4.3 Personeel

Kennischeck Personeel
1 / 28
suivant
Slide 1: Diapositive
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

Cette leçon contient 28 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 15 min

Éléments de cette leçon

Kennischeck Personeel

Slide 1 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Link de juiste omschrijving aan de drie verschillende onderdelen van het personeelsbeleid van een organisatie:

1. verschillende situaties waarbij de arbeidsovereenkomst van een medewerkers wordt beëindigd, van ontslag tot pensioen
2. het zoeken naar en selecteren van nieuwe medewerkers. Dit kan intern of extern, door eigen medewerkers of uitbesteed aan een bureau met expertise
3. het behouden en ontwikkelen van werknemers, van talent management tot interne promoties
A
1 = doorstroom, 2 = instroom, 3 = uitstroom
B
1 = uitstroom, 2 = doorstroom, 3 = instroom
C
1 = uitstroom, 2 = instroom, 3 = doorstroom
D
1 = doorstroom, 2 = uitstroom, 3 = instroom

Slide 2 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

In grote organisaties is er een aparte afdeling personeelszaken (of ‘Human Resources’, HR). In onderstaande lijst staat een aantal stellingen over personeelsbeleid:
1. Werving van personeel gebeurt met behulp van vacatures, sociale media of externe bureaus.
2. Selectie van personeel gebeurt met behulp van sollicitatiegesprekken of tests / assessments.
3. In een functieprofiel wordt vastgelegd wat een werknemer moet doen.
4. In een beoordelingsgesprek wordt het functioneren van de werknemer en de leidinggevende besproken.

Welke stellingen zijn juist?
A
1 , 2 en 4
B
2 en 3
C
1, 2 en 3
D
1, 2, 3 en 4

Slide 3 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Een individuele arbeidsovereenkomst is een overeenkomst tussen één werkgever en één werknemer.

Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is een overeenkomst tussen ....
A
één werkgever en werknemersorganisaties
B
werkgeversorganisaties en één werknemer
C
werkgeversorganisaties en de vakbond
D
werkgeversorganisaties en de OR

Slide 4 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Yasmine heeft een arbeidsovereenkomst getekend bij BV Sneek voor 9 maanden
Dit is een voorbeeld van arbeidsovereenkomst :
A
onbepaalde tijd
B
bepaalde tijd
C
projecttijd
D
alle antwoorden zijn juist

Slide 5 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Willem is supermarktmanager en werkt met oproepcontracten met voorovereenkomst. Hij belt Yasmine en geeft aan dat hij haar zaterdag van 10 tot 14 uur verwacht in zijn winkel.
A
Yasmine moet komen werken, want ze is opgeroepen
B
Yasmine kan komen werken, maar kan afzeggen

Slide 6 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 7 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Een zzp'er verricht zijn werkzaamheden:
A
op basis van aannemen van werk/overeenkomst tot opdracht
B
op basis van een aanstelling
C
via een detacheringsbureau
D
op basis van een arbeidsovereenkomst

Slide 8 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is waar?
Een ZZP'er
A
krijgt betaald bij ziekte
B
wordt uitgenodigd voor personeelsfeestjes
C
heeft recht op sociale zekerheid
D
kan niet ontslagen worden

Slide 9 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat staat er NIET in de individuele arbeidsovereenkomst?
A
Salaris
B
Minimumloon
C
Werktijden
D
Wat voor werk je doet

Slide 10 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is geen secundaire arbeidsvoorwaarde?
A
Auto van de zaak
B
Kinderopvang op het werk
C
Aantal uren per week dat iemand moet werken
D
Gratis lunch

Slide 11 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 12 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Je hebt recht op vakantiegeld
A
Als je een aanstelling voor onbepaalde tijd hebt
B
Als het in de CAO staat
C
Als het in je individuele arbeidsovereenkomst staat
D
altijd

Slide 13 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Welk gesprek wordt hier bedoeld?
kenmerken: tweerichtingsverkeer, vaak eens per jaar, toekomstafspraken, feedback van leidinggevende naar werknemer en andersom.
A
Functioneringsgesprek
B
beoordelingsgesprek
C
exit-gesprek
D
resultaatgesprek

Slide 14 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Van een werknemer in loondienst bedraagt in 2023 het brutomaandloon €3.000,- (1 fte) exclusief 8% vakantiegeld over het brutoloon. De werknemer werkt in 2024 0,8 ft en krijgt een loonsverhoging van 4%. Het werkgeversaandeel sociale lasten bedraagt 30% van het brutoloon incl vakantiegeld. Bereken voor deze werknemer de totale loonkosten in 2024.

