CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Koopgedrag en slim kiezen
Examenstof economie vmbo
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Koopgedrag en slim kiezen
Examenstof economie vmbo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: EC/K/4A.3, 4A.6, 4A.7. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Wat ga je kunnen?
Ik kan uitleggen wat mijn koopgedrag beïnvloedt, hoe bedrijven mij proberen te laten kopen en hoe ik slim kies.
Cet élément n'a pas d'instructions
Waarom koop jij iets?
Verwacht: ik wil het, mijn vrienden hebben het, het is goedkoop, reclame, ik heb het nodig. Groepeer de woorden: komt het van jezelf, van anderen (sociale beïnvloeding) of van een bedrijf (commerciële beïnvloeding)? Externe effecten en allocatieve werking horen bij KB en GL/TL, consumenteninformatie bij BB en KB.
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Wat bepaalt wat je koopt?
Consumentengedrag is hoe jij kiest wat je koopt. Daar spelen veel dingen mee.
Je budget en je gezinssamenstelling: hoeveel geld is er en voor hoeveel mensen koop je?
Je leeftijd en trends: wat jongeren nu willen, is volgend jaar vaak alweer anders.
Wat je van een product weet (kennis van de koper) en aandacht voor het milieu.
Ook openingstijden, sociale beïnvloeding, marketing en reclame spelen mee.
Syllabus EC/K/4A.3.1: beschikbaar budget, gezinssamenstelling, sociale beïnvloeding, trends en rages, leeftijd, marketing en reclame, milieu, kennis van de koper, ruimere openingstijden. Veelgemaakte fout: denken dat alleen reclame bepaalt wat je koopt.
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Sociale en commerciële beïnvloeding
Sociale beïnvloeding: anderen beïnvloeden wat jij koopt, zoals de smaak van een vriend of de mening van je klas.
Voorbeeld: je koopt dezelfde sneakers, omdat bijna iedereen in je klas ze heeft.
Commerciële beïnvloeding: bedrijven willen dat je iets koopt, met reclame, de naam van het merk en marketingtechnieken.
Voorbeeld: een reclame op je telefoon laat een nieuwe hoodie zien en jij wilt hem ook.
Ze werken vaak samen: reclame maakt iets populair en daarna kopen ook je vrienden het.
Veelgemaakte fout: sociale beïnvloeding verwarren met commerciële beïnvloeding. Vraag: komt de invloed van mensen om je heen of van een bedrijf dat iets wil verkopen?
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Een oudere en een nieuwere telefoon naast elkaar, 2008
Behoeften veranderen in de tijd
Wat mensen kopen, verandert met de tijd waarin ze leven.
Door technische ontwikkeling heeft bijna iedereen nu een smartphone, vroeger bijna niemand.
Door vergrijzing zijn er meer ouderen en dus meer vraag naar zorg en hulpmiddelen.
Ook aandacht voor veiligheid en milieu en inkomensontwikkeling veranderen wat we kopen.
Syllabus EC/K/4A.3.1: de tijd waarin men leeft, vergrijzing, technische ontwikkeling, aandacht voor veiligheid en milieu, inkomensontwikkeling. Veelgemaakte fout: denken dat behoeften altijd hetzelfde blijven. Image credit: Kai Hendry / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Lars koopt dezelfde sneakers als zijn klasgenoten. Welke beïnvloeding is dit?
Sociale beïnvloeding
Commerciële beïnvloeding
Beïnvloeding door een keurmerk
Productveroudering
Hij kiest wat de mensen om hem heen hebben: sociale beïnvloeding. Commerciële beïnvloeding komt van een bedrijf.
Vul in
Als er steeds meer ouderen komen, heet dat vergrijzing. Door technische ontwikkeling veranderen behoeften ook, bijvoorbeeld door de smartphone.
Vergrijzing en technische ontwikkeling veranderen het koopgedrag in de loop van de tijd.
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
De marketingmix
De marketingmix is wat een bedrijf tegelijk inzet om te verkopen, afgestemd op de doelgroep.
Productbeleid: wat verkoop je, met welke kwaliteit en welk assortiment? Prijsbeleid: wat kost het?
