After Hours · Sessie 3: Vrij spel

AFTER HOURS · SESSIE 3

Vrij spel

Free jazz, spirituele jazz, fusion en de Europese improvisatie: jazz zonder vaste regels, 1959–1985.

1

1 / 35
suivant
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMuziekgeschiedenisHBOStudiejaar 1-4

Cette leçon contient 35 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min
Signaler cette leçon

Introduction

Studenten volgen de jazz van 1959 tot 1985: free jazz van Ornette Coleman en Cecil Taylor, protest en burgerrechten, A Love Supreme en de spiritual jazz, de collectieven van New York en Chicago, de elektrische fusion van Miles Davis en zijn musici, en de nieuwe jazz in West-Europa, Warschau, Tokio, Zuid-Afrika en Ethiopië. Centraal staat de vraag welke regels je nodig hebt om samen muziek te maken.

Éléments de cette leçon

AFTER HOURS · SESSIE 3

Vrij spel

Free jazz, spirituele jazz, fusion en de Europese improvisatie: jazz zonder vaste regels, 1959–1985.

1

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

LINER NOTES · LEERDOEL

Na deze les kun je…

uitleggen hoe jazzmusici tussen 1959 en 1985 de vaste regels van de bebop loslieten, in free jazz, spirituele jazz, fusion en de Europese improvisatie, en hoe ze daarvoor hun eigen verenigingen, podia en labels oprichtten.

CENTRALE VRAAG

Welke regels heb je eigenlijk nodig om samen muziek te maken?

Cet élément n'a pas d'instructions

Vrijheid in muziek: wat betekent dat voor jou? Noem een woord.

Verwacht woorden als improviseren, geen regels, chaos, eigen geluid, samen. Bewaar het woordweb: in dit hoofdstuk betekent vrijheid steeds iets anders. Voor de een is het politieke strijd, voor de ander een geestelijke zoektocht, een nieuwe elektrische klank of zelf je concerten en platen organiseren. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

INLEIDING · 1959-1985

Een saxofoon van plastic

November 1959, Five Spot Café, New York: een kwartet zonder piano speelt solo’s die zich niet houden aan het akkoordenschema. Sommige luisteraars komen elke avond terug, andere lopen kwaad weg.

Foto: John Coltrane (midden) en drummer Elvin Jones bij aankomst op Schiphol, 1963. De saxofonist in de Five Spot was Ornette Coleman, met een plastic altsaxofoon, een trompettist met een zakformaat-trompet, een bassist en een drummer. De vraag van dit hoofdstuk: welke regels heb je nodig om samen muziek te maken? Het antwoord verschilde: voor Max Roach, Abbey Lincoln, Charles Mingus en Nina Simone hoorde vrijheid bij de strijd voor gelijke rechten; voor John en Alice Coltrane en Pharoah Sanders was ze een geestelijke zoektocht; Miles Davis zocht haar in de elektrische klank van rock en funk. In Chicago, New York en Amsterdam richtten musici eigen verenigingen en labels op. Tegelijk hield jazz op een Amerikaanse muziek te zijn die Europa alleen naspeelde: in München ontstond een label met een eigen klank, in Amsterdam een scene van improvisatoren, in Warschau en Tokio groeiden eigen jazzscenes, en uit Zuid-Afrika en Ethiopië kwamen musici die jazz verbonden met hun eigen tradities. In deze periode werd jazz voor veel musici minder een stijl en meer een manier van werken. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 01   ·   1958-1966 · LOS ANGELES, NEW YORK

De vorm van wat komt

  • In de bebop ligt onder elk stuk een akkoordenschema

  • Coleman laat dat los: geen piano, de melodie bepaalt de harmonie

  • Free jazz: geen vaste afspraken over akkoorden, vorm, maat of tempo

  • Cecil Taylor slaat clusters aan: de piano als slaginstrument

Ornette Coleman

Ornette Coleman

Peace

Cecil Taylor

Conquistador

Coleman (geb. 1930, Fort Worth, Texas) leerde zichzelf altsaxofoon, speelde in rhythm-and-bluesbands en werkte in Los Angeles overdag als liftbediende; op jamsessies werd hij vaak van het podium gestuurd. Medestanders: Don Cherry, Charlie Haden, Billy Higgins en Ed Blackwell. Via John Lewis van het Modern Jazz Quartet naar Atlantic; in mei 1959 The Shape of Jazz to Come. In Peace (ruim negen minuten) is er een thema, maar geen vast schema onder de solo’s; de solo’s duren zo lang als de gedachte van de solist. Niet chaotisch, maar vrij in een andere richting. Vanaf november 1959 in de Five Spot: John Lewis en Gunther Schuller enthousiast, Miles Davis kritisch. Change of Century (1960) met Ramblin’, dicht bij blues en R&B. In december 1960 Free Jazz, met twee kwartetten tegelijk: de naam van een stroming. Collectieve improvisatie, zoals in de vroegste jazz uit New Orleans, maar zonder vast schema. Later noemde Coleman zijn ideeën harmolodics: harmonie, melodie en beweging even belangrijk. Cecil Taylor (geb. 1929, New York) studeerde aan het conservatorium in Boston, kende Bartók en Stravinsky net zo goed als Ellington en Monk. In 1966 voor Blue Note Unit Structures en Conquistador!, met Bill Dixon, Jimmy Lyons, twee bassisten (Henry Grimes, Alan Silva) en Andrew Cyrille.

Luistertips:

  • Ornette Coleman – Peace: Geen piano en geen vast schema: luister hoe de bas van Charlie Haden de solisten volgt.

  • Cecil Taylor – Conquistador: Volg de golven: dichte passages waarin iedereen tegelijk speelt, dan weer ruimte.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Wat bepaalt in Peace van Ornette Coleman de harmonie?

A

Het akkoordenschema van twaalf maten

B

De melodie en wat de solisten spelen

C

De pianist, die de akkoorden vastlegt

D

Een vaste baslijn in kwartnoten

B. Er is geen piano, en Charlie Haden kiest zijn tonen naar wat Coleman en Cherry spelen: de melodie bepaalt de harmonie, niet andersom. In de bebop was dat precies omgekeerd.

