Samenklank en akkoorden (Muziek vwo), les 3: Terugblik quiz

VAKTHEORIE · SAMENKLANK

QUIZ

Terugblik: Samenklank en akkoorden

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min
Signaler cette leçon

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over samenklank en akkoorden op vwo-niveau, waarvan drie luistervragen. Bevat meerkeuze, invullen, volgorde en open vragen.

Éléments de cette leçon

VAKTHEORIE · SAMENKLANK

QUIZ

Terugblik: Samenklank en akkoorden

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Nationaal Historisch Museum / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Video: The Four Freshmen: Day By Day (kanaal: The Four Freshmen - Topic). Wat hoor je? Een vocal group zingt met stemmen die dicht bij elkaar liggen, in hetzelfde ritme en met dezelfde tekst. Goede antwoord: close harmony. Wie unisono kiest, hoort niet dat de stemmen verschillende tonen zingen.

Welk begrip past het best bij deze vocal group?

A

Unisono

B

Orgelpunt

C

Close harmony

D

Cluster

De stemmen liggen dicht bij elkaar en zingen in hetzelfde ritme: close harmony. Wie unisono kiest, hoort niet dat de stemmen verschillende tonen zingen.

Video: Wagner: Tristan und Isolde, Voorspel (kanaal: Berliner Philharmoniker - Topic). Wat hoor je? Het langzame begin van het voorspel met het beroemde Tristanakkoord. De harmonie blijft gespannen en lost steeds niet op in een rustig slot. Goede antwoord: dissonante akkoorden die nauwelijks oplossen.

Wat past het best bij het begin van dit fragment?

A

Dissonante akkoorden die nauwelijks oplossen

B

Een unisono van het hele orkest

C

Een albertijnse bas onder de melodie

D

Een rustig, consonant slotakkoord

Het voorspel blijft gespannen en lost steeds niet op in rust. Wie een consonant slot kiest, hoort de langzame opbouw van spanning niet.

Zet de intervallen van klein naar groot

1

Grote terts

2

Reine kwint

3

Groot septiem

4

Kleine secunde

5

Kleine sext

In halve tonen: kleine secunde 1, grote terts 4, reine kwint 7, kleine sext 8, groot septiem 11. Fout: kleine sext en kwint omdraaien.

Vul in: power chord

Een power chord bestaat uit grondtoon en kwint, zonder terts, en klinkt daardoor niet majeur en niet mineur.

power chord
kwint
octaaf
tweeklank

Veelgemaakte fout: terts invullen, juist die ontbreekt.

Welk begeleidingspatroon staat hier op de notenbalk?

A

Orgelpunt

B

Albertijnse bas

C

Bourdon

D

Cluster

C, G, E, G: de tonen van de C-drieklank in de volgorde laag, hoog, midden, hoog. Een orgelpunt of bourdon blijft op één toon liggen. Image credit: Eigen afbeelding, LessonUp

Welke klank bestaat uit een groep tonen vlak naast elkaar?

A

Drieklank

B

Tweeklank

C

Gebroken drieklank

D

Cluster

Een cluster is een dikke klankmassa van tonen vlak naast elkaar. Een drieklank bestaat uit tonen met een terts ertussen.

Zang en gitaar staan los opgenomen op eigen sporen. Wat zijn dat?

A

Tracks

B

Clusters

C

Bourdons

D

Cadensen

Een los opgenomen spoor is een track. De andere begrippen gaan over tonen en akkoorden.

Verschil tussen bourdon en orgelpunt?

Goed: een bourdon is een aanhoudende lage toon onder de melodie, bij een orgelpunt blijft een basnoot liggen terwijl de akkoorden erboven wisselen. Verwachte fout: zeggen dat het hetzelfde is.

Video: Bach: Cellosuite nr. 1, Prelude, door Pablo Casals (kanaal: Pablo Casals - Topic). Wat hoor je? Eén cello speelt de tonen van akkoorden steeds na elkaar, in een gelijkmatig golvend patroon: gebroken drieklanken. Goede antwoord: gebroken drieklanken.

Waaruit bestaat dit fragment vooral?

A

Uit een cluster

B

Uit een unisono van een orkest

C

Uit gebroken drieklanken

D

Uit een orgelpunt

Eén cello speelt de tonen van akkoorden na elkaar: gebroken drieklanken. Wie unisono kiest, denkt dat een solo-instrument altijd één melodie speelt.

Wat hoor je bij een cadens van V naar I?

Goed: spanning die oplost in rust, de zin klinkt af. Verwachte fout: alleen zeggen dat het akkoord verandert.

Welke cadens klinkt minder spannend dan V naar I?

A

I naar V

B

V naar IV

C

IV naar I

D

II naar V

IV naar I (subdominant naar tonica) klinkt zachter, zoals het amen in een kerklied. De andere volgordes sluiten niet af op de tonica.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

♪ VAKTHEORIE · SAMENKLANK

GOED GEDAAN!

Je analyseert nu samenklank, akkoorden en een partituur. Kijk de vragen na die je fout had en zoek het begrip op in les 1.

Cet élément n'a pas d'instructions