer onzekerheid.

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Syllabus 12.2.1 noemt motieven en kwaliteiten als onderdeel van het persoonlijk plan; het opstellen daarvan zit in Ondernemingsplan en oprichting. Hier gebruik je het motief als criterium bij de keuze. De indeling kans en noodzaak is een eigen omschrijving bij het begrip motief, geen syllabusbegrip. Veelgemaakte fout: denken dat geld het enige motief is. Image credit: Robert-brook / Wikimedia Commons, CC0

Zelfstandigen delen een werkruimte, Columbus (VS)

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Past het bij jou?

  • Eigenschappen die meetellen: risicobereidheid, zelfdiscipline, doorzettingsvermogen en een netwerk.

  • Ook je situatie telt: vaste lasten, een buffer aan spaargeld en het inkomen van een partner.

  • Dezelfde keuze kan voor de een verstandig zijn en voor de ander te risicovol.

  • Niet-financiële overwegingen, zoals vrijheid en werkplezier, tellen mee naast geld.

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Het gaat om beoordelen: eigenschappen en situatie bepalen of het risico draagbaar is. Een buffer is hier een eigen toelichting: spaargeld waarmee je een periode met weinig resultaat overbrugt. Veelgemaakte fout: alleen over karakter praten en de financiële situatie vergeten. Image credit: Benlande / Wikimedia Commons, CC0

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Een afweging opbouwen

  • Stap 1: wat wil de persoon (motief, doel) en wat is de situatie (vaste lasten, buffer)?

  • Stap 2: toets aan criteria: zekerheid, zeggenschap, risico, inkomen en aansprakelijkheid.

  • Stap 3: noem per keuze een voordeel én een nadeel, met een gegeven uit de casus.

  • Stap 4: kies met een conclusie; een tussenvorm kan ook, zoals een eigen zaak naast een baan.

  • Een zzp'er is een zelfstandig ondernemer: de verschillen met loondienst staan in Arbeidsrelatie en ontslag.

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Syllabus 12 en 12.1 (rol en keuzes van de ondernemer beoordelen) en 17.4 (zzp tegenover loondienst, verder uitgewerkt in het onderwerp Arbeidsrelatie, ontslag en medezeggenschap). Een goed antwoord gebruikt gegevens uit de casus en eindigt met een conclusie. Veelgemaakte fout: een algemene opsomming zonder de wensen en de situatie uit de casus.

Hanna wil vooral baas zijn over haar eigen tijd, ook als ze er minder aan verdient. Welk motief hoort hierbij?

A

Inkomen: zo veel mogelijk verdienen

B

Noodzaak: er is geen baan beschikbaar

C

Onafhankelijkheid: zelf bepalen hoe en wanneer je werkt

D

Zekerheid: een vast maandinkomen

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Het motief is zeggenschap, geen geld. Een leerling die inkomen kiest, leest 'verdient minder' over.

Tom heeft hoge vaste lasten en geen spaargeld. Wat maakt starten voor Tom extra riskant?

A

Zijn inkomen is onzeker terwijl de uitgaven doorlopen

B

Hij heeft geen recht op een vergunning

C

Hij betaalt als ondernemer geen belasting

D

Zijn eenmanszaak heeft een beperkte aansprakelijkheid

Syllabus 12.1: de voor- en nadelen van een arbeidsrelatie versus zelfstandig ondernemerschap beoordelen. Buffer en vaste lasten bepalen of een onzeker inkomen draagbaar is. De afleiders zijn feitelijk onjuist.

Welk onderdeel vond je het lastigst?

1

Risico en aansprakelijkheid

2

Loon en resultaat vergelijken

3

Belasting en eigen premies

4

Motieven en eigenschappen

Gebruik de uitkomst om in de training het lastigste vraagtype eerst te bespreken.

Kies je voor zekerheid of vrijheid, en waarom?

Een goed antwoord noemt een voordeel en een nadeel van de gekozen route en koppelt dat aan een eigen motief of situatie.

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Begrippen (1/2)

  • arbeidsrelatie: Afspraak waarbij je voor een organisatie werkt, bijvoorbeeld in loondienst.

  • zelfstandig ondernemer: Werkt voor eigen rekening en risico en beslist zelf over de aanpak.

  • ondernemersrisico: Het risico dat de zaak tegenvalt: bij loondienst bij de werkgever, bij zelfstandigen bij de ondernemer.

  • resultaat: Omzet min kosten: bij een eenmanszaak het inkomen van de ondernemer (winst).

  • privéopname: Geld dat de ondernemer privé uit de zaak haalt; geen kosten van de zaak.

Cet élément n'a pas d'instructions

EXAMENSTOF · ONDERNEMEN · BAAN OF BEDRIJF

Begrippen (2/2)

  • aansprakelijkheid eenmanszaak: De ondernemer is ook met het privévermogen aansprakelijk voor schulden van de zaak.

  • inkomstenbelasting: Belasting die een ondernemer betaalt over het resultaat van de zaak.

  • arbeidsongeschiktheidsverzekering: Verzekering die inkomen biedt als je door ziekte of ongeval niet kunt werken (AOV).

  • motief: De reden waarom iemand wil ondernemen, zoals vrijheid, inkomen of een eigen idee.

Cet élément n'a pas d'instructions