Luistertips:

  • Ornette Coleman – Peace: Peace: geen piano, geen vast schema.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 02   ·   1957-1964 · LITTLE ROCK, BIRMINGHAM

Freedom Now

  • In het zuiden geldt segregatie; in 1960 beginnen de sit-ins

  • Mingus maakt gouverneur Faubus belachelijk: satire als protest

  • Max Roach: We Insist! Freedom Now Suite (1960), van slavernij tot Sharpeville

  • Abbey Lincoln zingt, schreeuwt en komt tot rust: een stem die niet mooi wil klinken

  • Nina Simone: een opgewekt tempo onder een woedende tekst

Charles Mingus

Original Faubus Fables

Max Roach & Abbey Lincoln

Triptych: Prayer / Protest / Peace

Nina Simone

Mississippi Goddam

Foto: Abbey Lincoln in het Concertgebouw, Amsterdam, 1966. In 1957 stuurde gouverneur Orval Faubus van Arkansas de Nationale Garde naar Central High School in Little Rock om negen zwarte leerlingen te weren; Eisenhower stuurde soldaten. Februari 1960: sit-in in Greensboro, binnen weken in tientallen steden. Mingus (geb. 1922, Nogales; opgegroeid in Watts) schreef Fables of Faubus in 1959; Columbia liet de tekst weg op Mingus Ah Um. In oktober 1960 opnieuw voor Candid, met tekst, met Eric Dolphy, Ted Curson en Dannie Richmond. Candid (1960, Archie Bleyer, geleid door Nat Hentoff) bestond ruim een jaar. Max Roach (geb. 1924) werkte met Oscar Brown Jr. aan een suite voor 1963, honderd jaar na de Emancipatieproclamatie; de sit-ins maakten het urgent. Op de hoes een sit-in aan een lunchbar. Met Coleman Hawkins en Babatunde Olatunji. Triptych: zonder woorden, dan schreeuwen boven de roffels van Roach, dan rust. Abbey Lincoln (geb. 1930, Chicago, als Anna Marie Wooldridge), van 1962 tot 1970 getrouwd met Roach; Straight Ahead (1961). Een recensent van Down Beat verweet haar dat ze haar huidskleur als beroep gebruikte: felle discussie of jazz politiek mocht zijn. Nina Simone (geb. 1933, Tryon, als Eunice Waymon) werd afgewezen door het Curtis Institute, volgens haarzelf omdat ze zwart was. Na de moord op Medgar Evers en de bomaanslag in Birmingham (1963) schreef ze Mississippi Goddam; 1964 in Carnegie Hall. Ze kondigt het aan als een showtune waarvoor de show nog niet geschreven is. Geboycot in zuidelijke staten; maart 1965 gezongen in Montgomery, de avond voor het einde van de mars vanuit Selma.

Luistertips:

  • Charles Mingus – Original Faubus Fables: Let op het vraag-en-antwoordgesprek tussen Mingus en Dannie Richmond: satire als protest.

  • Max Roach & Abbey Lincoln – Triptych: Prayer / Protest / Peace: Hoor de stem van gebed naar schreeuw gaan, en weer tot rust komen.

  • Nina Simone – Mississippi Goddam: Een vrolijk tempo onder een woedende tekst: hoor het contrast.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Nina Simone zet een woedende tekst op een vrolijk tempo. Waarom maakt dat de tekst juist scherper?

Goede antwoorden zien het contrast: het tempo klinkt als een liedje uit een Broadwaymusical, en daardoor valt de woede over moord en uitstel extra op. Simone kondigt het lied aan als een showtune waarvoor de show nog niet geschreven is. Vergelijk met Mingus: ook daar is spot een wapen.

Luistertips:

  • Nina Simone – Mississippi Goddam: Mississippi Goddam: luister naar het tempo.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 03   ·   1963-1967 · NEW JERSEY, NEW YORK

A Love Supreme

  • Vast kwartet: McCoy Tyner, Jimmy Garrison, Elvin Jones, label Impulse!

  • Alabama (1963): een klaagzang zonder woorden over de bomaanslag in Birmingham

  • A Love Supreme (1964): een suite in vier delen, een dankgebed

  • De bas herhaalt een motief van vier tonen: een ostinato

  • In Psalm speelt Coltrane zijn gedicht, lettergreep voor lettergreep

John Coltrane

Alabama

John Coltrane

A Love Supreme, Pt. 1: Acknowledgement

John Coltrane

A Love Supreme, Pt. 4: Psalm

Foto: John Coltrane bij aankomst op Schiphol, 26 oktober 1963, met Elvin Jones, voor optredens in Nederland. Coltrane (geb. 1926, Hamlet, North Carolina) had in 1959 met Kind of Blue en Giant Steps twee kanten van de jazz tot het uiterste gebracht. Impulse! (1960) werd met zijn oranje-zwarte hoezen het label van de nieuwe jazz. Alabama werd in november 1963 opgenomen, in de studio, maar staat op Live at Birdland (1964): een trage, vrije melodie zonder vaste maat, als een gesproken klacht. A Love Supreme: op 9 december 1964 in één avond opgenomen bij Rudy Van Gelder, producer Bob Thiele. Delen: Acknowledgement, Resolution, Pursuance, Psalm. Coltrane schreef over een geestelijk ontwaken in 1957, het jaar waarin hij van zijn heroïneverslaving afkwam. In Acknowledgement speelt hij het motief tegen het eind in steeds andere toonsoorten; daarna zingen de musici ‘a love supreme’. Lewis Porter toonde later regel voor regel aan dat Psalm het gedicht uit de hoes volgt; Coltrane noemde het een ‘muzikale voordracht’. Juni 1965: Ascension, met elf musici (onder wie Pharoah Sanders, Archie Shepp, Marion Brown, John Tchicai, Freddie Hubbard), ca. veertig minuten. Tyner en Jones vertrokken rond de jaarwisseling 1965-1966; Rashied Ali en Alice Coltrane kwamen erbij. Coltrane overleed op 17 juli 1967 aan leverkanker, veertig jaar oud.

Luistertips:

  • John Coltrane – Alabama: Een klaagzang zonder woorden: let op de vrije opening en het tempo in het midden.

  • John Coltrane – A Love Supreme, Pt. 1: Acknowledgement: Volg het basmotief van vier tonen, tot de musici het gaan zingen.

  • John Coltrane – A Love Supreme, Pt. 4: Psalm: Coltrane draagt een gedicht voor op zijn saxofoon, lettergreep voor lettergreep.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Wat doet Coltrane in Psalm, het laatste deel van A Love Supreme?

A

Hij improviseert over een snel akkoordenschema

B

Hij speelt zijn eigen gedicht, elke lettergreep een toon

C

Hij zingt de woorden ‘a love supreme’

D

Hij speelt een bekende gospelmelodie

B. Het gedicht staat in de hoes van het album. Muziekhistoricus Lewis Porter toonde later regel voor regel aan dat Coltrane het op de saxofoon voordraagt. Het zingen van ‘a love supreme’ gebeurt in het eerste deel, Acknowledgement.