Slide 15 - Question ouverte

Cet élément n'a pas d'instructions

Loonkosten zijn...
A
hoger dan het brutoloon
B
lager dan het brutoloon
C
hetzelfde, tenzij er pensioen wordt afgedragen
D
altijd hetzelfde

Slide 16 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Slide 17 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Bij het aflopen van een contract voor bepaalde tijd, moet een werkgever ...
A
Een opzegtermijn aanhouden
B
Een transitievergoeding betalen
C
Een reden geven voor het niet verlengen van het contract
D
Een contract voor onbepaalde tijd aanbieden als ze de werknemer wil behouden

Slide 18 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Een werkgever wil een werknemer ontslaan op staande voet vanwege een diefstal case. Welke ontslagroute moet de werkgever nemen?
A
Via de kantonrechter
B
Via het UWV
C
Er is bij ontslag op staande voet geen externe partij nodig, werkgever kan per direct opzeggen
D
Via een vaststellingsovereenkomst

Slide 19 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Transitievergoeding

Slide 20 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat houdt de transitievergoeding in?
A
Alle werknemers hebben na een arbeidsovereenkomst , waarna ontslag volgt, recht op transitievergoeding.
B
Transitievergoeding geldt alleen voor medewerkers met contracten voor onbepaalde tijd.
C
De transitievergoeding is een vergoeding na ontslag die zowel voor werknemers als zelfstandig ondernemers geldt.
D
Dat werknemers die scholing willen volgen daar een vergoeding van het bedrijf voor ontvangen

Slide 21 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Je steelt op je werk, wordt betrapt en maakt je werkdag af. Een week later zegt je werkgever dat je op staande voet ontslagen bent. Mag dat?
A
Nee, moet direct
B
Nee, staande voet is niet voor diefstal
C
Ja, diefstal is altijd staande voet
D
Ja, werkgever moet een opzegtermijn hanteren

Slide 22 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Een werknemer heeft recht op de volgende transitievergoeding bij ontslag:
- Als het dienstverband 8 jaar of minder heeft geduurd: 1/6 bruto maandsalaris voor elke volle 6 maanden in dienst.
- Voor elk jaar dat het dienstverband langer heeft geduurd dan 8 jaar: 1/4 bruto maandsalaris voor elke volle 6 maanden in dienst.
Op 1 januari 2025 neemt Kira ontslag. Ze verdiende € 4.450 bruto per maand en is op dat moment 11 jaren en 8 maanden in dienst. Hoe hoog is de transitievergoeding die zij krijgt?

Slide 23 - Question ouverte

19.654,17
Bij onvoldoende functioneren verloopt het ontslag...
A
Via het UWV
B
Via de kantonrechter
C
met wederzijds goedvinden
D
Via de arbeidsrechter

Slide 24 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Wat is geen recht van de OR?

A
Adviesrecht
B
initiatiefrecht
C
instemmingsrecht
D
Besluitrecht

Slide 25 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Marco werkt bij bedrijf X, een onderneming met 2.000 werknemers. Marco is ontevreden over het verplichte aantal dagen dat hij op kantoor moet werken. Sinds covid is thuis werken toch de nieuwe normaal geworden? Hij wil een wijzigingsvoorstel voor het werkplekbeleid indienen. Bij welk orgaan kan hij zich het beste melden?
A
De vakbond
B
De HR afdeling
C
De OR
D
De directie

Slide 26 - Quiz

Cet élément n'a pas d'instructions

Transitievergoeding bij UWV of Kantonrechter

Slide 27 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions

Kleppen dicht

Slide 28 - Diapositive

Cet élément n'a pas d'instructions