Blauwe vlam van een gasbrander, 2013 (foto: Lisafern, CC0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Examentraining
Reactievergelijkingen en typen: zo pak je examenvragen aan
Blauwe vlam van een gasbrander, 2013 (foto: Lisafern, CC0)
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Examentraining
Reactievergelijkingen en typen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Lisafern / Wikimedia Commons, CC0
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over kloppend maken, verbranding, reactietypen en behoud beantwoorden met de juiste vaktaal.
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welke stoffen zijn gegeven, en wat moet je geven of herkennen?
2. Formules: schrijf de juiste formules en ladingen op, met toestandsaanduidingen.
3. Tel: maak kloppend met coëfficiënten, begin bij C en H, bewaar O voor het laatst.
4. Controleer: klopt elk element en de lading, en welk reactietype is het?
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Vraagtype 1: kloppend maken
Tel de atomen van elk element links en rechts.
Verander alleen coëfficiënten, nooit indices.
Kleinste hele getallen: deel of verdubbel zo nodig alles.
Zet na het kloppend maken de toestandsaanduidingen erbij.
Cet élément n'a pas d'instructions
Rails lassen: aluminium reageert met ijzer(III)oxide. Welke vergelijking klopt?
2 Al + Fe₂O₃ → Al₂O₃ + 2 Fe
Al + Fe₂O₃ → Al₂O₃ + Fe
2 Al + Fe₂O₃ → Al₂O₃ + Fe
2 Al + 3 Fe₂O₃ → Al₂O₃ + 6 Fe
Goed: 2 Al, 2 Fe en 3 O links en rechts. Fout 1: 1 Al links, 2 rechts. Fout 2: 2 Fe links, 1 rechts. Fout 3: 9 O links, 3 rechts. Verwachte fout: alleen de metalen tellen en O vergeten. Syllabus R1.1.
Hoogoven: maak Fe₂O₃ + CO → Fe + CO₂ kloppend.
Goed antwoord: Fe₂O₃ + 3 CO → 2 Fe + 3 CO₂. Controle: 2 Fe, 3 C en 3 + 3 = 6 O links; 2 Fe, 3 C en 6 O rechts. Verwachte fouten: coëfficiënt 3 alleen voor CO of alleen voor CO₂ zetten, of 2 Fe vergeten. Syllabus R1.1 en R1.2.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Vraagtype 2: vergelijking opstellen
Volledige verbranding geeft CO₂ en H₂O.
Eerst C, dan H, dan O tellen.
Zuurstof in de stof zelf telt mee bij het aantal O.
Controleer elk element en zet de toestanden erbij.
Cet élément n'a pas d'instructions
Pentaan (C₅H₁₂) verbrandt volledig. Wat is de coëfficiënt van O₂?
6
8
11
16
C₅H₁₂ + 8 O₂ → 5 CO₂ + 6 H₂O. Controle: O rechts 10 + 6 = 16, dus 8 O₂. Fouten: 6 is de coëfficiënt van H₂O, 11 is 5 + 6 opgeteld, 16 is het aantal O-atomen in plaats van het aantal O₂-moleculen. Syllabus R1.2.
Geef de volledige verbranding van CH₃OH(l).
Goed antwoord: 2 CH₃OH(l) + 3 O₂(g) → 2 CO₂(g) + 4 H₂O(g). Controle: 2 C, 8 H en 2 + 6 = 8 O links; 2 C, 8 H en 4 + 4 = 8 O rechts. Eventueel H₂O(l) als de opgave dat aangeeft. Verwachte fouten: de O van methanol niet meetellen of een breuk laten staan. Syllabus R1.2.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Vraagtype 3: reactietype herkennen
Eén stof wordt twee of meer: ontleding.
Elektronen overgedragen: redox. H⁺ overgedragen: zuur-base.
Een atoom vervangen door een ander atoom: substitutie.
Noem het type met het goede vakwoord en licht het toe.
Cet élément n'a pas d'instructions
Ethaan reageert met broom: C₂H₆ + Br₂ → C₂H₅Br + HBr. Welk type?
Thermolyse
Elektrolyse
Onvolledige verbranding
Substitutie
Een H-atoom van ethaan is vervangen door een Br-atoom: substitutie. Controle: C 2, H 6, Br 2 aan beide kanten. Verwachte fout: denken dat elke reactie met twee beginstoffen een verbranding is. Syllabus R1.3.
Zn(s) + Cu²⁺(aq) → Zn²⁺(aq) + Cu(s). Waarom is dit een redoxreactie?
Zn geeft elektronen af aan Cu²⁺
Zn neemt H⁺ op van Cu²⁺
Een Zn-atoom vervangt een H-atoom
Eén stof valt uiteen in twee stoffen
Zn wordt Zn²⁺ en staat dus 2 elektronen af, Cu²⁺ neemt ze op. Controle: 1 Zn en 1 Cu; lading 2+ links, 2+ rechts. Verwachte fout: er staan ionen, dus zuur-base. Syllabus R1.3.
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Vraagtype 4: behoud van massa en lading
Massa van de beginstoffen = massa van de reactieproducten.
Reken alle stoffen mee, ook gassen.
Totale lading links = totale lading rechts.
Maak een vergelijking kloppend met de coëfficiënt van het deeltje.
Cet élément n'a pas d'instructions
16 g methaan verbrandt tot 44 g CO₂ en 36 g H₂O. Hoeveel g O₂ reageerde?
80 g
28 g
64 g
20 g
Massabehoud: 44 + 36 = 80 g producten, minus 16 g methaan = 64 g O₂. Nagerekend: 64 + 16 = 80. Fouten: 80 g is de massa van de producten, 28 g is 44 − 16, 20 g is 36 − 16. Syllabus R&A3.1.
Klopt Fe³⁺ + Sn²⁺ → Fe²⁺ + Sn⁴⁺ in lading? Licht toe.
Nee: links 3+ + 2+ = 5+, rechts 2+ + 4+ = 6+. Kloppend: 2 Fe³⁺ + Sn²⁺ → 2 Fe²⁺ + Sn⁴⁺ (links 8+, rechts 8+). Verwachte fout: alleen de atomen tellen en de lading vergeten. Syllabus R1.1 en R&A3.1.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Kloppend maken
Vergelijking opstellen
Reactietype herkennen
Behoud van massa en lading
Cet élément n'a pas d'instructions
EXAMENSTOF SCHEIKUNDE · REACTIES · VERGELIJKINGEN
Tips voor op het examen
Verander bij kloppend maken alleen coëfficiënten, nooit indices.
Begin bij C en H en bewaar O voor het laatst; tel de O in de stof zelf mee.
Tel bij geladen deeltjes ook de lading links en rechts.
Noem bij een reactietype het vakwoord en zeg wat er overgaat of verandert.
Cet élément n'a pas d'instructions