Luistertips:

  • John Coltrane – A Love Supreme, Pt. 4: Psalm: Psalm: een muzikale voordracht.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 04   ·   1965-1975 · NEW YORK, LOS ANGELES

Na Coltrane: Alice en Pharoah

  • Pharoah Sanders overblaast zijn saxofoon tot hij schreeuwt, maar speelt ook zacht en zangerig

  • Spiritual jazz: lange stukken op één akkoord of baslijn, een gebed als tekst

  • Alice Coltrane speelt piano, orgel en harp, in golven van klank

  • Een drone van de tanpura in plaats van een akkoordenpartij

Alice Coltrane

Pharoah Sanders

The Creator Has a Master Plan

Alice Coltrane

Journey in Satchidananda

Foto: Alice Coltrane, 1972. Pharoah Sanders (geb. 1940, Little Rock, als Farrell Sanders) sliep in New York soms op straat; Sun Ra gaf hem de naam Pharoah. Vanaf 1965 naast Coltrane. Karma (1969, Impulse!): The Creator Has a Master Plan, ruim tweeëndertig minuten, geschreven met Leon Thomas, die ook een jodeltechniek gebruikt. Rustige inleiding, herhaalde baslijn, in het midden barst de muziek los, dan keert het thema terug. Alice Coltrane (geb. 1937, Detroit, als Alice McLeod) speelde orgel in de kerk, nam in Parijs les bij Bud Powell en speelde bij Terry Gibbs; met John drie kinderen, onder wie Ravi Coltrane. Ptah, the El Daoud (1970), met Sanders en Joe Henderson elk in een eigen stereokanaal. Journey in Satchidananda (1971): Cecil McBee speelt een kort herhaald motief, Sanders sopraansaxofoon, Coltrane harp; Swami Satchidananda was haar leraar. In 1975 een Vedantisch centrum, later een ashram bij Los Angeles, als Turiyasangitananda. Lang gezien als ‘de vrouw van’; na haar dood in 2007 opnieuw ontdekt via samples en heruitgaven.

Luistertips:

  • Pharoah Sanders – The Creator Has a Master Plan: Wacht na de inleiding op de herhaalde baslijn en de zang van Leon Thomas.

  • Alice Coltrane – Journey in Satchidananda: Luister naar de drone van de tanpura onder harp en sopraansaxofoon.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 05   ·   1964-1973 · NEW YORK

Carla Bley en de componisten van het vrije

  • 1964: Bill Dixon organiseert de October Revolution in Jazz

  • Musici nemen de zaken in eigen hand: de Jazz Composers Guild

  • Bley arrangeert voor het Liberation Music Orchestra van Charlie Haden

  • Escalator Over the Hill (1971): een opera zonder toneel; in 1973 een eigen label, WATT

Carla Bley

Charlie Haden & Liberation Music Orchestra

Song for Ché

Carla Bley & The Jazz Composer's Orchestra

Hotel Overture

Foto: Carla Bley dirigeert haar band op Pori Jazz, Finland, 1978. Clubs verdienden aan drankjes, grote maatschappijen zagen geen markt in free jazz. De Guild hield het kort vol, maar het idee bleef. Bley (geb. 1936, Oakland, als Lovella May Borg), dochter van een kerkmusicus, verkocht sigaretten in Birdland om de musici te horen; getrouwd met Paul Bley, later met Michael Mantler, met wie ze het Jazz Composer’s Orchestra leidde. Haar melodieën: eenvoudig en vreemd tegelijk, met droge humor. Liberation Music Orchestra (opgenomen 1969, Impulse! 1970): liederen uit de Spaanse Burgeroorlog, We Shall Overcome, Song for Ché en Circus ’68 ’69; met Don Cherry, Gato Barbieri, Dewey Redman, Roswell Rudd en Paul Motian. Escalator Over the Hill, op teksten van Paul Haines, opgenomen 1968-1971, drie lp’s; Bley noemde het een chronotransduction. Speelt in een oud hotel; met Jack Bruce, Linda Ronstadt, Jeanne Lee, Don Cherry, Gato Barbieri en John McLaughlin. WATT (1973) en een organisatie die platen van kleine labels verspreidde. Bley bleef tot haar dood in 2023 componeren; een van de weinige vrouwen die als componist, arrangeur en orkestleider de toon zette.

Luistertips:

  • Charlie Haden & Liberation Music Orchestra – Song for Ché: Protestmuziek zonder tekst, gearrangeerd door Carla Bley.

  • Carla Bley & The Jazz Composer's Orchestra – Hotel Overture: De ouverture van een opera zonder toneel.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 1 · TAKE 06   ·   1952-1973 · CHICAGO, PHILADELPHIA, PARIJS

Van Saturnus naar de South Side

  • Sun Ra en zijn Arkestra: bigband, vrije improvisatie en vroege elektronica

  • Toekomst, ruimte en Afrikaanse geschiedenis: afrofuturisme

  • 1965: de AACM in Chicago, musici organiseren zelf concerten en les

  • Art Ensemble of Chicago: kleine instrumenten en Great Black Music

Sun Ra

Sun Ra

Space Is the Place

Art Ensemble of Chicago & Fontella Bass

Thème de Yoyo

Foto: Sun Ra, 1973. Sun Ra (geb. 1914, Birmingham, als Herman Blount) werkte eind jaren veertig voor Fletcher Henderson; hij zei van Saturnus te komen. In het Arkestra speelden John Gilmore, Marshall Allen en Pat Patrick tientallen jaren; de musici woonden samen in Chicago, New York en Philadelphia. Elektrische piano, orgel en later de Moog; concerten met kostuums, dans en lichtshows; eigen label El Saturn, soms met de hand beschilderde hoezen. Film Space Is the Place (1972), album 1973, met zangeres June Tyson. AACM (mei 1965): Muhal Richard Abrams, Jodie Christian, Steve McCall, Phil Cohran; zonder winstoogmerk, muziekles aan kinderen uit de buurt, vooral eigen nieuwe muziek. Leden o.a. Roscoe Mitchell, Joseph Jarman, Anthony Braxton, Henry Threadgill, Leroy Jenkins, Lester Bowie, Wadada Leo Smith, Amina Claudine Myers. Sound (1966, Delmark) van Roscoe Mitchell: het ging om klank. Braxton: For Alto (1969), eerste jazzalbum met alleen solosaxofoon. In 1969 naar Parijs als Art Ensemble of Chicago, Don Moye kwam erbij; gongs, bellen, sirenes, fluitjes, Afrikaanse trommels; beschilderde gezichten, Bowie in witte doktersjas. Motto: Great Black Music – Ancient to the Future. 1970: muziek voor de film Les Stances à Sophie, met Fontella Bass (Rescue Me, 1965). In 1971 terug naar Amerika.

