Klassieke muzieklijn (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

MUZIEK EN CULTUUR · A3

QUIZ

Terugblik: Klassieke muzieklijn

1 / 15
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 15 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met quiz over de klassieke muzieklijn voor vwo: 10 vragen, waarvan 2 luistervragen, over periodes, kenmerken en componisten.

Éléments de cette leçon

MUZIEK EN CULTUUR · A3

QUIZ

Terugblik: Klassieke muzieklijn

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Adolph von Menzel / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Reich: Music for 18 Musicians, Pulse, Ensemble Modern (kanaal: Ensemble Modern - Topic). Wat hoor je? Een voortdurende, regelmatige puls in de lage klarinetten, marimba's en piano's, met kleine verschuivingen en veranderingen in de klank. Goede antwoord: minimal music.

Welke term past bij dit fragment?

A

Expressionisme

B

Impressionisme

C

Minimal music

D

Classicisme

Een vaste puls met kleine verschuivingen en veel herhaling is minimal music. Expressionisme klinkt atonaal en onregelmatig.

Video: Schönberg: Pierrot lunaire, op. 21, nr. 1 Mondestrunken, Christine Schäfer (kanaal: Christine Schäfer - Topic). Wat hoor je? Een stem die half spreekt en half zingt, met kleine instrumentale begeleiding, zonder herkenbare grondtoon en met veel dissonanten. Goede antwoord: atonaliteit.

Welk kenmerk hoor je in dit fragment?

A

Een duidelijke majeurtoonsoort met cadensen

B

Atonaliteit, zonder herkenbare grondtoon

C

Kerktoonsoorten met een bourdon

D

Een strenge periodebouw in voorzin en nazin

De stem en de begeleiding hebben geen herkenbare grondtoon en veel dissonanten: atonaliteit, typerend voor het expressionisme.

Brede melodie naar een climax, veel chromatiek, rubato. Welke periode?

A

Classicisme

B

Barok

C

Renaissance

D

Romantiek

Brede melodie met climax, rubato en toenemende chromatiek zijn kenmerken van de romantiek.

Welke componisten horen bij de eerste Weense school?

A

Schönberg en Webern

B

Debussy en Ravel

C

Bach en Händel

D

Haydn en Mozart

Haydn en Mozart horen bij de eerste Weense school in het classicisme. Schönberg en Webern horen bij de tweede Weense school.

Vul in

Een strijkkwartet bestaat uit twee violen, een altviool en een cello en hoort bij de kamermuziek van het classicisme.

strijkkwartet
cello
classicisme
tuba
barok

Veelgemaakte fout: een contrabas noemen. Een strijkkwartet heeft een cello als laagste instrument.

Zet de periodes op volgorde, van oud naar jong

1

Barok

2

Middeleeuwen

3

Classicisme

4

Renaissance

5

Romantiek

Volgorde: middeleeuwen, renaissance (ca. 1450-1600), barok (ca. 1600-1750), classicisme (ca. 1750-1820), romantiek (ca. 1820-1900). Verwachte fout: classicisme en barok omdraaien.

Wat houdt rubato in?

Goed: het tempo vrij maken, nu eens iets sneller en dan weer iets langzamer, om de melodie uitdrukking te geven. Verwachte fout: rubato omschrijven als steeds sneller worden.

Wat is het verschil tussen een recitatief en een aria?

A

Een recitatief is instrumentaal, een aria is vocaal

B

Recitatief volgt de tekst, aria is zangerig melodisch

C

Een recitatief is meerstemmig, een aria is eenstemmig

D

Een recitatief is kerkelijk, een aria is wereldlijk

Het recitatief volgt de tekst bijna als spraak, de aria is een zangerige melodie. Beide worden gezongen.

Welke techniek werkt met alle twaalf tonen?

A

Heletoonsladder

B

Kerktoonsoort

C

Dodecafonie

D

Pentatonische toonladder

De dodecafonie van Schönberg gebruikt alle twaalf tonen. De heletoonstoonladder telt zes tonen en de pentatonische toonladder vijf.

Welke instrumenten breiden in de romantiek het orkest uit?

A

Harp en tuba

B

Klavecimbel en luit

C

Doedelzak en schalmei

D

Blokfluit en vedel

Het romantische orkest groeit in aantal en soorten instrumenten, bijvoorbeeld met harp en tuba. De andere instrumenten horen bij oudere tijden.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ MUZIEK EN CULTUUR · A3

GOED GEDAAN!

Je plaatst een onbekend werk nu in een periode en onderbouwt dat met wat je hoort.

Cet élément n'a pas d'instructions