Koolstofverbindingen en namen (Scheikunde havo), les 2: Examentraining

Raffinaderij met destillatiekolommen in Anacortes, Washington (foto: Walter Siegmund, CC BY 2.5)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Examentraining

Koolstofverbindingen en namen: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
suivant
Slide 1: Slide
newEditorScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

Cette leçon contient 17 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min
Signaler cette leçon

Introduction

Examentraining koolstofverbindingen: de naam bij een formule, de formule bij een naam, karakteristieke groepen en isomeren, met stappenplan, 8 vragen in examenstijl en tips.

Éléments de cette leçon

Raffinaderij met destillatiekolommen in Anacortes, Washington (foto: Walter Siegmund, CC BY 2.5)

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Examentraining

Koolstofverbindingen en namen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Walter Siegmund / Wikimedia Commons, CC BY 2.5

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan een naam bij een structuurformule geven, de formule van een stof geven, groepen herkennen en isomeren onderscheiden.

Cet élément n'a pas d'instructions

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven, een naam, een formule of een groep?

  • 2. Tel: de C-atomen in de langste keten en kijk naar de bindingen.

  • 3. Nummer: vanaf de kant waar de groep of de C=C het laagste nummer krijgt.

  • 4. Schrijf: stam, plaatsnummer, einde of voorvoegsel, en controleer de H-atomen.

Cet élément n'a pas d'instructions

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Vraagtype 1: de naam bij een formule

  • Tel de C-atomen, zoek de groep, nummer vanaf de juiste kant.

  • Voorbeeld: CH₃–CH₂–CH₂–CH=CH₂ is pent-1-een.

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de naam van CH₃–CH₂–CH(OH)–CH₂–CH₃?

A

pentaan-2-ol

B

pentaan-1-ol

C

pentaan-3-ol

D

hexaan-3-ol

Syllabus M1.15. Vijf C-atomen, OH aan het middelste C-atoom: nummer 3 van beide kanten. Verwachte fout: 2 (de OH zit niet aan het tweede C-atoom) of een verkeerd aantal C-atomen.

Geef de naam van CH₃–CH₂–CH=CH–CH₂–CH₃.

Syllabus M1.15. Zes C-atomen, de C=C begint bij C-atoom 3 (van beide kanten): hex-3-een. Verwachte fout: hex-2-een of hexeen zonder plaatsnummer.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Vraagtype 2: de formule bij een naam

  • Teken de keten en vul de H-atomen aan tot elk C-atoom vier bindingen heeft.

  • Of gebruik CₙH₂ₙ₊₂ voor een alkaan en CₙH₂ₙ voor een alkeen.

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is de molecuulformule van pent-2-een?

A

C₅H₁₂

B

C₅H₁₀

C

C₅H₈

D

C₅H₉

Syllabus M1.15. Een alkeen met vijf C-atomen heeft 2 × 5 = 10 H-atomen. Verwachte fout: C₅H₁₂ (alkaan) of C₅H₈.

Hoeveel H-atomen heeft butaanzuur?

Syllabus M1.15. Context: butaanzuur geeft ranzige boter zijn geur. Butaanzuur is CH₃–CH₂–CH₂–COOH: 3 + 2 + 2 + 1 = 8 H-atomen (C₄H₈O₂). Verwachte fout: 9 of 10, waarbij de H van COOH of het aantal C-atomen mis gaat.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Vraagtype 3: karakteristieke groepen

  • Zoek de groep in de structuurformule en noem hem bij naam.

  • Let op: bij een ester zit een extra O tussen de C-atomen; bij COOH zit de O-H aan de C=O.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke twee groepen heeft NH₂–CH₂–COOH?

A

amino en hydroxyl

B

amide en carboxyl

C

amino en ester

D

amino en carboxyl

Syllabus M1.14. NH₂ is amino, COOH is carboxyl. Verwachte fout: hydroxyl (OH) zien in COOH, of de ester.

Welke groep zit in CH₃–C(=O)–O–CH₂–CH₃, een geurstof van fruit?

A

carboxyl

B

amide

C

hydroxyl

D

ester

Syllabus M1.14. De groep C(=O)–O–C is de estergroep COOC. Verwachte fout: carboxyl (COOH), omdat C(=O)–O ook in een zuur zit; maar bij een ester staat er geen H aan het O-atoom en er zit een C-atoom aan.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Vraagtype 4: isomeren

  • Zelfde molecuulformule, andere structuurformule.

  • Plaats van de groep of een vertakking maakt een isomeer.

Cet élément n'a pas d'instructions

Welke stof is een structuurisomeer van butaan?

A

CH₃–CH₂–CH₂–CH₂–CH₃

B

CH₃–CH(CH₃)–CH₃

C

CH₂=CH–CH₂–CH₃

D

CH₃–CH₂–CH₃

Syllabus M1.16. Butaan is C₄H₁₀; CH₃–CH(CH₃)–CH₃ is ook C₄H₁₀. Pentaan is C₅H₁₂, but-1-een is C₄H₈ en propaan is C₃H₈. Verwachte fout: but-1-een kiezen omdat het ook vier C-atomen heeft.

Noem het OH-isomeer van propaan-1-ol.

Syllabus M1.16. Propaan-1-ol en propaan-2-ol zijn beide C₃H₈O, alleen de plaats van OH verschilt. Antwoord: propaan-2-ol. Verwachte fout: propanol zonder nummer of butaan-1-ol (een andere formule).

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De naam bij een formule

2

De formule bij een naam

3

Karakteristieke groepen

4

Isomeren

Bespreek met de klas het lastigste vraagtype en doe het stappenplan opnieuw op een voorbeeld.

EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · MATERIE · KOOLSTOFVERBINDINGEN

Tips voor op het examen

  • Tel altijd eerst de C-atomen in de keten, ook het C-atoom van COOH.

  • Nummer vanaf de kant waar de groep of de C=C het laagste nummer krijgt.

  • Controleer je formule: elk C-atoom heeft vier bindingen; een alkaan CₙH₂ₙ₊₂, een alkeen CₙH₂ₙ.

  • Schrijf de volledige naam: stam, plaatsnummer en einde, met streepjes tussen cijfer en letters.

Cet élément n'a pas d'instructions