Luistertips:

  • Sun Ra – Space Is the Place: Een steeds herhaald gezang, met vrije klanken eromheen.

  • Art Ensemble of Chicago & Fontella Bass – Thème de Yoyo: Funkgroove, soulstem en vrije improvisatie in één stuk.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

AFTER HOURS · SESSIE 3

Stroom erop

Miles Davis gaat elektrisch, en zijn musici bouwen de fusion: van Bitches Brew tot Rockit.

2

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 2 · TAKE 07   ·   1968-1970 · NEW YORK

Miles zet de stekker erin

  • Davis luistert naar James Brown, Sly and the Family Stone en Jimi Hendrix

  • In a Silent Way (1969): drie toetsenisten, de melodie zweeft boven één lage toon

  • Teo Macero knipt en plakt de banden: postproductie

  • Bitches Brew (1970): een groove die doorloopt, met steeds nieuwe lagen erboven

  • Uit zijn bands komt de fusion voort

Miles Davis

In a Silent Way

Miles Davis

Spanish Key

Foto: Miles Davis met zijn septet, 1971. Davis (geb. 1926, Alton, Illinois) leidde 1964-1968 een kwintet met Wayne Shorter, Herbie Hancock, Ron Carter en Tony Williams. Hij zag dat de jongeren die vroeger jazz kochten nu naar rock- en soulconcerten gingen. Vanaf 1968 elektrische piano en korte, herhalende baspartijen, als in funk. In a Silent Way (18 februari 1969): Hancock en Chick Corea op elektrische piano, Joe Zawinul op orgel, John McLaughlin op gitaar. Het titelstuk is van Zawinul; Davis haalde de wisselende akkoorden eruit. Op kant twee klinkt In a Silent Way twee keer, precies dezelfde opname, met It’s About That Time ertussen: de vorm ontstond bij de bandrecorder. Bitches Brew: augustus 1969, kort na Woodstock, drie dagen, met o.a. Bennie Maupin (basklarinet), Dave Holland en Harvey Brooks, de drummers Lenny White en Jack DeJohnette tegelijk. Davis gaf weinig aanwijzingen en stuurde tijdens het spelen bij. Hoes: schilderij van Mati Klarwein. 1970: Fillmore East en West, Isle of Wight voor honderdduizenden. Veel jazzliefhebbers vonden dat hij zijn muziek verkocht; Davis wilde spelen voor de mensen van zijn eigen tijd.

Luistertips:

  • Miles Davis – In a Silent Way: Geen swing en geen walking bass: de muziek zweeft boven één lage toon.

  • Miles Davis – Spanish Key: De groove loopt door, de lagen erboven veranderen steeds.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Waar ontstond de vorm van In a Silent Way?

A

In een vooraf uitgeschreven partituur

B

Tijdens een live-optreden in de Fillmore East

C

Na de opname, bij de bandrecorder van Teo Macero

D

Op een jamsessie in een club

C. Macero knipte de urenlange banden in stukken en plakte ze opnieuw aan elkaar; op de tweede kant staat dezelfde opname aan het begin en aan het eind. Zo kwam postproductie, in de popmuziek al gewoon, de jazz binnen.

Luistertips:

  • Miles Davis – In a Silent Way: In a Silent Way: hetzelfde stuk klinkt twee keer.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 2 · TAKE 08   ·   1969-1976 · NEW YORK, RIO DE JANEIRO

Vuur en veren

  • Mahavishnu Orchestra van John McLaughlin: gitaar, viool en toetsen unisono

  • Onregelmatige maatsoorten uit de muziek van India, het volume van een rockconcert: jazzrock

  • Return to Forever van Chick Corea: licht, melodieus, Braziliaanse ritmes

  • Flora Purim gebruikt haar stem als instrument, Airto Moreira brengt de cuíca

Mahavishnu Orchestra

Meeting of the Spirits

Chick Corea

What Game Shall We Play Today

Flora Purim

Light as a Feather

Foto: Flora Purim, 1976. McLaughlin (geb. 1942, Doncaster) kwam in 1969 naar New York voor Lifetime, het trio van Tony Williams met Larry Young. Mahavishnu Orchestra (1971), naam van zijn leraar Sri Chinmoy; met Jan Hammer, Jerry Goodman, Rick Laird en Billy Cobham (geb. Panama). The Inner Mounting Flame (1971); maten van zeven of negen tellen; Birds of Fire (1973) hoog in de Amerikaanse albumlijst. Chick Corea (geb. 1941, Chelsea, Massachusetts) speelde eerst vrije akoestische jazz in Circle (met Anthony Braxton en Dave Holland) en nam solo op voor ECM in Oslo. Return to Forever (1972): Stanley Clarke, Joe Farrell, Flora Purim en Airto Moreira; eerste album opgenomen in februari 1972 in New York, bij ECM. Een nieuwe ontmoeting tussen jazz en Brazilië, niet de fluisterende zang van João Gilberto maar een heldere, wendbare stem. Flora Purim (geb. 1942, Rio de Janeiro) vertrok in 1967 naar de VS; Butterfly Dreams (1973). Moreira bracht cuíca (wrijftrommel die piept en kreunt), berimbau en schudinstrumenten. Vanaf 1973 werd Return to Forever harde jazzrock (Lenny White, later Al Di Meola); Romantic Warrior (1976) een van de best verkochte fusionplaten.

Luistertips:

  • Mahavishnu Orchestra – Meeting of the Spirits: Gitaar, viool en toetsen unisono: hoor ze als één instrument.

  • Chick Corea – What Game Shall We Play Today: Braziliaanse lichtheid: stem, elektrische piano en percussie.

