PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
Examentraining
Kosten en opbrengsten: zo pak je examenvragen aan
PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
Examentraining
Kosten en opbrengsten: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Andy Mabbett / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over opbrengsten en kosten beantwoorden met tabellen, grafieken en formules.
Cet élément n'a pas d'instructions
PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: welk bedrijf, welke gegevens (q, P, CK, VK) en wat wordt gevraagd?
2. Kies: de formule: TO = P x q, TK = CK + VK, GTK = TK / q of MK = verandering TK / verandering q.
3. Reken: vul in, schrijf de stappen op en zet de eenheid erbij.
4. Controleer: klopt het verloop in de tabel of grafiek en is het antwoord logisch?
Cet élément n'a pas d'instructions
PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
CK en VK van een drukkerij bij q = 0 tot 400
Vraagtype 1: een tabel doorrekenen
Zoek per kolom de gegevens: q, CK en VK.
Tel op voor de TK: TK = CK + VK.
Deel voor gemiddelden: GTK = TK / q. Zet de eenheid erbij.
Drukkerij met CK = 300 euro. TK: 400, 480, 540, 580. GTK: 4,00, 2,40, 1,80, 1,45. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0
Drukkerij (zie tabel): wat zijn de totale kosten bij q = 300?
240 euro
300 euro
540 euro
1,80 euro
TK = 300 + 240 = 540. Verwachte fouten: alleen de VK (240) of alleen de CK (300), of de GTK (1,80).
Zelfde tabel: wat zijn de gemiddelde totale kosten bij q = 400?
0,70 euro
1,45 euro
0,75 euro
580 euro
TK = 300 + 280 = 580 en 580 / 400 = 1,45. Verwachte fouten: alleen de GVK (0,70), alleen de GCK (0,75) of de TK (580).
PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
Rollen staaldraad in een fabriekshal van Nedstaal, Alblasserdam 1984
Vraagtype 2: marginale kosten en soort kosten
Reken de MK per stap: verandering TK (of VK) gedeeld door verandering q.
Constante MK: proportioneel. Stijgende MK: progressief. Dalende MK: degressief.
Let op: de CK doen niet mee in de MK.
Voor het vraagtype: een fabriek met overwerk heeft een stijgende MK. Image credit: Rob Bogaerts / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0
Fabriek: VK is 200, 500 en 900 euro bij q = 100, 200 en 300. Verloop?
Proportioneel: de MK is steeds 3 euro
Degressief: de MK daalt van 4 naar 3 euro
Degressief: de VK stijgen steeds minder
Progressief: de MK stijgt van 3 naar 4 euro
MK = (500 - 200)/100 = 3 en (900 - 500)/100 = 4. De MK stijgt, dus progressief.
Drukkerij: CK = 300, TK is 480 bij q = 200 en 540 bij q = 300. Wat is de MK?
0,80 euro
1,80 euro
60 euro
0,60 euro
MK = (540 - 480) / (300 - 200) = 0,60. Verwachte fouten: 1,80 (GTK), 60 (niet delen door de verandering van q).
PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
CK, VK en TK van een foodtruck
Vraagtype 3: een kostengrafiek lezen
Lees de CK af bij q = 0: de CK-lijn is horizontaal.
Lees TK of VK af op de hoogte van de lijn bij de gegeven q.
Reken verder: GTK = TK / q.
Foodtruck: CK = 600, VK = q, TK = q + 600. Bij q = 300 is TK 900, bij q = 500 is TK 1.100. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Lees af uit de grafiek: wat zijn de TK van de foodtruck bij q = 300?
300 euro
900 euro
600 euro
1.200 euro
De TK-lijn ligt bij q = 300 op 900 (CK 600 + VK 300). Verwachte fouten: alleen de VK (300) of de CK (600) aflezen.
Bereken met de grafiek de GTK bij q = 500.
TK bij q = 500 is 1.100 (CK 600 + VK 500), dus GTK = 1.100 / 500 = 2,20 euro. Verwachte fout: 1.100 als antwoord noemen of delen door 100.
PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
Kapperszaak Jansen, 1955
Vraagtype 4: rekenen met een formule
TK = 5q + 1500: de CK is 1500, de VK zijn 5q.
De MK is het getal bij q: 5 euro per klant.
Vul q in en reken uit: TO = P x q en GTK = TK / q.
Kapperszaak: P = 25 euro, CK = 1.500 euro per maand, VK = 5 euro per klant. TK = 5q + 1500. Image credit: J.F.M. Trum / Fotopersbureau Gelderland / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Kapper: TK = 5q + 1500 (euro per maand). Bereken de TK bij q = 200.
1.700 euro
1.000 euro
2.500 euro
7.500 euro
TK = 5 x 200 + 1500 = 2.500. Verwachte fouten: 1.500 + 200 of alleen de VK (1.000).
TK = 5q + 1500. Bereken de GTK bij q = 500.
TK = 5 x 500 + 1500 = 4.000 en GTK = 4.000 / 500 = 8 euro. Verwachte fout: de TK noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Een tabel doorrekenen
Marginale kosten en soort kosten
Een kostengrafiek lezen
Rekenen met een formule
Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.
PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN
Tips voor op het examen
Schrijf eerst de formule op en vul daarna pas de getallen in.
Zet de eenheid erbij: euro, euro per stuk of stuks.
MK is de verandering van TK gedeeld door de verandering van q, niet TK gedeeld door q.
Controleer jezelf: TK = CK + VK en GTK = GCK + GVK.
Cet élément n'a pas d'instructions