Plaatsbeleid: waar kun je het kopen, in de winkel of in een webshop?
Promotiebeleid: reclame en acties, zoals een gratis proefpakje.
Personeelsbeleid en presentatiebeleid: vriendelijk personeel en een nette, mooie winkel.
Syllabus EC/K/4A.3.3: de zes instrumenten worden in samenhang gebruikt, in combinatie met doelgroep, assortiment en marktpositie. Personeels- en presentatiebeleid horen bij retailmarketing. Veelgemaakte fout: denken dat marketing alleen reclame is.
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Huismerk-producten naast bekende merken in een Zweedse supermarkt
A-merk, B-merk en huismerk
Een A-merk is een bekend merk van een fabrikant, met veel reclame en vaak een hogere prijs.
Een B-merk is minder bekend en meestal goedkoper.
Een huismerk heeft de naam van de winkel zelf, zoals de eigen soep van een supermarkt.
Maakt een fout in een product schade? Dan is de maker aansprakelijk: productaansprakelijkheid.
Merken en kwaliteit horen bij het productbeleid. Veelgemaakte fout: denken dat een huismerk altijd slechter is. Vergelijk altijd op kwaliteit en prijs. Image credit: Väsk / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Reclamezuil langs een gracht in Amsterdam, 2022
Soorten reclame
Commerciële reclame wil iets verkopen en levert een bedrijf winst op.
Ideële reclame wil mensen overtuigen van iets goeds, zonder winst, zoals een campagne tegen pesten.
Informatieve reclame geeft feiten: wat het product kan, wat het kost en waar je het koopt.
Merkreclame maakt een merk bekend en aantrekkelijk, bijvoorbeeld met een sfeerbeeld zonder prijs.
Twee indelingen: commercieel of ideëel (gaat het om winst?) en informatief of merkreclame (gaat het om feiten of om het imago?). De reclamezuil op de foto is commerciële reclame voor een voedingsproduct. Veelgemaakte fout: ideële reclame zien als reclame zonder merk. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0
Een supermarkt verkoopt soep onder de eigen winkelnaam. Wat is dit?
Een A-merk
Een B-merk
Een keurmerk
Een huismerk
Het merk is van de winkel zelf: huismerk. Een keurmerk is een logo dat laat zien dat een product aan eisen voldoet.
Vul in
Een campagne tegen pesten door een goed doel is ideële reclame, want er is geen winst. Een spotje om meer frisdrank te verkopen is commerciële reclame, want het bedrijf wil verkopen.
Ideëel: geen winst, een goed doel. Commercieel: een bedrijf wil verkopen.
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Schaplabel met prijs per kilo, een Nutri-Score en een keurmerk voor cacao (UTZ)
Consumenteninformatie en keurmerken
Consumenteninformatie helpt je kiezen: vergelijkend warenonderzoek en consumentenorganisaties.
Productinformatie staat op de verpakking, in de gebruiksaanwijzing en op websites voor consumenten.
Een keurmerk laat zien dat een product aan eisen voldoet, bijvoorbeeld voor veiligheid of milieu.
Vergelijk op prijs en garantie. Gebruik de prijs per kilo: 500 gram voor 4 euro is 8 euro per kilo.
Consumenteninformatie (EC/K/4A.3.2) is alleen voor BB en KB. Rekencontrole: 500 gram is een halve kilo, dus 4 euro x 2 = 8 euro per kilo. Op de foto: 300 gram muesli kost 1,46 euro, dat is ongeveer 4,87 euro per kilo (1,46 : 0,3). Veelgemaakte fout: de laagste prijs kiezen zonder naar de hoeveelheid te kijken. Image credit: The RedBurn / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Pakketbezorger op een bakfiets in Amsterdam
E-commerce en productveroudering
E-commerce is handel via internet: je bestelt in een webshop en het wordt bij je thuis bezorgd.
Je kunt altijd en overal kopen en prijzen makkelijk vergelijken. Soms betaal je verzendkosten.
Door nieuwe techniek ontstaan nieuwe beroepen, zoals bezorger of webwinkelier.
Productveroudering: een product is snel ouderwets, zoals een telefoon als er een beter model komt.