  • Flora Purim – Light as a Feather: Luister hoe de stem als instrument meespeelt.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 2 · TAKE 09   ·   1970-1983 · NEW YORK, LOS ANGELES, SAN FRANCISCO

Funk, synthesizers en een draaitafel

  • Weather Report (1970): Zawinul bouwt met synthesizers een orkest op zijn eentje

  • Hancock wil muziek maken waarop mensen kunnen dansen

  • Head Hunters (1973): jazzfunk, een groove van zestiende noten

  • Rockit (1983): drumcomputer en scratchen uit de hiphop

Herbie Hancock

Herbie Hancock

Chameleon

Herbie Hancock

Rockit

Foto: Herbie Hancock, 1976. Weather Report: Zawinul (geb. 1932, Wenen), Shorter (geb. 1933, Newark) en Miroslav Vitouš. Eerst open en zwevend, zonder vaste solist of begeleider; later strakkere grooves. Black Market (1976): zingbare melodie boven een dansbare groove; Jaco Pastorius kwam erbij, Heavy Weather (1977) met Birdland. Hancock (geb. 1940, Chicago) speelde als elfjarige een pianoconcert van Mozart met het Chicago Symphony Orchestra; Watermelon Man en Cantaloupe Island voor Blue Note, vijf jaar bij Miles Davis. Mwandishi-sextet: lange vrije elektronische stukken, klein publiek. Hancock was boeddhist geworden en vroeg zich af voor wie hij speelde. Head Hunters met Bennie Maupin, Paul Jackson, Harvey Mason en Bill Summers. Chameleon (ca. vijftien minuten): baslijn op een ARP Odyssey, dan clavinet (scherpe, tokkelende klank), drums, percussie. Watermelon Man opnieuw, met een inleiding waarin Summers op een bierflesje blaast, naar de hindewhu van de Ba-Benzélé. Een van de best verkochte jazzalbums tot dan toe. Future Shock (1983) met Bill Laswell en Grand Mixer D.ST, een dj uit de Bronx. Videoclip met robotpoppen op MTV, hit in Europa en Amerika. Vervolg in Sessie 4.

Luistertips:

  • Herbie Hancock – Chameleon: De baslijn komt uit een synthesizer: tel de lagen die erbij komen.

  • Herbie Hancock – Rockit: Hoor het scratchen van de draaitafel als nieuw instrument.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Waarmee begint Chameleon van Herbie Hancock?

A

Een walking bass op de contrabas

B

Een baslijn op een synthesizer, de ARP Odyssey

C

Een solo op de vleugel

D

Het scratchen van een draaitafel

B. Hancock speelt de baslijn zelf op de ARP Odyssey; daarna komen laag voor laag clavinet, drums en percussie erbij. Het scratchen hoort bij Rockit, tien jaar later.

Luistertips:

  • Herbie Hancock – Chameleon: Chameleon: luister naar de eerste laag.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

AFTER HOURS · SESSIE 3

Europa en de wereld

ECM in München en Oslo, de Amsterdamse improvisatoren, jazz in Warschau en Tokio, en jazz uit Zuid-Afrika en Ethiopië.

3

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 10   ·   1969-1985 · MÜNCHEN, OSLO, KEULEN

Het mooiste geluid naast de stilte

  • Manfred Eicher richt in 1969 ECM op: helder, ruim, veel galm

  • Een rustige, kamermuziekachtige vrijheid: de ECM-klank

  • Keith Jarrett: solo-improvisatie, alles ter plekke verzonnen

  • Jan Garbarek: lange, gedragen tonen op de sopraansaxofoon

Keith Jarrett

Keith Jarrett

The Köln Concert, Pt. I

Jan Garbarek & Bobo Stenson Quartet

Witchi-Tai-To

Foto: Keith Jarrett, 1975. Eicher (geb. 1943, Lindau) studeerde contrabas in Berlijn. Eerste ECM-album: Free at Last (1969) van Mal Waldron. Opnamen in Oslo met geluidstechnicus Jan Erik Kongshaug. Hoezen met landschappen, wolken en water. Motto uit een Canadese recensie: the most beautiful sound next to silence. Ook Chick Corea, Gary Burton, Dave Holland, Ralph Towner, Eberhard Weber, Pat Metheny en het Art Ensemble of Chicago. Critici bedoelden ‘ECM-klank’ niet altijd als compliment. Jarrett (geb. 1945, Allentown) speelde bij Art Blakey, Charles Lloyd en 1970-1971 bij Miles Davis; Facing You (1971). Keulen, 24 januari 1975, georganiseerd door de zeventienjarige Vera Brandes. Een kleine, versleten Bösendorfer met plakkende toetsen en een zwakke hoogte; Jarrett moe en met rugpijn, speelde om half twaalf ’s avonds. Hij bleef in het midden van het klavier, met herhaalde akkoorden en baslijnen. Best verkochte soloalbum in de jazz en best verkochte pianoalbum ooit. Garbarek (geb. 1947, Mysen) hoorde Coltrane op de radio, speelde bij George Russell. Witchi-Tai-To: lied van Jim Pepper, een saxofonist van inheemse afkomst; met het kwartet van Bobo Stenson. Europees kwartet van Jarrett met Garbarek, Palle Danielsson en Jon Christensen: Belonging (1974).

Luistertips:

  • Keith Jarrett – The Köln Concert, Pt. I: Alles ter plekke verzonnen: luister hoe lang Jarrett op één patroon blijft.

  • Jan Garbarek & Bobo Stenson Quartet – Witchi-Tai-To: Lange, gedragen tonen op de sopraansaxofoon, met veel ruimte.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

“

The most beautiful sound next to silence.

MOTTO VAN ECM, UIT EEN CANADESE RECENSIE

Het mooiste geluid naast de stilte. Bespreek: wat betekent stilte in muziek die alles ter plekke verzint? Tegenover de felle free jazz van Brötzmann en de elektrische fusion van Davis stond bij ECM een rustige, open vorm van vrijheid. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Waarom bleef Jarrett in The Köln Concert veel in het midden van het klavier?

A

De hoge tonen van de versleten vleugel klonken dun

B

Hij speelde een vooraf geschreven compositie

C

Eicher wilde het zo voor de opname

D

Het publiek had erom gevraagd

A. Er stond een kleine, versleten Bösendorfer met plakkende toetsen en een zwakke klank in de hoogte. Jarrett bouwde daarom lange passages op herhaalde akkoorden en baslijnen, met een sterke puls.

Luistertips:

  • Keith Jarrett – The Köln Concert, Pt. I: The Köln Concert: herhaalde akkoorden en baslijnen.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 11   ·   1964-1972 · HILVERSUM, AMSTERDAM, BREMEN

Instant Composers Pool

  • 1964: Eric Dolphy neemt in Hilversum Last Date op met drie Nederlanders, als gelijken

