Europese Unie en EMU (Economie vmbo), les 3: Terugblik quiz

INTERNATIONAAL · EU EN EURO

Quiz

Terugblik: Europese Unie en EMU

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblikquiz met twaalf vragen over EU, eurozone, vrij verkeer, wisselkoers en de ECB voor vmbo.

Éléments de cette leçon

INTERNATIONAAL · EU EN EURO

Quiz

Terugblik: Europese Unie en EMU

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Thijs ter Haar / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

Zweden zit in de EU, maar niet in de eurozone. Wat betekent dat?

A

Zweden betaalt niet met de euro

B

Zweden mag niet vrij handelen met Nederland

C

Zweden is geen lid van de EU

D

Zweden betaalt met de euro, maar zonder ECB

EU en eurozone zijn niet dezelfde groep. Verwachte fout: denken dat een land dan ook buiten de EU-regels valt.

Wat valt NIET onder vrij verkeer in de EU?

A

Goederen en diensten

B

Personen

C

Vrije handel met landen buiten de EU

D

Kapitaal

Vrij verkeer geldt tussen EU-landen. Verwachte fout: denken dat het ook voor landen buiten de EU geldt.

Vul in

Vrij verkeer van goederen en diensten geeft consumenten meer keuze en meer concurrentie tussen bedrijven.

keuze
concurrentie
heffingen
quota

Meer aanbod en meer concurrentie. Alle leerwegen.

Een Nederlander gaat op vakantie naar Spanje en betaalt met euro's. Waarom hoeft hij niet te wisselen?

A

Spanje zit niet in de EU

B

Spanje zit in de eurozone

C

Nederland heeft een eigen munt

D

De wisselkoers is daar altijd 1

Beide landen hebben de euro. Verwachte fout: denken dat dit met vrij verkeer te maken heeft.

Wat is een gemeenschappelijke importheffing?

A

Een belasting op producten uit andere EU-landen

B

Een heffing die elk EU-land zelf bepaalt

C

Een korting voor producten uit de EU

D

Dezelfde heffing van alle EU-landen op producten van buiten de EU

Binnen de EU geen invoerrechten. Verwachte fout: de heffing zien als belasting binnen de EU.

Hoe heet de prijs van een buitenlandse munt in euro's?

A

De inflatie

B

De importheffing

C

De rente

D

De wisselkoers

Wisselkoers. Verwachte fout: rente of inflatie kiezen.

Een sterk exportbedrijf in Nederland groeit door de EU. Gevolg voor de werkgelegenheid?

A

Er verdwijnen altijd banen

B

Er komen vaak banen bij

C

Er verandert niets

D

De lonen dalen altijd

Meer export, meer werk. Er is niet gevraagd naar aantallen.

Wat is concurrentievervalsing?

A

Meer concurrentie door vrij verkeer

B

Lagere prijzen door meer aanbod

C

Oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld door subsidies

D

Een heffing op producten van buiten de EU

Dit onderdeel (coördinatie van economische politiek, EC/K/7.2.4) geldt alleen voor KB en GL/TL; BB slaat het over. Concurrentievervalsing = oneerlijk. Verwachte fout: meer concurrentie als hetzelfde zien.

Waarom maken EU-landen afspraken over het begrotingstekort?

A

Om de euro stabiel te houden

B

Om meer belasting te kunnen heffen

C

Om de wisselkoers van de dollar vast te zetten

D

Om invoerrechten binnen de EU te verhogen

Dit onderdeel (coördinatie van economische politiek, EC/K/7.2.4) geldt alleen voor KB en GL/TL; BB slaat het over. Landen die samen een munt gebruiken willen niet dat een land te veel tekort heeft. Verwachte fout: denken dat het over belasting of dollar gaat.

Wat doet de ECB met de inflatie in de eurozone?

A

Bepaalt de prijzen in de winkel

B

Bewaakt de interne waarde van de euro

C

Stelt het btw-percentage vast

D

Betaalt subsidies aan bedrijven

Dit onderdeel (coördinatie van economische politiek, EC/K/7.2.4) geldt alleen voor KB en GL/TL; BB slaat het over. De ECB bewaakt de interne waarde, dus de inflatie. Verwachte fout: denken dat ze prijzen vaststelt.

Welke taak heeft de ECB ook?

A

De btw in de EU verhogen

B

Importquota instellen

C

De lonen in Nederland vaststellen

D

De bankbiljettencirculatie regelen

Dit onderdeel (coördinatie van economische politiek, EC/K/7.2.4) geldt alleen voor KB en GL/TL; BB slaat het over. De ECB regelt hoeveel biljetten in omloop zijn. Verwachte fout: importquota.

Voordeel van vrij verkeer voor consumenten?

Goed: meer keuze en vaak lagere prijzen door meer concurrentie. Verwachte fout: alleen over reizen praten.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

INTERNATIONAAL · EU EN EURO

Goed gedaan!

Je weet nu wat de EU en de eurozone zijn, en wat vrij verkeer en de euro betekenen voor jou, bedrijven en banen.

Cet élément n'a pas d'instructions