Syllabus EC/K/4A.3.4: nieuwe technieken zoals e-commerce en nieuwe specialisaties, snelle productveroudering bij mobiele telefoons, computers en randapparatuur. Veelgemaakte fout: denken dat productveroudering betekent dat het product kapot is. Image credit: Brbbl / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Een winkel opent een webshop en bezorgt de bestelling thuis. Hoe heet dit?
Productveroudering: snel ouderwets
E-commerce: handel via internet
Ideële reclame: reclame zonder winst
Een huismerk: de naam van de winkel
Handel via internet heet e-commerce.
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Online winkelen met een laptop en een betaalpas
Zo kies je slim
Stap 1: stel je budget vast en bedenk wat je echt nodig hebt.
Stap 2: zoek consumenteninformatie en vergelijk prijs, kwaliteit en keurmerk.
Stap 3: denk aan de gevolgen voor jezelf en voor anderen.
Stap 4: kies en koop wat het beste past.
Syllabus EC/K/4A.7: een beargumenteerde koopbeslissing met de eigen (markt)positie als koper en de gevolgen voor het budget. Voor BB en KB blijft het bij de gevolgen voor jezelf en eenvoudige criteria. Veelgemaakte fout: kopen zonder eerst naar het budget te kijken. Image credit: Shixart1985 / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Elektronisch afval wordt gesorteerd voor recycling
Gevolgen van jouw aankoop
Denk ook aan de gevolgen voor milieu, werkgelegenheid en ontwikkelingslanden, zoals kinderarbeid.
Externe effecten zijn gevolgen voor anderen die niet in de prijs zitten, zoals afval of vervuiling.
Allocatieve werking: wat consumenten kopen, bepaalt mede wat, waar en door wie er wordt gemaakt.
Je kiest ook met je eigen normen en waarden: wat vind jij belangrijk?
Externe effecten en allocatieve werking zijn alleen voor KB en GL/TL (EC/K/4A.7); BB bespreekt alleen de gevolgen voor milieu, werkgelegenheid en ontwikkelingslanden. Er zijn ook positieve externe effecten, bijvoorbeeld de buren die genieten van jouw mooie voortuin. Veelgemaakte fout: externe effecten verwarren met de prijs die je zelf betaalt. Image credit: Syced / Wikimedia Commons, CC0
Zet de stappen van slim kiezen op volgorde
Eerst budget, dan informatie, dan gevolgen, dan kiezen en kopen.
Wat vond je het lastigst in deze les?
Wat je koopgedrag beïnvloedt
Marketingmix, merken en reclame
Informatie en e-commerce
Slim kiezen en de gevolgen
Gebruik de uitkomst om de examentraining te sturen.
Noem één ding dat jouw koopgedrag beïnvloedt.
Goed antwoord: bijvoorbeeld budget, vrienden (sociale beïnvloeding), reclame of een trend. Verwachte fout: alleen 'ik wil het' zeggen zonder oorzaak.
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Begrippen (1/2)
sociale beïnvloeding: Anderen, zoals vrienden of je klas, beïnvloeden wat jij koopt.
commerciële beïnvloeding: Bedrijven beïnvloeden je met reclame, merken en marketingtechnieken.
consumenteninformatie: Informatie om te kiezen: warenonderzoek, productinformatie, keurmerken.
keurmerk: Logo dat laat zien dat een product aan eisen voldoet.
marketingmix: Product-, prijs-, plaats-, promotie-, personeels- en presentatiebeleid samen.
Cet élément n'a pas d'instructions
CONSUMPTIE · KOOPGEDRAG
Begrippen (2/2)
A-merk, B-merk en huismerk: Bekend merk, minder bekend merk, en het merk van de winkel zelf.
commerciële en ideële reclame: Reclame om te verkopen, of om mensen te overtuigen zonder winst.
informatieve reclame en merkreclame: Reclame met feiten, of reclame die het merk aantrekkelijk maakt.
e-commerce en productveroudering: Handel via internet, en producten die snel ouderwets zijn.
externe effecten en allocatieve werking: Gevolgen voor anderen buiten de prijs, en wat jouw aankoop bepaalt voor de productie.
Cet élément n'a pas d'instructions