  • 1967: Mengelberg, Bennink en Breuker richten het ICP op

  • Instant composing: componeren op het moment zelf

  • Brötzmann, Bailey en Parker: vrije improvisatie in heel Europa

Misha Mengelberg

Eric Dolphy

Epistrophy

Sonny Rollins met Han Bennink & Ruud Jacobs

Blue Room

Foto: Misha Mengelberg in Carré, Amsterdam, 1968. Last Date: 2 juni 1964 in de VARA-studio, met Mengelberg, Jacques Schols en Han Bennink; Dolphy overleed op 29 juni 1964 in Berlijn, 36 jaar oud. Op het album Epistrophy van Monk en Hypochristmutreefuzz van Mengelberg. Mengelberg (geb. 1935, Kiev), zoon van Karel Mengelberg, studeerde compositie in Den Haag en was geïnteresseerd in Fluxus. Bennink (geb. 1942, Zaandam) was in de jaren zestig vaste drummer voor Dexter Gordon, Johnny Griffin en Sonny Rollins. Blue Room: 5 mei 1967, VARA, met Ruud Jacobs. Belangrijk: de Amsterdamse improvisatoren kwamen niet voort uit onkunde, maar uit grondige kennis van de jazz. ICP 001: New Acoustic Swing Duo van Breuker en Bennink. Alles mocht: free jazz, een wals, een marsje, Monk, een grap of een stilte; Bennink speelde op vloer, stoelen en wanden. Brötzmann (geb. 1941, Remscheid): Machine Gun, mei 1968, Bremen, octet met Breuker, Bennink, Evan Parker, Fred Van Hove, Peter Kowald, Buschi Niebergall en Sven-Åke Johansson. Free Music Production in Berlijn (1969). Derek Bailey noemde het later niet-idiomatische improvisatie.

Luistertips:

  • Eric Dolphy – Epistrophy: Opgenomen in Hilversum: drie Nederlanders spelen met Dolphy als gelijken.

  • Sonny Rollins met Han Bennink & Ruud Jacobs – Blue Room: Bennink als swingende begeleider, voordat hij de vrije improvisatie in ging.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 12   ·   1969-1985 · AMSTERDAM

Kollektief, BIM en Bimhuis

  • 1969: de Notenkrakersactie tegen het Concertgebouworkest

  • 1971: de BIM, beroepsvereniging van improviserende musici; subsidie voor improvisatie

  • 1974: het Bimhuis aan de Oude Schans

  • Willem Breuker Kollektief: marsen, walsen, tango’s en muziektheater

  • Mengelberg en Bennink: het ICP Orchestra

Willem Breuker & Nederlands Blazers Ensemble

Tango: Jantje Once Saw Plums Hanging

Misha Mengelberg, Steve Lacy, George Lewis, Arjen Gorter & Han Bennink

Change of Season

Manfred Schoof, Barney Wilen, Irène Schweizer & Dewan Motihar Trio

Sun Love

Foto: Willem Breuker ontvangt de Wessel Ilckenprijs in Frascati, Amsterdam, 1970. Breuker (geb. 1944, Amsterdam); in 1973 speelde zijn groep op een boot in de grachten (coverfoto van deze les). Notenkrakersactie: 17 november 1969, met toeters en ratels, omdat het orkest te weinig nieuwe Nederlandse muziek speelde. De BIM ging in gesprek met de overheid; improvisatoren konden subsidie krijgen, net als klassieke componisten. Bimhuis: voormalige meubelzaak aan de Oude Schans, sinds 2005 aan het IJ naast het Muziekgebouw. In 1973-1974 onenigheid in het ICP: Breuker wilde meer compositie en theater. Kollektief van ongeveer tien musici, label BVHaast, liefde voor Kurt Weill. De Knop (1977) voor een toneelstuk van Harry Mulisch, met het Nederlands Blazers Ensemble: een tango op Jantje zag eens pruimen hangen. Het Kollektief speelde tot Breukers dood in 2010. ICP Orchestra met o.a. Tristan Honsinger, Ernst Reijseger, Wolter Wierbos, Michael Moore en Ab Baars; muziek van Monk en Herbie Nichols. Change of Season (1985) met Steve Lacy, George Lewis en Arjen Gorter. Kevin Whitehead: New Dutch Swing. Irène Schweizer (geb. 1941, Schaffhausen): Jazz Meets India (1967) met Manfred Schoof, Barney Wilen en het trio van Dewan Motihar. Feminist Improvising Group (Londen, 1977), met Maggie Nicols en Lindsay Cooper; Schweizer speelde er later in. Musici uit andere landen kwamen in Amsterdam wonen, zoals de Zuid-Afrikaan Sean Bergin.

Luistertips:

  • Willem Breuker & Nederlands Blazers Ensemble – Tango: Jantje Once Saw Plums Hanging: Een kinderliedje als tango: Breukers humor in de compositie zelf.

  • Misha Mengelberg, Steve Lacy, George Lewis, Arjen Gorter & Han Bennink – Change of Season: Een stuk van Herbie Nichols, vrij en met plezier gespeeld.

  • Manfred Schoof, Barney Wilen, Irène Schweizer & Dewan Motihar Trio – Sun Love: Europese jazzmusici en Indiase musici samen, met Irène Schweizer aan de piano.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 13   ·   1949-1969 · WARSCHAU, SOPOT

Warschau: jazz als vrijheid

  • Vanaf 1949 socialistisch realisme: jazz verdwijnt van radio en podium

  • De catacombe-periode: jazz in huiskamers en kelders

  • Na Stalin: Sopot 1956, daarna de Jazz Jamboree in Warschau

  • Komeda: Astigmatic (1965) en filmmuziek voor Polański

Leopold Tyrmand

Komeda Quintet

Astigmatic

Zbigniew Namysłowski Quintet

Kujaviak Goes Funky

Foto: Leopold Tyrmand, 1953. Polen werd na de Tweede Wereldoorlog een communistische staat. Vanaf 1949 moesten kunstenaars werken volgens het socialistisch realisme: kunst moest de opbouw van het socialisme dienen en voor iedereen begrijpelijk zijn. Op een congres van Poolse componisten werd jazz dat jaar ideologisch vreemd genoemd, gebouwd op vijandige Amerikaanse voorbeelden. Liefhebbers speelden en luisterden verder in huiskamers en kelders en zochten westerse radiozenders op: de catacombe-periode, van 1949 tot halverwege de jaren vijftig. Schrijver Leopold Tyrmand (geb. 1920, Warschau): jazz als verklaring van vrijheid, en daarmee een politieke daad. Na de dood van Stalin (1953) werd het klimaat milder. Augustus 1956: eerste grote Poolse jazzfestival in Sopot, aan de Oostzee, met Tyrmand als drijvende kracht. September 1958: Jazz 58 van studentenclub Hybrydy in Warschau, daarna onder Tyrmands naam Jazz Jamboree; sinds 1965 in het Paleis van Cultuur en Wetenschap. Krzysztof Komeda (Krzysztof Trzciński, geb. 1931, Poznań) was keel-, neus- en oorarts; zijn sextet viel op in Sopot 1956, een van de eerste Poolse groepen met moderne jazz. Filmmuziek voor Roman Polański: Het mes in het water (1962), Cul-de-sac (1966), The Fearless Vampire Killers (1967) en Rosemary’s Baby (1968), met een slaapliedje dat Mia Farrow zelf zingt. Astigmatic: 5-7 december 1965 opgenomen in Warschau, in 1966 verschenen bij Polskie Nagrania Muza, met Tomasz Stańko, Zbigniew Namysłowski, Günter Lenz en Rune Carlsson; volgens critici een van de belangrijkste albums van de Europese jazz, Manfred Eicher sprak van een mijlpaal. Komeda liep eind 1968 in Los Angeles na een val hersenletsel op en overleed in april 1969 in Warschau, 37 jaar oud. Stańko (geb. 1942, Rzeszów) richtte in 1962 Jazz Darings op, vaak de eerste Europese free-jazzgroep genoemd; later bij ECM o.a. Litania (1997), met muziek van Komeda. Namysłowski (geb. 1939, Warschau) verbond jazz met Poolse volksmuziek: de kujawiak is een volksdans uit de streek Kujawy, in driekwartsmaat. Michał Urbaniak (geb. 1943, Warschau) vertrok in september 1973 met zangeres Urszula Dudziak naar New York en speelde later op Tutu (1986) van Miles Davis.

Luistertips:

  • Komeda Quintet – Astigmatic: Een stuk van bijna 23 minuten: luister welke instrumenten het thema spelen.

  • Zbigniew Namysłowski Quintet – Kujaviak Goes Funky: Een Poolse volksdans en funk in één titel: luister welke van de twee je het eerst herkent.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 13   ·   1945-1985 · TOKIO, LOS ANGELES

Tokio: luisteren in de jazz kissa

  • In de oorlog verboden als ‘vijandelijke muziek’; na 1945 werk bij de Amerikanen

  • In een jazz kissa luister je, vaak in stilte, naar de platen die de eigenaar kiest

  • Toshiko Akiyoshi: eerste Japanse student van Berklee, bigband in Los Angeles

  • In Kogun (1974) klinkt de tsuzumi uit het nō-theater

Toshiko Akiyoshi-Lew Tabackin Big Band

Kogun

LUISTERTIP Een bigband uit Los Angeles en een trom uit het nō-theater: luister hoe Akiyoshi twee tradities samenbrengt.

Foto: Toshiko Akiyoshi-Lew Tabackin Big Band op het Monterey Jazz Festival, Californië, 1981. In Japan was jazz tijdens de oorlog als vijandelijke muziek verboden. Na 1945 bezetten de Amerikanen het land; de soldaten wilden de muziek van thuis horen, en dat gaf Japanse musici werk. Platen uit Amerika waren in de jaren vijftig voor de meeste mensen te duur: liefhebbers gingen naar een jazz kissa, waar je koffie of een drankje bestelde om naar jazzplaten te luisteren. De eigenaar koos de platen, het geluid kwam uit een goede installatie en praten was vaak niet de bedoeling. Ook Akiyoshi en Sadao Watanabe leerden veel in zulke cafés; midden jaren zeventig waren er in Japan ongeveer zeshonderd. Akiyoshi (geb. 1929, Liaoyang, Mantsjoerije) kwam in 1948 naar Tokio. In 1953 hoorde Oscar Peterson haar in een club in de wijk Ginza; nog dat jaar nam producer Norman Granz haar eerste album op. Januari 1956: eerste Japanse student van het Berklee College of Music in Boston. In 1969 trouwde ze met tenorsaxofonist en fluitist Lew Tabackin; in maart 1973 begonnen ze in Los Angeles een bigband van zestien studiomusici. Kogun werd in april 1974 in Hollywood opgenomen. De tsuzumi is een Japanse handtrom uit het nō-theater. De titel betekent zoiets als ‘eenmansleger’ en verwijst naar een Japanse soldaat die tot bijna dertig jaar na de oorlog in de jungle bleef, omdat hij niet geloofde dat de oorlog voorbij was. Sadao Watanabe (geb. 1933, Utsunomiya) nam het kwartet van Akiyoshi over toen zij naar Amerika vertrok, studeerde 1962-1965 op Berklee en leerde er Braziliaanse muziek kennen. Terumasa Hino (geb. 1942, Tokio) leidde vanaf 1964 een eigen band en vestigde zich midden jaren zeventig in New York. Yosuke Yamashita (geb. 1942, Tokio) begon in 1969 een free-jazztrio met drummer Takeo Moriyama; met saxofonist Akira Sakata, die er begin jaren zeventig bij kwam, toerde het trio vanaf 1974 door Europa. Overgang: in Polen stond jazz voor een vrijheid die de staat niet gaf, in Japan werd er met grote aandacht naar geluisterd. In Zuid-Afrika kon samen spelen al verboden zijn. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Wat deed je in een Japanse jazz kissa?

A

Zelf meespelen op een jamsessie

B

Iets bestellen en luisteren naar de platen die de eigenaar koos

C

Goedkope Amerikaanse platen kopen

D

Dansen op de muziek van een bigband

B. Platen uit Amerika waren in de jaren vijftig voor de meeste mensen te duur. In een jazz kissa bestelde je koffie of een drankje, de eigenaar koos de platen, het geluid kwam uit een goede installatie en praten was vaak niet de bedoeling. Midden jaren zeventig waren er in Japan ongeveer zeshonderd. Vergelijk met Polen: daar luisterden liefhebbers in de catacombe-periode in huiskamers en kelders, en zochten ze westerse radiozenders op. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

SET 3 · TAKE 14   ·   1959-1985 · ZUID-AFRIKA, ETHIOPIË

Thuis en ver weg

  • Marabi: townshipmuziek op een korte, herhaalde akkoordenreeks

  • Onder de apartheid vertrekken veel musici naar Europa

  • Dollar Brand, later Abdullah Ibrahim: Mannenberg (1974) wordt een lied van het verzet

  • De Blue Notes en de Brotherhood of Breath in Londen

  • Mulatu Astatke: ethio-jazz op Ethiopische toonladders, de qenet

The Dollar Brand Trio

Ubu Suku

Chris McGregor's Brotherhood of Breath

Mra

Mulatu Astatke

Yèkèrmo Sèw

Foto: Abdullah Ibrahim, 2008. Marabi ontstond in Johannesburg, gespeeld op feesten in illegale kroegen; apartheid vanaf 1948. Brand (geb. 1934, Kaapstad) speelde in 1959 in de Jazz Epistles met Kippie Moeketsi, Hugh Masekela en Jonas Gwangwa; Jazz Epistle, Verse 1 (begin 1960) geldt als eerste jazz-lp van zwarte Zuid-Afrikaanse musici. Na Sharpeville (maart 1960) gingen ze uit elkaar; Masekela had in 1968 een nummer-1-hit met Grazing in the Grass. Brand vertrok in 1962 met Sathima Bea Benjamin naar Zürich; daar hoorde Ellington hem in 1963. Duke Ellington Presents the Dollar Brand Trio (1964), met Ubu Suku en Brilliant Corners. In 1968 werd hij Abdullah Ibrahim. Mannenberg (1974) met Basil Coetzee, genoemd naar een wijk op de Cape Flats waar gekleurde gezinnen naartoe werden gedwongen; herhaald akkoordenpatroon zoals in marabi, een melodie als een hymne. Na Soweto (1976) opnieuw ballingschap, terug begin jaren negentig na de vrijlating van Mandela. Blue Notes: Chris McGregor met Dudu Pukwana, Mongezi Feza, Johnny Dyani en Louis Moholo; na Antibes (1964) niet terug, in 1965 naar Londen. Moholo keerde in 2005 terug en overleed in 2025. Mulatu (geb. 1943, Jimma) studeerde in Londen en aan Berklee, nam in New York op met latinmusici, speelde vibrafoon, conga’s en toetsen. Yèkèrmo Sèw: ‘een man van ervaring en wijsheid’. Na de revolutie van 1974 een avondklok; bekend buiten Ethiopië door Éthiopiques (Francis Falceto, vanaf 1997) en Broken Flowers (Jim Jarmusch, 2005).

Luistertips:

  • The Dollar Brand Trio – Ubu Suku: Opgenomen in Parijs op voorspraak van Duke Ellington.

  • Chris McGregor's Brotherhood of Breath – Mra: Een melodie uit de townships, gespeeld door een Londense bigband.

  • Mulatu Astatke – Yèkèrmo Sèw: Hoor de Ethiopische vijftonige toonladder in de melodie.

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

OUTRO · 1985

Jazz van overal

Free jazz, spirituele jazz, fusion, kamermuziek uit Oslo, theater uit Amsterdam, vrijheidsmuziek uit Warschau, luistercafés in Tokio en jazz uit Kaapstad, Londen en Addis Abeba: in 1985 is jazz niet meer van één stad of één land.

Foto: Willem Breukers Instant Pool geeft een concert op een boot in de Amsterdamse grachten, 1973. Tegelijk groeit bij jonge Amerikaanse musici verzet tegen al die vrijheid: terug naar swing, blues en de akoestische instrumenten. En op de dansvloeren en in de hiphopstudio’s ontdekt een generatie oude jazzplaten opnieuw. Terug naar de bron en vooruit naar de dansvloer: dat is Sessie 4. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

1

A Love Supreme

2

The Shape of Jazz to Come

3

The Köln Concert

4

Kogun

5

Rockit

6

Astigmatic

7

Bitches Brew

Zet deze opnamen in de volgorde waarin ze zijn opgenomen.

Mei 1959, december 1964, december 1965 (Komeda, Warschau), augustus 1969, april 1974 (Akiyoshi, Hollywood), januari 1975, 1983. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Vul in

In de bebop improviseerde elke solist over een vast akkoordenschema. In A Love Supreme herhaalt de bas een motief van vier tonen: een ostinato. Alice Coltrane liet een tanpura een drone spelen. Teo Macero vormde In a Silent Way in de postproductie. Mengelberg noemde improvisatie instant composing. Mulatu Astatke bouwde ethio-jazz op de qenet.

akkoordenschema
ostinato
tanpura
postproductie
instant composing
qenet
cluster
marabi
cuíca
galm
harmolodics

Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

Welke regels heb je nodig om samen muziek te maken? Kies een musicus of groep uit deze les en leg uit welke regels zij loslieten en welke ze hielden.

Slotopdracht, terug naar de centrale vraag. Goede antwoorden noemen iets concreets: Coleman liet het akkoordenschema los maar hield het thema; Coltrane hield in A Love Supreme een ostinato vast; Davis liet de vorm ontstaan in de postproductie; Mengelberg zag improvisatie als instant composing; Namysłowski verbond jazz met de kujawiak, een Poolse volksdans in driekwartsmaat; Akiyoshi bracht de tsuzumi uit het nō-theater in een bigband; Ibrahim hield het herhaalde akkoordenpatroon van marabi vast. Ook het organiseren zelf (AACM, ICP, BIM, WATT) is een antwoord: vrijheid vraagt om eigen afspraken. Image credit: Wikimedia Commons / , via Wikimedia Commons

BONUS TRACK · PLAYLIST

Luister de hele sessie

Alle nummers uit Sessie 3, in de volgorde van het hoofdstuk, staan in een playlist op Spotify. Scan de code met je telefoon, of open de link.

open.spotify.com/playlist/0RKUubHxHRq1XAaaV9MkI9

Scan voor Spotify

Playlist van Sessie 3: https://open.spotify.com/playlist/0RKUubHxHRq1XAaaV9MkI9. Ook te vinden op sorock.nl/jazz bij de sessie. Geef studenten de tijd om te scannen, of zet de playlist op tijdens het werken aan de opdrachten.

LINER NOTES · BEGRIPPEN

Begrippen

Akkoordenschema: vaste reeks akkoorden onder een stuk

Free jazz: geen vaste akkoorden, vorm, maat of tempo

Collectieve improvisatie: alle musici improviseren tegelijk

Harmolodics: harmonie, melodie en beweging even belangrijk

Cluster: tros naast elkaar liggende tonen, samen aangeslagen

Ostinato: kort motief dat steeds wordt herhaald

Spiritual jazz: jazz gericht op geloof en meditatie

Drone: toon die een heel stuk door blijft klinken

Afrofuturisme: toekomst, ruimte en Afrikaanse geschiedenis

AACM: vereniging van musici uit Chicago (1965)

Postproductie: opnamen achteraf knippen en bewerken

Fusion: samensmelting van jazz met rock en funk

Jazzfunk: jazz op een doorlopende funkgroove

Scratchen: een plaat met de hand heen en weer onder de naald

Instant composing: improvisatie als componeren op het moment zelf

Vrije improvisatie: improvisatie zonder thema of stijl

Catacombe-periode: jazz in Polen alleen in het geheim, 1949 tot midden jaren vijftig

Jazz kissa: Japans café om, vaak in stilte, naar jazzplaten te luisteren

Tsuzumi: Japanse handtrom uit het nō-theater

Marabi: townshipmuziek op een korte, herhaalde akkoordenreeks

Ethio-jazz: jazz, latin en funk op Ethiopische toonladders

Cet élément n'a pas d'instructions